Als een rups in een cocon van pijn

Zoveel publiciteit destijds de IKON-documentaire Dood op verzoek kreeg, zo geruisloos voltrok zich gisteravond de uitzending van een KRO-documentaire op dit gebied: De dood de baas?. Dat is nogal onrechtvaardig tegenover de maker, Boudewijn Schoewert, want hij bleek een goede film te hebben gemaakt, in zeker opzicht overtuigender dan de IKON-produktie.

Dood op verzoek had, hoe goed de intenties van de makers ook geweest kunnen zijn, een showy kant: men liet zien hoe de arts euthanasie verrichtte. De daaropvolgende maatschappelijke discussie spitste zich vervolgens toe op dit choquante element: was het ethisch wel verantwoord ons voyeur te laten zijn aan een doodsbed?

Bij Schoewerts film kan de kijker zich gemakkelijker beperken tot de kernvraag of toepassing van euthanasie in dergelijke gevallen wenselijk is. Ditmaal geen handenwringende mensen rond het doodsbed, geen hartverscheurende sterfscène. Wat overbleef waren de naakte feiten: de 50-jarige Gert van Linge, lijdend aan een spierziekte, wil dood. Zijn geest is scherp, maar zijn lichaam wil niet meer: hij kan alleen nog maar hoofd en armen bewegen en lijdt ondraaglijke pijnen.

Wat te doen? De reacties van de medische wereld waren zeer uiteenlopend - dat was het onthullende van deze film. De artsen van een revalidatiehuis vonden dat Van Linge best met zijn kwaal kon leven. Sterker nog, zij dachten dat hij op den duur wel weer goed zou kunnen functioneren. Het zit tussen de oren, zei een arts.

Dat kon de familie nauwelijks geloven, want Van Linge was altijd een ondernemende, energieke man geweest. Terwijl zijn pijnen toenamen (“Ik voel me als een rups in een cocon van pijn”), verhuisde hij naar een verpleeghuis waar door een neuroloog en een anesthesist na een aantal pijnproeven een heel andere diagnose werd gesteld. “Er zat geen verbetering meer in”, zegt de behandelende arts in de film, “toen is de beslissing genomen om tot euthanasie over te gaan.”

De wens daartoe had Van Linge meermalen kenbaar gemaakt. “Ik heb er genoeg van. Ik ben het leven niet moe, maar ik kies niet meer voor dit leven.”

In de VPRO-Gids heeft de criminoloog Chris Rutenfrans zich nogal honend over deze film uitgelaten. “Met dit specifieke geval wordt weer eens geprobeerd meer begrip te kweken voor euthanasie in het algemeen”, zei hij, “terwijl je aan dit geval geen algemene conclusie kunt verbinden.” Rutenfrans vindt dat de media aan stemmingmakerij doen door alleen de zeer ernstige gevallen te laten zien. “Zouden alle journalisten op de school voor de journalistiek dezelfde maatschappijleraar hebben gehad?”

Rutenfrans kon mij in het interview niet duidelijk maken waarom je aan het geval-Van Linge geen algemene conclusie zou mogen verbinden. Omdat het te ernstig, te uitzonderlijk is? Wie bepaalt dat? En moeten we die gevallen voortaan dan maar buiten de discussie houden, terwijl we deze patiënten in een situatie van uitzichtloosheid langzaam laten creperen?

In hetzelfde interview houdt Rutenfrans ons Engeland ten voorbeeld. “In Engeland is men tegen euthanasie en dus doet men heel veel aan pijnbestrijding en begeleiding.”

Toevallig liet de BBC gisteravond in de documentaire Death in the family zien dat het in Groot-Brittannië op dit gebied ook niet allemaal boter tot de boom is.

Paul Brady had zijn broer Jim vermoord met een overdosis aan drugs en alcohol en met verstikking door een kussen. Jim leed aan de ziekte van Huntington, een erfelijke, met dementie gepaard gaande ziekte. Van euthanasie kon kennelijk geen sprake zijn, reden waarom Paul besloot zijn broer op diens verzoek een handje te helpen. Vervolging was zijn deel, al begreep ik uit een naschrift dat de rechter besloten heeft hem niet naar de gevangenis te sturen.

Hoewel ik gelukkig nooit een maatschappijleraar heb gehad, leek me dat een verstandige beslissing van die rechter.

    • Frits Abrahams