Weimar moet zijn geld verdelen tussen Goethe en de vuilnisman

Weimar, de stad van Goethe en Schiller in voormalig Oost-Duitsland, is zes jaar na de val van de Muur bijna failliet. Het onderhoud van het culturele erfgoed wordt onbetaalbaar. “Wat we hier nodig hebben zijn bedrijven, er moet dringend geld worden verdiend.”

WEIMAR, 27 NOV. In de buurt van het Oostduitse Weimar is een beer losgebroken. Iedereen is in rep en roer. Het dier houdt zich schuil op een verlaten oefenterrein waar eens Russische soldaten trainden. Zelfs met vis en honing laat de Duitse beer zich niet vangen.

Is het toeval dat in Weimar zèlf de beer ook 'los' is? Het geld is op. Zes jaar na de val van de Muur is de beroemde cultuurstad in Thüringen bijna failliet. Als het een bedrijf was geweest, had de stad allang de gang naar de rechter moeten maken om surseance van betaling aan te vragen. De hulp is ingeroepen van een onafhankelijke financiële saneerder die zijn werk zojuist heeft beëindigd.

De man uit Stuttgart, een Wessie, heeft de stad een recept van straffe bezuinigingen voorgeschreven. Maar doordat minister van Financiën, Theo Waigel, almaar meer tekorten van zijn staatsbegroting doorschuift naar deelstaten en gemeenten, stapelen zich al weer nieuwe rekeningen op.

“Weimar verarmt”, zegt Egbert Geier, de Kämmerer, de wethouder van Financiën. “We staan voor de keus om radicale kortingen door te voeren of de lasten van de burgers verder te verhogen.” Zijn kantoor verraadt jarenlang achterstallig onderhoud, zoals zo vaak in de voormalige DDR.

“Onze toekomst ligt in het verleden”, wist de oude politicus Theodor Stichling ruim honderd jaar geleden al. Alles wijst daar nog steeds op. In Weimar, in het hart van Duitsland, dichtten Goethe en Schiller hun mooiste verzen. In de achttiende en de vroege negentiende eeuw bewoonden zij royale huizen waar nog altijd scharen cultuurliefhebbers naartoe trekken. Ook de filosoof Friedrich Nietzsche sleet er de laatste jaren van zijn leven. Hij liet een uitgebreid archief achter. Na de Wende werd zijn huis weer museum - in de DDR was Nietzsche verboden en stond alles keurig opgeslagen onder witte lakens.

Maar Weimar is meer. Nietzsches vriend Harry Graf Kessler wilde er begin deze eeuw een grote Europese cultuurstad van maken. Kessler bracht avant garde-architecten mee zoals de Belg Henry van de Velde, die Nietzsches villa tot een meesterstuk van Jugendstil wist om te toveren. Van de Veldes Hogeschool voor Architectuur en Kunsten gaf de impuls voor Bauhaus, een produkt van het expressionisme. Walter Gropius, Paul Klee, Wassily Kandinsky, Oskar Schlemmer: grote namen; ze werkten allemaal aan de Bauhaus-Schule in Weimar. Tot de schaduw van het nazisme over Weimar viel en vlak buiten de stad het concentratiekamp Buchenwald werd aangelegd.

Inmiddels legt het onderhoud van het culturele erfgoed een zwaar beslag op het budget van de stad. De cultuur kost veel meer dan ze opbrengt, zei burgemeester Volkhardt Germer onlangs. De stad heeft nauwelijks verdiend aan de vele toeristen die sinds de Duitse hereniging op bezoek zijn geweest, zegt een hotelier.

's Avonds lijkt Weimar, dat ruim zestigduizend inwoners telt, uitgestorven. Er zijn slechts enkele cafés open en een paar studentenclubs. In de pizzeria aan de Frauenplan, tegenover Goethes woonhuis, zitten tegen achten slechts drie mensen aan tafel.

“Voor jongeren is er weinig te beleven”, weet Brigitte Lübeck van het toeristenbureau aan het marktplein. Hoteliers klagen over het gebrek aan klandizie. De bezettingsgraad van de hotels is de laatste jaren teruggelopen van 56 procent in 1993 tot 34 procent in de eerste helft van dit jaar. “De toeristen blijven kort; gemiddeld nog geen twee dagen”, rekent Lübeck voor. Het verblijf zou moeten worden opgetrokken naar vier dagen.

“Dan moet de stad meer te bieden hebben dan alleen cultuur”, meent zij. Investeren in musea was nooit een probleem, maar andere vormen van vrijetijdsbesteding zijn er niet. Een disco voor jongeren, een goede hal voor popconcerten of een tropisch zwembad dat ook families trekt, ontbreken, zegt Lübeck. Er is geen geld om het Schwanseebad op te knappen.

Andere bronnen van inkomsten zijn er nauwelijks. In de tijd dat Weimar een hertogdom was van de familie Von Sachsen-Weimar-Eisenach werd er een veto afgekondigd op de ontwikkeling van industrieën. Dat hebben de stadsbestuurders tot op de dag van vandaag volgehouden. Een voordeel is dat de autovrije binnenstad daar baat bij heeft. In het historische centrum liggen klinkers op de wegen. Het is verschoond gebleven van milieuschade en al te grote bouwkundige ontsporingen. Van alle steden in de voormalige DDR werd Weimar het meest bevoordeeld.

Veel werkgelegenheid heeft deze politiek niet opgeleverd. Het handjevol grotere Oostduitse ondernemingen moest na de Wende sluiten omdat ze niet rendabel waren. De werkloosheid is met zestien procent hoog. Inmiddels heeft Weimar een paar nieuwe bedrijven, aan de rand van de stad. De grootste twee zijn de nieuwe Coca-Cola-Werke, die zo'n vierhonderd werknemers telt, en de pillenproducent Jenapharm, de jongste aanwinst. Ironisch genoeg is het Duitse Nationale Theater met 434 werknemers nog steeds de grootste werkgever.

In dit theater herinnert niets meer aan de Weimar-republiek die op deze plaats vlak na de Eerste Wereldoorlog, in 1919, werd opgericht. Veertien jaar later was Weimar het synoniem voor de falende democratie en de catastrofe van het nazisme. Dat Weimar al in 1932 een broeinest was van nationaal-socialisten, en Hitler op de markt de militaire parade afnam, is zo'n zwarte bladzijde in de geschiedenis, dat er slechts over wordt gefluisterd.

Alleen een klein bronzen plakkaat aan de buitenkant van het gebouw doet denken aan de duistere dagen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het zwaar gebombardeerde theater heropend en begon met de opvoering van Goethe's Faust een nieuw cultureel leven. Het standbeeld van het dichterpaar Goethe en Schiller op het plein voor het theater, verschaft Weimar het beetje allure waarop het zich graag laat voorstaan.

Recentelijk dreef de schuldenlast het stadsbestuur tot wanhoop. De tekorten waren opgelopen tot vierhonderd miljoen mark. Weimar was weggezakt in een financieel moeras. De administratie was een rommeltje. De schatkist was leeg, niemand kon wijs worden uit de boekhouding. Crisisberaad leidde tot de komst van de saneerder uit Stuttgart.

“Hij heeft het geweldig gedaan”, zegt Egbert Geier die zelf in september tot wethouder van Financiën is benoemd. Het grootste deel van de geldverslindende 'cultuur' werd uit de begroting gehaald en ondergebracht in een stichting die wordt gefinancierd door de deelstaatregering Thüringen en de landelijke overheid. Er moesten laag-bij-de-grondse keuzes worden gemaakt: meer geld voor Goethe of voor de vuilnisman. Het ambtenarenapparaat werd teruggebracht van 1800 naar bijna 1000 werknemers.

“Er is financieel orde op zaken gesteld. De schulden zijn teruggebracht naar 190 miljoen mark, maar het bezuinigen is nog lang niet afgelopen”, zegt Geier zuchtend. De schatkistbewaker heeft het druk. Hij komt net uit een “hectische” vergadering waar “moeilijke beslissingen” moesten worden genomen over de toekomst.

Een uitweg uit de crisis ziet hij voorlopig niet. “De burgers hebben de laatste jaren álles zien stijgen: de prijs van het brood, de huren, de belastingen. Parkeren is duurder, de winstbelasting voor bedrijven is verhoogd, de onroerendzaakbelasting voor huizenbezitters. Niemand geeft meer iets uit.”

Deze ontwikkeling kan als een boemerang op de regering terugslaan, zegt Geier, die vreest voor sociale conflictstof. “Nog hebben we geen twee-klassen-maatschappij, maar de groep met de laagste inkomens verarmt snel.”

In overheidsprogramma's voor werklozen wordt het mes gezet. Nu zijn werklozen actief in de groenvoorziening en onderhouden zij stadsparken en zelfs het vroegere concentratiekamp Buchenwald, dat ten noorden van de stad ligt. Hoelang nog?

De financiële misère valt aan de stad af te lezen. Gebouwen staan al maandenlang in de steigers. Wegen zijn opgebroken en het ruiterstandbeeld van Carl August wacht naast zijn sokkel op een opknapbeurt. De hoognodige verbetering van bruggen, scholen en sportterreinen wordt uitgesteld om geld te besparen. “Wat we hier nodig hebben zijn bedrijven”, zegt Norbert Henschel nuchter. Hij is manager van het gerenommeerde Elephant, het oudste hotel van de stad en eens een lievelingsplek van de schrijver Thomas Mann. “Er moet hier dringend geld worden verdiend. We moeten lobbyen om ondernemingen naar Weimar te halen. Dan worden er congressen gehouden en komt er vanzelf meer bedrijvigheid.”

De hotelmanager verwacht over twee jaar een boom. Want in 1999 is Weimar een jaar lang de cultuurhoofdstad van Europa. Burgemeester Volkhardt Germer is net terug uit München en Stuttgart, waar hij een reclamecampagne introduceerde om sponsors te vinden. “Als Weimar eenmaal cultuurstad is zal dat massa's bezoekers trekken”, zegt Henschel. “De vraag is hoe we het tot 1999 redden.”

    • Michèle de Waard