Strijd om wereldbeker in Tokio bloedeloos evenement

TOKIO, 27 NOV. Tientallen Japanse voetbalfans drukten gisteravond twee uur voor de wedstrijd om de wereldbeker in Tokio hun neus door de spijlen van het hek toen de bus van River Plate bij het stadion arriveerde. Maar niemand gaf een kik, er was geen boegeroep, aanmoedigingen klonken evenmin. In stilte liepen de spelers naar de kleedkamer. Het leek wel of Kasparov en Karpov een partij om de wereldtitel gingen schaken.

Zittend bij Juventus-River Plate borrelde heimwee op naar de tijd dat er jaarlijks nog in twee duels om de wereldbeker voor clubs werd gespeeld, een in Europa en een in een Zuidamerikaanse heksenketel. Het waren in de jaren zestig en zeventig vaak onvergetelijke ontmoetingen.

Wie van de oudere voetbalfans herinnert zich niet de foto van een in bloed badende Nestor Combin, de Argentijnse spits van AC Milan die in 1969 met zijn club in zijn vaderland om de wereldbeker speelde? En sleepten Feyenoord (1970) en Ajax (1972) niet met gevaar voor lijf en leden gelijke spelen uit de hel van Estudiantes en Independiente? Maar wat weten we eigenlijk nog van veel recentere, in Tokio gespeelde ontmoetingen? Van Gremio-Hamburger SV of Rode Ster-Colo Colo, of zelfs van PSV-Nacional en AC Milan-Sao Paulo?

Uit de tijd dat Feyenoord en Ajax in de jaren zeventig om de wereldbeker speelden, staan harde wedstrijden op het netvlies. Maar zo gemeen werd er destijds ook weer niet gespeeld. Oké, Jan Boskamp liep een fikse buil op zijn hoofd op toen hij in Argentinië werd geraakt door een muntstuk en Joop van Daele raakte zijn befaamde brilletje kwijt, maar dat is allemaal goed gekomen. De twee Feyenoorders van weleer herinneren zich nu alleen nog de mooie dingen van het avontuur om de wereldbeker.

Het was de sfeer die toen aansprak. Het lawaai en de dreigende houding van 80.000 door clubliefde bezeten toeschouwers op de tribunes, het onophoudelijke tromgeroffel, het met papier bezaaide veld. In het Olympisch Stadion van Tokio, gisteren, werden de zilveren slierten die bij het vuurwerk voor de wedstrijd door de lucht dwarrelden snel met man en macht opgeveegd. Je kon er negentig minuten lang van de grond eten.

De strijd om de wereldbeker is sinds er in Japan wordt gespeeld een steriele aangelegenheid. Beide ploegen zijn te gast en dat geeft toch een hele andere sfeer dan wanneer een van de teams thuis speelt. Bovendien gedragen de Japanners zich alsof ze bij een klassiek concert zitten. Na een mooie actie op het veld schreeuwen ze nog wel eens van opwinding, maar het schelle geluid dat ze produceren hoort meer thuis bij een optreden van Michael Jackson of Madonna. Aan hun liefde voor voetbal ligt het niet. De wedstrijd om de wereldbeker is ook altijd uitverkocht. Voetbal wordt door de Japanse jeugd inmiddels meer beoefend dan het traditioneel populaire honkbal.

Gelukkig hadden supporters van beide finalisten de lange oversteek naar Tokio gemaakt, zo'n 850 van 'Juve' en 1.200 van River Plate. Vooral die laatste groep maakte met behulp van de onafscheidelijke trommels veel lawaai. Zo leek het ten minste nog wat. De spelers verdienden dat ook. Er stonden twee clubs tegenover elkaar met een rijk verleden en met prachtige shirts, het zwart-wit gestreept van Juventus (dat volgend jaar honderd jaar oud is) en de schuine rode streep over het wit van River Plate (van 1901). En ze voetbalden nog heel aardig ook. Maar het had best wat feller gekund. Een beetje zoals vroeger.

De clubs, en dan vooral de clubs uit Europa, hebben het er zelf naar gemaakt dat er op deze manier om de wereldbeker wordt gespeeld. In de jaren zeventig zagen de Europa-Cupwinnaars liefst zeven keer af van deelname. Ze vonden de reis naar Zuid-Amerika te lang of achtten het te gevaarlijk daar te voetballen. Ajax was de eerste die voor de eer bedankte, in 1971 en '73. In de meeste gevallen werd de Europese kampioen vervangen door de verliezend Europa-Cupfinalist. En in 1975 en '78 werd er helemaal niet om de wereldbeker gespeeld.

Het voortbestaan van het evenement, in 1960 in het leven geroepen, was in gevaar. Dus kwam in 1980 de adoptie door Japan en met name sponsor Toyota als geroepen. De Japanners hebben er, zo bleek gisteren uit de blije gezichten na afloop, na zestien jaar nog steeds geen genoeg van. En de internationale bonden ook niet. De wereldfederatie FIFA heeft zelfs plannen om ook ploegen uit Afrika en Azië bij de strijd om de wereldbeker te betrekken. Maar het is nu al zeker dat de Europese clubs niets voelen voor zo'n tijdrovend toernooi.

Daarom kan de FIFA het beter nog eens proberen in de oude stijl, met een thuis- en een uitwedstrijd. Het maakt voor ploegen als Ajax en Juventus niet zo veel uit, of ze naar Tokio vliegen of naar Buenos Aires, Rio of Montevideo. Last van jetlag krijg je toch. Ajax-trainer Louis van Gaal had, zo kondigde hij vorig jaar al aan, erg getwijfeld of hij wel voor een tweede keer naar Tokio zou vliegen met zijn ploeg.

Zijn uitbundige collega van Juventus, Marcello Lippi, wilde daar gisteren niets van weten. Hij zei dat hij volgend jaar graag naar Japan zal terugkeren. Maar het is beter om even af te wachten wat er gebeurt als Juve, net als Ajax, straks ook de naweeën ondervindt van de vermoeiende trip. Want hoe mooi de wereldbeker ook is, de landstitel en een Europese beker zijn veel belangrijkere prijzen.

    • Hans Klippus