Sorgdrager: verbeter melding euthanasie

DEN HAAG, 27 NOV. De ministers Borst (Volksgezondheid) en Sorgdrager (Justitie) vinden dat de meldingsbereidheid van artsen die euthanasie plegen of hulp bieden bij zelfdoding van patiënten, moet verbeteren.

Dat zeiden zij vanmorgen bij de presentatie van de evaluatie van de meldingsprocedure voor levensbeëindigend handelen. Het onderzoek is in opdracht van de ministers uitgevoerd door de hoogleraren P.J. van der Maasen en G. van der Wal. Zij concluderen dat een kleine zestig procent van de gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding niet worden gemeld. Ruim de helft zegt niet te melden om zich de rompslomp van een justitieel onderzoek te besparen.

De onderzoekers vinden dat het openbaar ministerie artsen meer duidelijkheid moet verschaffen over de criteria op grond waarvan euthanasie en hulp bij zelfdoding worden vervolgd.

“Ik ben blij dat de meldingsbereidheid groter wordt, maar er wordt nog te weinig gemeld”, zei Borst vanochtend. Borst en Sorgdrager waren “getroffen” door de conclusie dat artsen de toetsing door de officier van justitie nog steeds als “te stringent en zelfs als bedreigend” ervaren. Sorgdrager zei dat de meldingsbereidheid kan worden vergroot door een “goed toegankelijk netwerk van consulenten” op te zetten. Deze moeten artsen adviseren.

Ook zei Sorgdrager dat onderscheid moet worden gemaakt tussen euthanasie op verzoek van de patiënt en euthanasie zonder verzoek, zoals bij pasgeborenen. Deze gevallen worden nauwelijks gemeld. “Over dergelijk medisch handelen moet meer openheid komen”, aldus Borst. Sorgdrager overweegt een aparte meldingsprocedure. Het kabinet komt in december met een standpunt over het rapport. De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) en de artsenorganisatie KNMG zijn van mening dat meer artsen euthanasie en hulp bij zelfdoding zullen melden als hun handelen buiten het strafrecht om wordt getoetst.

Pag.7: 'Evaluatie praktijk bij euthanasie is te vroeg'

Een speciale commissie van deskundigen zou moeten bekijken of een zaak zorgvuldig is behandeld. Is dit het geval, dan komt de officier van justitie er niet meer aan de pas. Pas bij twijfel wordt het openbaar ministerie ingeschakeld. Ook de fractie van D66 staat achter zo'n aanpassing van het beleid. Het kabinet wil daar deze periode nog niet aan, zo is afgesproken in het regeerakkoord.

Het CDA vindt het onderzoek naar meldingen van euthanasie onverantwoord en ongeloofwaardig. Een evaluatie in 1997 was vroeg genoeg geweest. Nu is het “wetenschappelijk, bestuurlijk, politiek en juridisch onverantwoord”.

De Tweede-Kamerfractie van de SGP ziet in het rapport het bewijs dat de meldingsregeling niet werkt. Controle door Justitie blijft absoluut noodzakelijk, meent de SGP. Uit het rapport volgens de partij “hoe snel en diep een land kan vallen als Gods heilzame geboden met voeten worden getreden”. Volgens de RPF is adequaat toezicht op euthanasie kennelijk niet mogelijk. Artsen schrikken er voor terug om hun handelen te laten toetsen, concludeert deze partij. Het onderzoek bevestigt volgens de RPF dat de zorgvuldigheidseisen en -criteria dubbelzinnig zijn.

De Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) pleit voor uitbreiding van de palliatieve zorg, die zich op pijnbestrijding en begeleiding van ernstig zieke patiënten in de laatse fase van hun leven. De NPV is tegen euthanasie. “Voorlichting en begeleiding van ongeneeslijk zieken moet vanzelfsprekend worden. Recent onderzoek heeft aangetoond dat één op de drie instellingen voor de gezondheidszorg geen voorziening heeft voor stervensbegeleiding”, aldus de NPV. Ook uit het buitenland kwamen de eerste reacties. Het Amerikaanse tijdschrift New England Journal of Medicine, dat deze week uitgebreid aandacht besteedt aan de Nederlandse evaluatie, schrijft in een commentaar dat het “er niet op lijkt dat de Nederlandse praktijk zich op een hellend vlak bevindt”.