Minister van de files heeft het tij mee

De ministers van het kabinet-Kok verdedigen hun begrotingen in de Tweede Kamer. Het kabinet is halverwege de rit. Vandaag: Minister Jorritsma (VVD) van Verkeer en Waterstaat, een tussenbalans.

DEN HAAG, 27 NOV. Uiteindelijk wint ze het altijd. Annemarie Jorritsma, de montere ras-politica die een vliegende start maakte op haar departement, vervolgens steeds opener conflicten kreeg met haar collega voor ruimtelijke ordening en milieubeheer in het kabinet, en ook nog eens kritiek ondervond van oud-collega's in het parlement die haar arrogantie verweten - zij kan deze week opnieuw een vrij makkelijke begrotingsbehandeling tegemoet zien.

Weer immers zijn op haar gebied besluiten gevallen waarmee ze voor de dag kan komen. Voor de strijd tegen de files is twee miljard gulden extra uitgetrokken. Beek krijgt nachtvluchten. En als het aan het kabinet ligt, gaat de hogesnelheidstrein over het kortste tracé, al vergt dat een dure tunnel. Het is minder dan de minister had gewild. Op alle gebieden is toegegeven aan eisen van het milieu. Maar er is tot nu toe geen enkel beleidsvoornemen gesneuveld, of het nu gaat om nieuwe infrastructuur of de invoering van marktwerking in het openbaar vervoer. En de komende jaren zullen er alleen maar meer infrastructuur-vriendelijke beslissingen genomen worden.

Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) heeft het tij mee. De Nederlandse wegen raken steeds verstopter en onder aanvoering van de premier is het hele kabinet ervan overtuigd geraakt dat hier snel wat aan gedaan moet worden. Investeren in infrastructuur is tegenwoordig investeren in de toekomst. “Ik wil herinnerd worden als de minister die echt iets aan de files gedaan heeft”, zei Jorritsma enkele maanden geleden in het lijfblad van haar eigen partij, Liberaal Reveil. En ze was hoopvol: “Inmiddels bestaat in brede kring zo'n sense of urgency dat het mogelijk moet zijn met een soort praktisch 'crash plan' de regeringspartijen, maar hopelijk ook het CDA, op één lijn te krijgen.”

Dat 'crash plan' ligt er intussen. Het heet 'Samen Werken aan Bereikbaarheid', een titel die nu onderaan de eerste pagina staat van alle brieven van het ministerie over verkeer en vervoer - in paarse letters, de kleur van het kabinet. SWAB, de ambtelijke afkorting, is in politiek Den Haag al aardig ingeburgerd. Ambtenaren op het departement weten dat de twee miljard extra die nu is uitgetrokken voor, onder meer, spitsdiensten in het openbaar vervoer en het verbreden van een aantal snelwegen nog maar een begin is. Bij de komende kabinetsformatie zal er zeker meer geld voor verkeer en vervoer op tafel komen. Zij dragen Jorritsma op handen.

De minister heeft daar niet veel voor hoeven doen. Sterker nog, toen zij ruim twee jaar geleden haar eerste begroting verdedigde, kreeg ze nogal wat kritiek van fracties die vonden dat ze te wéinig deed in de strijd tegen wat ze zelf het 'file-monster' pleegt te noemen. Ze had de Tweede Kamer weliswaar een 'file-brief' gestuurd, maar daarin stonden nauwelijks nieuwe maatregelen. Vorig jaar was er een tweede 'file-brief' - en kreeg ze dezelfde kritiek.

Beide keren echter wist ze die kritiek moeiteloos te pareren door erop te wijzen dat dit het maximaal haalbare was. Natuurlijk, de accijnzen zouden drastisch omhoog kunnen. Maar dat leek haar onhaalbaar - terecht, zo bleek dit jaar toen een relatief kleine accijnsverhoging op veel politiek en maatschappelijk verzet stuitte. En uiteraard, infrastructuur zou sneller aangelegd kunnen worden als de procedures werden bekort. Dat laatste lijkt een meerderheid van de fracties nu inderdaad te willen. Maar diezelfde fracties vertragen voortdurend de aanleg van stukken snelweg en spoorlijnen omdat ze tunnels of andere aanpassingen willen die uit inspraakrondes naar voren zijn gekomen.

Dit jaar kreeg de minister de twee miljard extra voor file-bestrijding vrijwel in de schoot geworpen. Het 'SWAB' waarvan zij nu haar erfenis wil maken, kwam in enkele maanden tot stand. In de woorden van SWAB-projectleider Jac Remmen, geïnterviewd in een intern blad van het ministerie: “Eind mei dit jaar zette het kabinet bereikbaarheid hoog op zijn prioriteitenlijst. (...) De top van het ministerie constateerde dat bereikbaarheid belangrijk was en dat er geen discussie over de deadline van 'Samen Werken aan Bereikbaarheid' kon ontstaan. De nota moest tegelijk met de begroting worden gepresenteerd. (...) Het is een kwestie van het juiste klimaat. Er moet een gevoel zijn dat iets echt moet.”

En dus kan Jorritsma zich zonder veel problemen profileren als hoedster van de bereikbaarheid. Nog steeds is zij een zondagskind in de politiek. Maar ook is duidelijk geworden dat ze dit niet alleen aan persoonlijke kwaliteiten, maar eveneens aan voor haar gunstige omstandigheden te danken heeft. Bij herhaling bruskeert ze de Tweede Kamer - door stukken laat op te sturen, woordvoerders harder aan te pakken dan nodig of, met de microfoon uit maar hoorbaar voor wie in de buurt zit, opmerkingen te maken variërend van: “Wat is dit voor onzin?” tot “Gaat dit nog lang zo door?”.

Het is het soort arrogantie dat parlementariërs tot grote frustratie kan drijven. Uitgedaagd door de minister bijten zij zich dan vast in hun standpunt, soms tegen beter weten in. Dat laatste leidde bijvoorbeeld eind vorig jaar tot een zeer moeizaam debat over de introductie van marktwerking in het openbaar vervoer. Die marktwerking komt er, maar de vele moties die toen zijn aangenomen hebben de uitwerking ervan in concrete maatregelen bepaald niet vergemakkelijkt.

Zeker is ook dat Jorritsma's weinig kameraadschappelijke uitstraling bij de presentatie of verdediging van een infrastructuur-besluit dat heeft moeten inboeten ten behoeve van het milieu, de positie van haar collega voor milieu niet heeft versterkt. Jorritsma steekt in zo'n geval niet onder stoelen of banken dat ze het er eigenlijk niet mee eens is. De minister vindt liever niet te veel obstakels op haar weg; de vrolijke kwinkslag maakt dan al snel plaats voor een zekere geïrriteerdheid. Maar zolang het 'klimaat' voor verkeer en vervoer gunstig blijft, zal dat haar positie niet deren.