Manuscript Van het Reve naar museum

HAARLEM, 27 NOV.Het manuscript van De avonden, de roman waarmee Gerard Reve vijftig jaar geleden onder de naam Simon van het Reve debuteerde, is gisteravond onder grote belangstelling op een veiling voor 160.000 gulden gekocht door het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum.

Anton Korteweg, directeur van het museum, verwierf het 'manuscript van de eeuw' voor het bodembedrag dat Bubb Kuyper van het gelijknamige Haarlemse veilinghuis vroeg. Een ongekende prijs in de wereld van de Nederlandse literatuur. Het record stond sinds 1990 op 116.000 gulden, betaald voor enkele honderden gedichten van Gerrit Achterberg. Een aantal handschriften van Lucebert bracht vorig jaar 42.000 gulden op.

Er waren geen buitenlandse bieders, zoals voor de veiling was verondersteld. Op het openingsbod van 160.000 gulden stak alleen de op de voorste rij gezeten Korteweg zijn hand op. In de gespannen stilte die op dit moment volgde riep de veilingmeester: “Wat ik nooit doe, zeg ik nu wel, eenmaal, andermaal, verkocht!” Het samengepakte publiek, voornamelijk handelaars en Reve-liefhebbers, barstte uit in een dankbaar applaus, omdat hiermee de oerversie van 'de belangrijkste naoorlogse Nederlandse roman' voor Nederland behouden was. Onder het publiek bevond zich ook de Leidse antiquaar P. van Winden, die met zes geldschieters in de bres zou zijn gesprongen als er buitenlandse kapers op de kust waren geweest. Ook de aanbieder van het manuscript, Reve's levenspartner Joop Schafthuizen was aanwezig.

Het museum in Den Haag exposeert het manuscript van 30 november tot en met 12 januari.

Pag.11: Museum: handschrift publiceren

In het overvolle zaaltje van de Haarlemse Vrijmetselaars waar veilinghuis Bubb Kuyper gisteren het manuscript van De avonden onder de hamer bracht, hield Joop Schafhuizen na afloop triomfantelijk een reproduktie omhoog. Het betrof een afbeelding van een schilderij van Michiel Musscher, dat hij heeft kunnen aanschaffen dankzij de verkoop van het manuscript.

“Ik ben visueel ingesteld”, aldus Schafthuizen, “eerlijk gezegd heb ik De avonden nooit gelezen”. Ja, hij was blij dat de oerversie van het meesterwerk (bestaande uit dertien bladen met aantekeningen, 348 manuscriptbladen alsmede de kroontjespennen waarmee deze zijn is geschreven, en een typoscript van 174 bladen) door het Letterkundig Museum was gekocht. Tegenover vrienden en bekenden gaf hij later overigens blijk van zijn teleurstelling over de 'veel te lage' opbrengst.

Directeur Korteweg van het Letterkundig Museum toonde zich na afloop tevreden. Weliswaar vindt hij dat manuscripten aan zijn museum geschonken dienen te worden, maar hij had het geld er toch voor over: “We konden niet het risico lopen dat het manuscript van De avonden naar het buitenland zou gaan of, zoals eerder met een manuscript Reve is gebeurd, per hoofdstuk verkocht zou worden en versnipperd zou raken. Als er andere belangstellend waren geweest, zouden we nog wel even door zijn gegaan met bieden, maar niet tot elke prijs.

“Eén miljoen dollar, de prijs die onze zusterinstelling in Duitsland heeft neergeteld voor het manuscript van Het proces van Kafka kunnen wij niet betalen.” Het museum heeft een aankoopbudget van 75.000 gulden per jaar. Het is bij deze grote aanschaf bijgestaan door de achthonderd leden tellende Stichting Vrienden van het Letterkundig Museum en een royale anonieme geldschieter.

Korteweg stelt De avonden op één lijn met Multatuli's Max Havelaar en het werk van Nescio en Elsschot zal er naar streven dat van het manuscript een wetenschappelijke editie verschijnt.

Ook tevreden waren de Reve-liefhebbers die onder aanvoering van de Leidse antiquaar zouden zijn ingesprongen als er onverhoopt een particulier of een buitenlandse bieder de prijs was gaan opdrijven. Deze 'BV De Avonden' zou in dat geval geprobeerd hebben het manuscript te bemachtigen om het vervolgens alsnog bij het Letterkundig Museum te deponeren.

Niet alleen het manuscript van De avonden werd gisteren geveild door Bubb Kuyper. Een deel van het privé-archief van Wim Kan (inclusief zijn 'spiekbord') ging voor 15.000 gulden naar het Theater Instituut in Amsterdam, de Koninklijke Bibliotheek verwierf voor 12.500 gulden brieven en documenten van de componist Willem Pijper, terwijl de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek voor 21000 gulden in het bezit kwam van een aantal handschriften van en brieven aan Slauerhoff.