Kamer stemt in met stadsprovincie

DEN HAAG, 27 NOV. Het kabinet kan aan de slag met een interimwet voor de vorming van de stadsprovincie Rotterdam. Gisteren gaven de coalitiepartijen in de Tweede Kamer hun goedkeuring aan de plannen van het kabinet.

Wel moet uiterlijk voor de zomer van 1997 duidelijkheid bestaan over de machtsverdeling tussen de stadsprovincie, de stad Rotterdam en de omliggende gemeenten. Ook moet het kabinet dan beslissen of de Drechtsteden en de Hoeksche Waard bij de nieuwe stadsprovincie zullen horen. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) zegde de Kamer toe die duidelijkheid te zullen geven.

Alleen de SGP en het CDA hielden nog een slag om de arm. De CDA-fractie vreest dat Rotterdam als grootste gemeente te dominant wordt. Door een referendum onder de Rotterdammers, vorig jaar, is opdeling van de stad van de baan. De commissie-Andriessen adviseerde daarom onlangs over een nieuw machtsevenwicht tussen de gemeenten. Een goed machtsevenwicht moet nu worden gevonden door de taken en de geldstromen tussen de nieuw te vormen provincie en de betrokken zeventien gemeenten opnieuw te verdelen.

Verder stelde Andriessen voor de stadsprovincie machtiger te maken dan in eerdere plannen, om de invloed van de stad Rotterdam te beperken. Zo zou er een regionaal grondbedrijf moeten komen dat de taken van de gemeentelijke grondbedrijven goeddeels overneemt.

Staatssecretaris Van de Vondervoort wil met de interimwet niet zover gaan dat de grondwet moet worden gewijzigd en wil dus de gemeentelijke autonomie overeindhouden. De Kamer gaf aan dat omliggende gemeenten ook belangrijke taken van hun grondbedrijf moeten behouden.

Knelpunten blijven niettemin het verdelen van de geldstromen van het Rijk naar de gemeenten, het sociale beleid en de mogelijkheid van gemeenten om al dan niet zelf de onroerende-zaakbelasting vast te stellen.