Frankrijk ontbeert een democratische mentaliteit

PARIJS, 27 NOV. De manier waarop Frankrijk uit het truckers-conflict krabbelt, vertelt vooral één ding: oude reflexen slijten langzaam. Voor het eerst sinds enige jaren wordt weer eens een conflict in de privé-sector uitgevochten - routiers en wegvervoerders zijn geen ambtenaren -, maar voor de oplossing wordt gemakshalve naar de staat gekeken. Terwijl publiek en bedrijfsleven worden gegijzeld, gaat de staat bereidwillig door de knieën.

De tragiek van Frankrijk is dat het land, bij gebrek aan collectieve nationale redelijkheid, het gemis voelt van mensen die af en toe kunnen zeggen waar het op staat. Leiders met een gematigd moderne kijk op de plaats van Frankrijk in de wereld, zoals de oud-premiers Raymond Barre en Michel Rocard, zijn in hun rechtse, respectievelijk linkse kampen als oude bromberen in de hoek gezet. De partijleiders van nu zijn meer opinie-technici die niet zien dat het volk hen doorheeft. Sinds Charles de Gaulle (president van 1958 tot 1969) zijn er geen geroepenen met echt gezag meer gevonden.

De jonge vijftiger Alain Juppé, volgens president Chirac, de knapste van zijn generatie, is dagelijks het slachtoffer van een ander malheur van het huidige Frankrijk: de crisis in de kundigheid. Als man van eenvoudige achtergrond kreeg hij in het meritocratische Franse onderwijs alle kansen zijn briljante verstand te ontplooien. En daarmee werd hij emotioneel onverstaanbaar voor de overgrote meerderheid van het volk. Hij is, zeker als leider van de grootste regeringspartij met al haar dubieuze financiële arrangementen, het symbool van een elite die nooit luistert en goed voor zichzelf zorgt.

Dat is tragisch voor Frankrijk omdat Alain Juppé het overzicht en het inzicht plus de vasthoudendheid heeft die nodig zijn om het land uit de sociaal-economische middeleeuwen te leiden die door het huidige vrachtvervoersconflict weer eens aan het daglicht worden gebracht. Mannen die 15 à 16 uur per dag werken en schamel betaald krijgen voor 11 of 12 uur - “de wachttijden kunnen ze naar eigen inzicht besteden”, waagde een patron gisteren nog te zeggen - zijn een gevaar op de weg en regelrechte slachtoffers van uitbuiting.

Maar de problemen van Frankrijks arbeidsorganisatie zijn veel groter dan de onbetrouwbaarheid van veel werkgevers die, met een beroep op de moordende concurrentie, misbruik maken van de horige mentaliteit van veel Unterfranzosen. Eigen verantwoordelijkheid is een begrip dat ontbreekt in bijna alle Franse werksituaties: de chef, en boven hem zijn baas, moet maar zeggen hoe het moet. Als je die basishouding vermenigvuldigt met 25 miljoen (de omvang van de beroepsbevolking), dan krijg je logge, angstige organisaties die defensief reageren op uitdagingen van buitenaf.

Het meest massale voorbeeld daarvan zijn de miljoenen die achter de verschansing van de ambtenarenstatus bezig zijn hun hachje te redden. Individuele postbeambten, verpleegsters, treinconducteurs en Air France-stewardessen zijn vaak best aardig, al gaan hun persoonlijke besognes voor de service-gedachte, maar een wonderlijk collectief egoïsme belet hun te zien dat de optelsom van al hun eisen en verworven rechten Frankrijk naar de bliksem helpt. Flexibiliteit wordt gezien als zwakte, als zwichten voor de asociale Angelsaksische hegemonie.

Die mentaliteit is zo algemeen, dat de vrachtwagenchauffeurs, die deze week jaren leed staan in te halen, ook met succes hebben gemikt op een verlaging van de pensioenleeftijd van 60 naar 55 jaar. Niet stapsgewijs, niet door een VUT-fonds op te richten, maar gewoon ineens, en grotendeels op kosten van de gemeenschap. En de regering, bang voor uitbreiding van het conflict tot de licht ontvlambare situaties bij spoorwegen, telecom en andere overheidsdiensten, geeft beleefd korting op de sociale premies en past een paar jaar pensioen bij. Terwijl de tekorten op de sociale zekerheid nog steeds niet in bedwang zijn, ondanks de koppigheid van de regering-Juppé daarover in het stakingsconflict van vorig jaar.

Ook als de vrachtwagenstaking snel wordt beëindigd, zullen de kosten hoog zijn. Politiek, omdat de regering met dit soort afgedwongen ATV-beleid hopeloos de mist in gaat met zijn strakke begrotingsbeleid. De euro kan er alleen maar zwakker van worden - de D-mark en de gulden stonden erbij en keken ernaar. Economisch volgt de rekening omdat een, ondanks de lage lonen kennelijk onrendabele, bedrijfstak zich weer een tijdje redt zonder structureel te moderniseren. Tot het volgende conflict. Ook sociaal is de prijs evident: je kunt in dit land kennelijk alleen iets voor elkaar krijgen door een paar duizend vrachtwagens dwars op de weg te zetten. Wie volgt.

Het zal geen toeval zijn dat Le Figaro, het parochieblad van de huidige rechtse coalitie, is gaan kijken hoe het anders kan. De kop: 'Nederland, het geslaagde economisch model voor Europa'. Boven een gesprek met minister Zalm staat: “Nous avons des syndicats magnifiques.” In de tekst komt dat citaat gelukkig niet terug, maar het illustreert wat de Fransen kennelijk hebben onthouden uit Den Haag. Het is niet de eerste, bijna verbaasde Franse reportage uit het land waar de werkgelegenheid zich ook buiten de bedwelmingsindustrie goed blijkt te ontwikkelen.

Die recente nieuwsgierigheid leidt nog niet direct tot vertaling in Franse overlegstructuren. Er is in Frankrijk geen Stichting van de Arbeid en geen voor- en najaarsoverleg. Wat vooral ontbreekt is een democratische mentaliteit. Ondernemers, bonden en politici doen waar ze op korte termijn mee wegkomen. Betaalbaarheid overmorgen is een ander probleem.

Charles De Gaulle programmeerde - uit vrees voor de chaos - de grondwet zo dat het parlement waardig mag meepraten, maar niet meebeslissen. Bij gebrek aan andere intermediaire overlegkanalen kan de angst voor werkloosheid in een open concurrerende wereld zich niet anders uiten dan in botte actie. Waar reguliere politieke leiders, van Jospin tot Juppé, het gezag ontberen om de weg te wijzen, zijn de enige geloofwaardige adviseurs van de straat de ex-communisten van de CGT en de best georganiseerde politieke partij van Frankrijk, het Front National.

    • Marc Chavannes