Flirten tijdens het proefwerk

All Things Fair (Lust och fägring stor). Regie: Bo Widerberg. Met: Johan Widerberg, Marika Lagercrantz, Tomas von Brömssen, Karin Huldt. In 5 theaters.

De eerste beelden van All Things Fair, de nieuwe film van Bo Widerberg (1930), zijn ondubbelzinnig. Terwijl op de achtergrond stemmige muziek van Händel klinkt, lezen we met de camera mee in een oud manuscript. Het handschrift behoort toe aan de Zweedse bioloog Linnaeus, die in de achttiende eeuw nauwkeurig beschreef wanneer en op welke manier de homo sapiens zich seksueel begint te ontwikkelen.

Net als de recent uitgebrachte films Beautiful Thing (van Hettie Macdonald) en Like Grains of Sand (van Ryoshuke Hashiguchi) gaat All Things Fair over lust en liefde in de puberteit. Alleen is de hoofdpersoon dit keer hetero- in plaats van homoseksueel, en speelt het verhaal zich niet af in de jaren negentig, maar in Malmö tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De 15-jarige Stig (superieur gespeeld door de zoon van de regisseur) wordt verliefd op de mooie lerares (Marika Lagercrantz) die in het nieuwe schooljaar voor de klas komt te staan. De liefde blijkt wederzijds en na enig aftasten beginnen Stig en Viola een relatie, die na enkele maanden passie voor beiden ongelukkig eindigt.

Het oude thema van 'ik was 15 en zij was 35' wordt in Widerbergs autobiografische scenario op een bijzondere manier uitgebreid. Als de aan gin verslaafde echtgenoot van Viola onverwachts thuiskomt en Stig in het echtelijk bed ontdekt, is hij niet woedend of wraakzuchtig. Tussen hem en de jongen ontwikkelt zich zelfs een vriendschap, die uiteindelijk duurzamer blijkt dan de liefde van Stig voor Viola.

Widerberg, die in de jaren zestig bekendheid kreeg als de filmende tegenpool van Ingmar Bergman en de afgelopen jaren vooral voor het theater en de Zweedse televisie werkte, neemt de tijd om zijn verhaal te vertellen. Dat levert prachtige afgewogen scènes op: Stig die tijdens een proefwerk telkens gaat verzitten om zijn surveillerende lerares te kunnen aanraken; Viola die haar leerling met erotische signalen op school verleidt; de bedrogen echtgenoot die even dronken als aandoenlijk over zijn mislukte leven vertelt. Maar meer dan eens is de tot stijl verheven traagheid te veel van het goede, en wordt de voorliefde van Widerberg voor freudiaanse symboliek en nostalgische details zelfs ergerlijk. Daar komt bij dat Widerberg er niet in slaagt om de zijlijnen van het verhaal - de invloed van de oorlog op de neutrale Zweedse samenleving, Stigs verhouding met het buurmeisje dat verliefd op hem is - overtuigend in zijn film te integreren.

All Things Fair is het waard om gezien te worden, al was het alleen maar om het goede spel en het sfeervolle beeld van een Zweedse jeugd in de jaren veertig. Maar anders dan de jury van het Filmfestival van Berlijn, die Widerberg in februari met de Zilveren Beer eerde, kan ik er geen superieure psychologische tragikomedie in ontdekken.