Fiscus '2000'

Hoe zou het zijn als alle belastingschulden in één klap zouden verdwijnen? Voor een individu waarschijnlijk een zegen; voor de gemeenschap een ramp. Een dergelijke gebeurtenis dreigt op het moment van de eeuwwisseling plaats te vinden. Niet als onderdeel van het rondom dat soort gelegenheden gebruikelijke doemdenken, maar door een geheel nieuw rampenscenario. De computers van de fiscus kunnen de eeuwwisseling niet aan. Veel van de computerprogramma's kunnen jaartallen slechts in twee cijfers tellen. Dus 99 staat voor 1999 en 00 staat voor 1900.

Computerprogrammeurs moesten in het verleden worstelen met een beperkt beschikbare geheugenruimte. Door de datum in tientallen uit te voeren en niet met duizendtallen bespaarde men schaarse computerruimte. Van meet af aan was voorzien dat dit rondom de eeuwwisseling problemen zou geven, maar degenen die zo'n twintig jaar geleden programmeerden, konden zich niet goed voorstellen dat hun programma's rond de eeuwwisseling nog in gebruik zouden zijn. Nu dat wel het geval blijkt, dreigen voor alle gebruikers van grote computersystemen enorme problemen. Voor de Belastingdienst, maar net zo goed voor banken, multinationals en andere overheidsbedrijven. Die hebben (anders dan het midden- en kleinbedrijf) het probleem al lang in de peiling.

Een bank als ABN AMRO heeft een paar honderd miljoen gulden voor de eeuwwisselingsproblematiek gereserveerd; bij een gigant als de Shell loopt dat op tot meer dan een half miljard gulden. Bij de overheid is een jaar geleden de alarmbel gaan rinkelen; de Tweede Kamer werd eerder dit jaar wakker. Het was uitgerekend het Algemeen Ouderenverbond dat zich de komende computermisère aantrok.

Staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) gaf een geruststellend antwoord. Vorige maand kwam evenwel ook de VVD in het geweer en afgelopen week stond de staatssecretaris in het parlementaire vragenuurtje verontruste Kamerleden te woord. De bewindsman voelt zich maar zeer ten dele verantwoordelijk voor de wijze waarop overheidsdiensten zich op de eewwisseling voorbereiden. Ieder departement moet zelf zorgen dat het zijn zaakjes voor elkaar heeft en zijn deel van de kosten van in totaal een half miljard gulden draagt. Wel wil Kohnstamm in een coördinerende rol de ervaringen van de Belastingdienst en de Marine aan andere overheidsinstellingen doorgeven.

Beide organisaties lopen namelijk voorop met het aanpakken van de eeuwwisselingsproblematiek. Alle computerprogramma's moeten vaak regel voor regel worden doorgenomen; gemiddeld moet in één op de 150 regels een datum worden aangepast. Dat geldt voor alle 1000 systemen die bij de Belastingdienst in gebruik zijn. Op 1 januari 1999 denkt de dienst klaar te zijn met de aanpassing van haar computerprogramma's. Dan mag zowel de eeuwwisseling als de invoering van de euro voor de computers van de fiscus geen probleem opleveren. In de tussentijd doet de dienst alle zogenaamde DOS-programma's de deur uit om over te stappen op het besturingssysteem Windows. Voor het uitvoeren van het uitgebreide takenpakket heeft de fiscus 1400 informatici in dienst, net zo veel als Defensie. Op korte termijn trekt de Belastingdienst nog 150 nieuwe ervaren automatiseerders aan. Naar algemene verwachting vallen goede programmeurs niet meer aan te slepen als de eeuwwisseling nadert.

Tegen die tijd zal de Belastingdienst het leeuwendeel van haar communicatie gedigitaliseerd hebben; dat geldt ook voor externe communicatie. Mensen zonder eigen computerapparatuur komen zo gemakkelijk op een achterstand. Om die belastingbetalers tegemoet te komen wordt al gedacht aan fiscale communicatiezuilen op plaatsen als postkantoren en openbare bibliotheken. De zuil bevat een beeldscherm met tiptoetsen alsook een modem en een printer. Algemene en misschien ook persoonlijke informatie kan elektronisch worden opgehaald en de afdruk op papier kan mee naar huis worden genomen.

Toch beseft de dienst dat de digitalisering als keerzijde heeft dat de verschillen tussen mensen groter worden. Dat is niet alleen afhankelijk van de beschikbaarheid van computerapparatuur, maar ook van de vaardigheid in het daarmee omgaan. Hoewel men rechtsongelijkheid koste wat het kost wil voorkomen, is het onvermijdelijk dat gedigitaliseerde belastingbetalers voordeel hebben bij hun mogelijkheden tot snellere communicatie en informatie en ook snellere verwerking bijvoorbeeld van hun aangifte. Op het internetloket van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl) kan men al veel informatie verkrijgen. Volgend jaar komt er een speciaal loket voor startende ondernemers en ook een voor jongeren.

Ze hebben hun eigen stijl van leven, maar als het om fiscale zaken gaat hoeft de fiscus die stijl niet te kopiëren. Belasting betalen is een serieuze aangelegenheid en als je je als jongere daarmee inlaat, wil je ook serieus worden aangesproken. De Belastingdienst moet het niet leuker maken, maar liefst wel makkelijker.

    • Aertjan Grotenhuis