Dit is hèt moment voor multilaterale ambities

Over twee weken komen vrijwel alle grote handelsnaties van de wereld in Singapore bijeen voor de eerste politieke vergadering van de wereldhandelsorganisatie (WTO). In de eerste twee jaar van haar bestaan heeft de WTO al heel wat teweeggebracht.

Met name het nieuwe stelsel voor regeling van geschillen heeft gezorgd voor grotere voorspelbaarheid van en meer vertrouwen in de afhandeling van handelsconflicten. Dit is belangrijk omdat de WTO niet alleen streeft naar voortgaande liberalisatie, maar dit wil inbedden in een stelsel van regels en voorschriften waarmee alle lidstaten hebben ingestemd.

Alleen een dergelijke opzet is toegesneden op de steeds verdergaande integratie van de wereldeconomie. Dit proces van globalisering wekt enerzijds begrijpelijke onzekerheid, maar anderzijds zijn de nieuwe mogelijkheden in een meer geïntegreerde wereld evident.

Globalisering is vooral het gevolg van technologische veranderingen, van grote vorderingen op transport- en communicatiegebied, en van het sterk toegenomen kapitaal- en ideeënverkeer. Daarom is globalisering thans niet langer een optie, maar een feit, een realiteit die overal ter wereld haar weerslag vindt in het dagelijks leven van veruit de meeste mensen. Thans is het zaak een handelsstelsel te ontwerpen dat aanluit bij die globalisering.

In Singapore dienen de ministers uit meer dan 120 landen de gelegenheid te benutten om een politieke boodschap van vertrouwen in en steun aan het wereldhandelsstelsel uit te dragen en zich sterk te maken voor een actieplan dat marginalisering van de minst ontwikkelde landen moet voorkomen.

Deze nieuwe steunbetuiging is van het grootste belang. Immers, de lidstaten van de WTO hebben, door in te stemmen met de 27.000 bladzijden tekst van het akkoord waarmee de Uruguay-ronde is afgesloten en op grond waarvan deze instelling is opgericht, een revolutionaire prestatie geleverd. In dat akkoord staan afspraken over liberalisatie van de handel op terreinen die nog nooit op multilateraal niveau waren geregeld, zoals textiel, agrarische produkten en dienstverlening. Voor het eerst ook wordt intellectuele eigendom beschermd door regels die afdwingbaar zijn.

We hebben straks reden het vijftigjarig bestaan te vieren van het multilaterale handelsstelsel, dat een van de grote successen van het naoorlogse tijdperk is gebleken. Het stelsel is een krachtige motor geweest voor groei en ontwikkeling, en voor het ontstaan van een stabieler, coöperatiever klimaat in de internationale betrekkingen.

De WTO heeft nu 125 lidstaten en nog eens 28 landen willen zich graag aansluiten, waaronder China, Rusland, Oekraïne en Saoedi-Arabië. Nooit eerder hebben zoveel regeringen tegelijk lid willen worden van een internationale organisatie.

De agenda voor de vergadering in Singapore is zorgvuldig uitgebalanceerd, en weerspiegelt de politieke opvattingen van alle lidstaten. Ontwikkelingslanden en overgangseconomieën menen terecht dat de belangrijkste uitdaging zal uitgaan van de kolossale inspanningen die nodig zijn om de toezeggingen van de Uruguay-ronde te realiseren. Om de omvang van deze uitdaging aan te geven: met ingang van het jaar 2005 zullen alle ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO een zelfde bescherming van intellectuele eigendom bieden als de Verenigde Staten.

Echter, de volle aandacht wijden aan de uitvoering van het Uruguay-akkoord betekent, dat we daarnaast een vorm moeten zoeken voor een collectieve aanpak van het ambitieuze toekomstplan dat het akkoord omvat.

Dit deel van het proces is het aantrekkelijkst voor de geïndustrialiseerde landen, maar de te bespreken kwesties zijn van belang voor alle 125 lidstaten. De verschillen van inzicht betreffen vooral de termijnstelling. Dat is een detailkwestie, en we mogen niet toestaan dat die tot verzwakking leidt van de wezenlijke band die aan het eind van de Ururguay-ronde tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden is gesmeed.

De ministers zullen moeten aangeven wat onze aanpak moet zijn van kwesties als handel en investeringen of handel en concurrentie, met het oog op de toekomstige discussie over handel en milieu en de behoefte aan doorzichtiger regels voor overheidsbestedingen.

Dan is er nog het werk dat in Uruguay is blijven liggen, in het bijzonder de onderhandelingen over mondiale regels voor de handel in telecommunicatiediensten en financiële diensten. En even belangrijk als deze twee zijn de besprekingen over de opheffing, ultimo 2000, van handelsbarrières voor informatietechnologie, waaronder halfgeleiders, software en de meeste hardware. De Verenigde Staten, de Europese Unie, Canada en Japan hebben beloofd in Singapore tot afspraken te komen en een aantal andere belangrijke landen heeft belangstelling getoond voor deelname aan een Akkoord inzake Informatietechnologie (ITA).

De totstandkoming van een ITA zou een opmerkelijk succes zijn. De handel in informatietechnologie beloopt meer dan 400 miljard dollar, ongeveer evenveel als de wereldhandel in agrarische produkten. Als behalve een ITA vóór 15 februari tevens een akkoord inzake de handel in telecommunicatiediensten wordt bereikt, zou de basis zijn gelegd voor een toekomstig handelsbestel. Het betreft hier bij uitstek de technologieën van de 21ste eeuw, die van vitaal belang zijn voor de concurrentiepositie van alle landen. Een zo brede informatieverspreiding maakt onderwijs mogelijk op een schaal die twintig, en misschien zelfs tien jaar geleden nog voor onmogelijk werd gehouden.

De afgelopen twee decennia hebben een grote expansie van regionale vrijhandelszones te zien gegeven. De leiders van een meerderheid van de belangrijkste handelsnaties hebben al afgesproken dat de komende tien tot twintig jaar vrijhandelszones zullen ontstaan die het grootste deel van onze planeet omvatten: het grootste deel van Azië en de Stille Oceaan, Amerika van noord tot zuid, geheel Europa met het Middellandse Zeegebied - om slechts enkele van de belangrijkste initiatieven te noemen.

Slagen deze leiders in hun opzet, dan zijn we nog slechts een kleine stap verwijderd van mondiale vrijhandel. Tot dusver hebben de regionale akkoorden in het algemeen een positieve invloed op de liberalisatie, maar als men de logische consequentie, namelijk mondiale vrijhandel, ontkent, betekent dat van twee dingen één: ofwel onze regionale afspraken zijn inhoudsloos, ofwel we gedogen een wereld waarin alleen Afrika en delen van Azië buiten de vrijhandelsclub worden gehouden. Dit laatste is te voorkomen als we onze multilaterale aspiraties even hoog stellen als onze regionale en als we het regionalisme 'multilateraliseren', en niet omgekeerd.

In dit opzicht zal de ministersconferentie in Singapore van grote invloed zijn op het complexe proces dat ons wacht. De komende jaren moeten we beslissingen nemen die grote gevolgen zullen hebben voor de wijze waarop we het economische bestel van de 21ste eeuw vormgeven. Willen we een regionaal georiënteerd stelsel verdeeld over twee, drie of vier intercontineltale gebieden? Of zetten we het streven voort dat vijftig jaar geleden is geëntameerd door de oprichters van het multilaterale stelsel: de stichting van een universele vrijhandelszone gebaseerd op vaste regels en gewlijkwaardigheid?

Het antwoord op deze vraag heeft vergaande consequenties, niet alleen voor het wereldhandelsstelsel, maar ook voor de mondiale vrede en veiligheid.

    • Renato Ruggiero