Clarke's begroting houdt balans economie-politiek

LONDEN, 27 NOV. “Heilzaam.” “Voorzichtig.” Met die woorden prees de Britse minister van Financiën Kenneth Clarke gisteren zijn eigen begroting.

En de financiële markten murmelden hem na: “Voorzichtig, heilzaam.” Omdat hij de economische voorspoed van Groot-Brittannië met een forse belastingverlaging had kunnen torpederen. Omdat zijn voorgangers tijdens zeventien jaar Conservatieve regering de politiek veel sterker hadden laten prevaleren in hun laatste begroting voor verkiezingen. Britse financiële markten zijn zo gewend aan financieel wanbeheer van de regering dat ze over een begin van prudentie al geestdriftig zijn.

Het nationaal huishoudboekje dat Clarke gisteren presenteerde - uitgaven: 319 miljard pond, inkomsten 299,4 miljard pond - is wel degelijk een verkiezingsbegroting. De zwevende kiezers die bij een stemming straks de doorslag zullen geven, worden gepaaid met een belastingverlaging die de staat zich eigenlijk niet kan permitteren. Omdat onderwijs, volksgezondheid en openbare orde bovenaan hun prioriteitenlijst staan, krijgen die sectoren extra middelen. Ten koste van sociale zekerheid, lokale overheid en transport waar electoraal toch weinig winst te halen valt.

Deze verkiezingsbegroting is geen Sinterklaas-begroting. Clarke weet dat weggevertjes anno 1996 bij de wantrouwige kiezers als een boemerang werken. Ze herinneren zich nog maar al te goed de belastingverlaging van Nigel Lawson in 1987 die tot de zwaarste recessie sinds de jaren dertig leidde. Levendig staat hun ook nog voor de geest hoe de belastingverlaging van Norman Lamont in 1992 moest worden rechtgetrokken door een stroom van belastingverhogingen. Ze hebben hun bekomst van cadeautjes waarvoor later de dubbele prijs moet worden betaald.

Een Conservatieve regering die herkozen wil worden, heeft er alle belang bij om zich als een verstandige schatbewaarder te profileren. Straatvechter Clarke heeft dat de afgelopen jaren met verve gedaan. Hij trotseerde de woede van de rechtervleugel binnen de Tories door de roep om een forse belastingverlaging te negeren. De gezondheid van de Britse economie en de staatsfinanciën stonden voorop, zei Clarke bij herhaling. Daarna moest het welzijn van onderwijs en volksgezondheid worden veiliggesteld.

Alleen als er dan nog financiële ruimte overbleef, wenste hij over te gaan tot belastingverlaging. “Een belastingverlaging moet voor de huishoudens zijn”, was zijn adagium. Maar hij voelde er ook niks voor om het lot van Labour-minister Roy Jenkins te volgen die een 'heilzame, voorzichtige' begroting in 1970 met het verlies van de verkiezingen moest bekopen. Clarke's begroting draagt dan ook de sporen van een koorddans tussen politiek en economie.

Clarke heeft de verleiding tot een belastingverlaging niet kunnen weerstaan. Hij weet dat kiezers tweeslachtige wezens zijn. Ze willen gerustgesteld worden dat de economie wijs beheerd wordt. Ze willen ook meer geld om te consumeren. De bewindsman heeft met zijn begroting beide tegenstrijdige belangen proberen te bevredigen. Een verlaging van de inkomstenbelasting die de natie twee miljard pond kost, is net genoeg om burgers het idee te geven dat ze erop vooruitgaan. Een verhoging van indirecte belastingen, zoals op benzine, sigaretten, verzekeringen, luchtvervoer, doet tweederde van dat voordeel sluipend weer teniet.

Die verschuiving van directe naar indirecte belastingen past in de traditie die de Conservatieven hebben gevestigd sinds ze in 1979 aan het bewind kwamen. Ze verlaagden het belastingpercentage voor de hoogste inkomens van 83 naar 40 procent. En ook het standaardtarief voor de middeninkomens daalde tot 23 procent volgend jaar. Maar per saldo bleef de belastingdruk de afgelopen zeventien jaar vrijwel gelijk. Het belastingsysteem werd alleen minder progressief en de kloof tussen arm en rijk werd vergroot.

Clarke zei gisteren dat hij had gekozen voor aantrekking van fiscaal beleid om verscherping van het monetair beleid te voorkomen. Geen forse belastingverhoging om het gevaar van nieuwe rentestijgingen te verkleinen. Maar conservatieve economen zoals Martin Weale, directeur van het National Institute of Economic and Social Research, oordeelden gisteren onmiddellijk dat de minister niet ver genoeg is gegaan. Ook het Britse zakenblad The Economist had er vorige week al op gewezen dat 's lands economie met een belastingverhoging het best was gediend.

Clarke's begroting is gebaseerd op een aantal optimistische prognoses. In dit droomscenario gaat tovenaarsleerling Clarke de komende drie jaar ook nog uit van zeven miljard pond aan overheidsbezuinigingen die volgens sommige economen hoogst twijfelachtig zijn. Zij zien alarmerende overeenkomsten met Lawsons rampzalige begroting van acht jaar geleden die destijds ook als 'heilzaam' en 'voorzichtig' werd begroet.

    • Dick Wittenberg