Ambachtsschool terug van weggeweest

Een scheiding der geesten tekent zich af in het voorbereidend beroepsonderwijs. Moet de nadruk liggen op praktijklessen of juist op de algemene vormende vakken? De ambachtsschool herleeft.

CAPELLE A/D IJSSEL, 27 NOV. Nooit had Michel van der Stokkem (16) verwacht dat hij nog met plezier naar school zou gaan. Twee jaar basisvorming met tweeën voor Engels en vijven voor andere leervakken - alleen een “achterlijke gladiool kickt daarop”. Maar sinds hij dit schooljaar koos voor metaal, werd alles anders. Hij maakt klimrekken en driewielers, krijgt Engels over metalen constructies. “En ik heb ook al een baas voor als ik over anderhalf jaar mijn diploma heb”, lacht Michel. Een constructiebedrijf aan de overkant van de school. “Ik sjees elke dag naar school, toch mees?”

De afdeling metaal bloeit, glundert zijn 'meester', T. Jacobs op het technisch IJsselcollege in Capelle aan den IJssel. Meer leerlingen dan ooit kiezen op zijn school na de tweede klas (individueel) voorbereidend beroepsonderwijs voor mechanische techniek. Dankzij een adoptieproject van de metaalbranche, meent de praktijkdocent. Sinds augustus gaat niet eenderde maar de helft van het wekelijkse lesrooster op aan praktijk. En vrees voor vuile handen is verleden tijd. Computergestuurde draai- en freesbanken hebben de vette geur van olie en slijpsel verdrongen. Een succesformule, vindt Jacobs. “Ik wou dat we hier veel eerder mee waren begonnen.”

De ambachtsschool is terug, onder de naam technisch college. Vijf middelbare scholen in Capelle, Nijmegen, Tilburg, Bolsward en Rijssen hebben op hun afdeling metaal voor leerlingen uit het voorbereidend beroepsonderwijs meer plek ingeruimd voor vaklessen. Komend schooljaar volgen nog vijf scholen. Initiatiefnemer is de FME-CWM, de werkgevers in de metaal- en elektrosector. Samen met de vakbonden stellen de werkgevers de technische colleges twee jaar lang in totaal vier miljoen gulden beschikbaar om het metaalvak nieuw leven in te blazen. Met leermeesters uit bedrijven, moderne lastechnieken en stages, maar ook met discipline, bedrijfsexcursies en niet te vergeten: 'kennisvakken vanuit de praktijk'. Dat betekent dat leerlingen bij het vak Nederlands sollicitatiebrieven leren schrijven en bij wiskunde rondsjouwen met een kruiwagen om in te zien wat een kubieke meter betekent.

Het is hoog tijd voor meer nadruk op vakmanschap, oordeelt de FME. Het huidige 'theoretisch' voorbereidend beroepsonderwijs ontmoedigt - eenderde van de scholieren haalt geen diploma. Ook leveren de afdelingen in de ogen van FME gemankeerde leerlingen metaal af - zes van de tien gediplomeerden haken alsnog af als ze doorleren op de bedrijfs- of streekschool. En tenslotte holt de belangstelling voor metaal op scholen achteruit, terwijl er binnen de vergrijzende sector meer dan voldoende werk is. Het CBS signaleert dat het leerlingental in tien jaar tijd bijna is gehalveerd tot 12.185 scholieren metaal vorig schooljaar.

Intussen houdt verantwoordelijk staatssecretaris T. Netelenbos de technische colleges nauwlettend in de gaten. Als ze zich niet aan de regels houden, is het zo afgelopen, heeft ze gewaarschuwd. Want de middelbare school is er niet voor het bedrijfsleven, vindt ze, indachtig de woorden van Thorbecke die de ambachtsschool afkeurde als zou het onderwijs “afrigten op de industrie”. Sterker, in de vernieuwde eindexamenprogramma's krijgen ook de leerlingen met gouden handjes vanaf het jaar 2000 meer brede algemene vaardigheden en minder praktijk, zelfs in de zogeheten 'beroepsgerichte leerweg'. Geen werknemer dient zijn arbeidzaam leven nog bij eenzelfde baas, motiveert Netelenbos die keuze, algemene kennis is onontbeerlijk. En dat vak? Dat leren de kinderen in haar ogen als ze doorleren.

In hoeverre de afdelingen metaal deze vernieuwing overleven, hangt van de scholen af. Maar de staatssecretaris zelf verkiest een algemenere sector techniek boven speciale afdelingen zoals metaal. Ook de Algemene Besturenbond in het Beroepsonderwijs (ABB) geeft de technische colleges weinig kans als ze niet “wat breder gaan”. Een flinke stap terug, zo omschrijft ABB-bestuurssecretaris H. Lans het technisch college dat door de FME-CWM provocerend de nieuwe ambachtsschool is genoemd. Klinkt sinds de Mammoetwet in de jaren zestig niet een roep om bredere middelbare schoolopleidingen in plaats van vakgerichte, vraagt de secretaris zich af. En is de LTS daarom in 1992 niet vervangen door het veel algemenere voorbereidend beroepsonderwijs? “Het is ronduit achterlijk dat leerlingen op het technisch college bij Nederlands weer vooral vaktermen leren”, briest Lans. “Dan span je het paard achter de wagen. Maak mij niet wijs dat jongeren daar happy van worden.”

Op technisch college Reggesteyn in Rijssen schudt praktijkdocent W. van de Merwe het hoofd. Daar heb je ze weer, zegt hij, de beleidsmakers die omwille van hun idealen de werkelijkheid terzijde schuiven. Want hij heeft “nou eenmaal jongens die niets liever doen dan hun handjes laten wapperen”. Als je daar niet op inspeelt, “krijgen ze de balen van school”, ervaart de praktijkdocent. Gevolg: ze kiezen bouwtechniek, “want daar kan je mooi mee beunhazen”, of erger: ze stoppen met school. En dat laatste zal op een technisch college niet gauw gebeuren, verzekert directeur R. Hanson van het Novacollege in Amsterdam. “Want bij ons is het beroepsonderwijs geen dropout-fabriek meer.”

De FME-CWM liet zich inspireren door een metaalproject dat het Novacollege in 1994 begon samen met de gemeente Amsterdam en bedrijven als Eurometaal en Fokker. Niet zonder succes. Negen van de dertien eindexamenleerlingen zijn vorig jaar doorgestroomd naar streekschool of bedrijfschool, één werd deurenafhanger, een ander pijpenbuiger en twee doen een jaartje over. De leerlingen gaan van half negen tot half vijf naar school, en staan onder leiding van een ploegbaas van Stork Wescom en een klasgenoot als 'hoofdman'. Andere afdelingen op het Nova volgden het voorbeeld: vorig schooljaar bouwtechniek, dit jaar elektrotechniek en horeca.

Schooldirecteur Hanson is opgetogen. Voor zijn doelgroep - 99 procent is allochtoon - werken de projecten emanciperend, ervaart hij, terwijl “vroeger niemand doorstudeerde en ze bij bosjes afdropten”. Het steekt hem dat Netelenbos daar in haar examenprogramma's “nul rekening mee houdt”. Ze miskent dat sommige leerlingen nu eenmaal liever een vak leren dan zich in geschiedenis verdiepen, aldus Hanson, en ze gaat ook voorbij aan de alledaagse behoefte aan vaklieden. “Die maakbaarheidsidealen zijn uit. De politiek kan er niet omheen dat vakmanschap steeds waardevoller wordt. Ga maar na: een doktersbezoek kost tegenwoordig 35 gulden, terwijl een loodgieter 125 gulden vraagt als hij voor moet komen rijden.”

Samen met de gemeente heeft Hanson zijn plan getrokken. De praktijkprojecten zullen zijn school blijven “opliften”, ook na 2000. Netelenbos spreekt “gelukkig met een dubbele tong”, lacht de directeur. Aan de ene kant hamert ze in de nieuwe examenprogramma's op brede algemene vorming, aan de andere kant laat ze gemeenten steeds meer ruimte voor eigen beslissingen. “Nou, dan ben ik blij dat wij in Amsterdam staan. Kunnen we tenminste samen met de gemeenten en de bedrijven deze jongens redden. En hoeven we ze niet halverwege het bos in te sturen.”