Valse zekerheid van fondsvorming

Twee weken geleden baarden woordvoerders van de paarse coalitiepartijen enig opzien met hun pleidooi de AOW in de toekomst gedeeltelijk te financieren uit een nog te vormen spaarpot.

Tot nu toe wordt het voor de AOW-uitkeringen benodigde geld jaarlijks omgeslagen over de premieplichtigen. Dit omslagstelsel zal zonder nadere ingrepen bezwijken, lang voordat het aandeel van de ouderen in de bevolking is toegenomen tot de verwachte 25 procent in het jaar 2035. Dat velen zich ernstige zorgen maken over hun AOW is begrijpelijk, aangezien de koopkracht van het staatspensioen sinds 1980 al twintig procent is achtergebleven bij die van de door werkenden verdiende inkomens. Hoe zal dat gaan, wanneer de vergrijzing werkelijk toeslaat?

De overstap van omslagfinanciering op kapitaaldekking is duidelijk bedoeld om de kiezers gerust te stellen. Mochten jongeren in de volgende eeuw niet bereid zijn de als gevolg van de vergrijzing sterk oplopende omslagpremie te voldoen, dan kan voor de AOW-uitkeringen immers uit het beschikbare spaarfonds worden geput. Om het fonds te vullen, willen de voorstanders een deel van de toekomstige groei van de belastingopbrengsten reserveren. Deze 'beclaimde' meeropbrengst is niet langer beschikbaar als dekking voor andere overheidsuitgaven. Deze meeropbrengst is straks evenmin beschikbaar om de belastingtarieven te verlagen. Ten slotte zouden volgende kabinetten de uitgaven en belastingtarieven ongewijzigd kunnen laten. Een extra groei van de belastingontvangsten doet dan het begrotingstekort dalen, zodat de staatsschuld minder snel toeneemt. Dat is zeer gewenst.

Bij een lang volgehouden tekort- en schuldvermindering zal de rentelast namelijk halveren van zes tot drie procent van het nationale inkomen. Zo valt op den duur drie procent van het nationale inkomen vrij om de toekomstige uitgavenstijging van de AOW te dekken. Dit scenario schetste het kabinet in de laatste Miljoenennota. Daarbij blijft het onzeker of de ruimte die vrijkomt als gevolg van dalende rentelasten in de (verre) toekomst daadwerkelijk voor de AOW-uitkeringen wordt bestemd.

De paarse kamerleden willen die zekerheid scheppen door dadelijk een deel van de groeiende belastingopbrengst af te zonderen in een fonds. Het gevolg van deze nieuwe uitgavenpost is dat ruimte voor andere uitgaven ontbreekt, dat een mogelijke belastingverlaging achterwege blijft of dat staatsschuld en rentelasten minder snel dalen. Het fonds zou de ontvangen middelen uitsluitend in staatsobligaties mogen beleggen. Tegenover de hoog blijvende bruto staatsschuld bezit de overheid nu een fonds met een steeds vollere portefeuille staatsobligaties.

Netto daalt de schuld dus wel. Dat blijkt wanneer het 'grijsfonds' op de staatsbalans wordt gezet. De schuldvordering van het fonds kan worden weggestreept tegen een gelijk bedrag aan uitstaande staatsobligaties. In wezen is er maar één verschil met het scenario van het kabinet. Bij een dalende netto schuld reserveert het paarse plan bij voorbaat tientallen miljarden voor de AOW, terwijl de bruto rentelasten hoog blijven. Wordt het fonds in de volgende eeuw geliquideerd, door de obligaties aan derden te verkopen, dan stijgt de netto staatsschuld overigens rap.

Minister Melkert heeft tijdens het kamerdebat toegezegd dat hij de suggestie voor het grijsfonds zal bestuderen. Hopelijk prikken zijn ambtenaren de paarse zeepbel door. Het is onverstandig de toekomstige begroting via de vorming van een omvangrijk fonds dicht te spijkeren. Latere generaties moeten in vrijheid kunnen beslissen hoeveel zij willen uitgeven voor het basispensioen, gezondheidszorg en tal van andere prioriteiten. Komende kabinetten moeten de baten van deze uitgaven tevens afwegen tegen de daarvoor noodzakelijke belastingoffers.

Bovendien schept fondsvorming valse zekerheid. Bij een tegenvallende economische groei zullen de lasten van de AOW scherp oplopen, maar ontbreken de middelen om het spaarvarken vet te mesten. Bovendien dient het fonds alle middelen te beleggen in staatsobligaties. Die hebben een relatief laag rendement, en zijn het meest kwetsbaar voor waardeverlies door inflatie. Komt de nood aan de man, dan zullen politici voorts niet schromen middelen aan het grijsfonds te onttrekken om de noden van de dag te lenigen. Er is een treurig precedent. In de jaren tachtig hebben kabinet en parlement eendrachtig het pensioenfonds van de ambtenaren leeggezogen door op de premieafdrachten een bedrag van in totaal 22 miljard te bezuinigen. Hierdoor was het Algemeen burgerlijk pensioenfonds bij zijn verzelfstandiging in 1996 ernstig verzwakt.

De prijs die voor de valse zekerheid van een grijsfonds wordt betaald is hoog: tekort, staatsschuld en rentelasten dalen minder en de belastingtarieven blijven nodeloos hoog. Nederland spaart al voldoende voor later. De toekomstige groei van de belastingontvangsten ware daarom te bestemmen voor tekortreductie en verlichting van de hoge lasten op arbeid.

Een week geleden stelde het PvdA-kamerlid Van Zijl in NRC Handelsblad dat ik hiermee een 'wonderlijke draai' maak. Ik zou vorig jaar in het samen met Frans Nypels geschreven boek Tijdbom ook voor fondsvorming hebben gepleit. Dit is een misverstand. Wij noemen deze optie inderdaad 'goed verdedigbaar', mits het fonds zou worden gevuld door ook 65-plussers voortaan AOW-premie te laten betalen. Wij stellen vervolgens vast dat deze optie door maatschappelijk verzet onhaalbaar is. Vandaar dat Nypels en ik in het slothoofdstuk van Tijdbom twee andere maatregelen voorstellen: geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar en invoering van AOW-premieheffing over het inkomen dat bejaarden naast hun staatspensioen genieten (voor zover dit valt in de eerste schijf van het belastingtarief). Beide maatregelen samen maken het mogelijk de AOW-premie vrijwel te stabiliseren op het huidige niveau, ondanks de sterke groei van het aantal ouderen in de eerste helft van de 21ste eeuw. Bij deze aanpak valt een rechtstreekse vermindering van de staatsschuld te combineren met een AOW-uitkering die blijvend de cao-lonen volgt, zonder dat vooraf een miljardenclaim is gelegd op toekomstige begrotingen.

    • Flip de Kam