Rabo-geld in Zwarte Aarde

ZEIST/UTRECHT, 26 NOV. Het gebied van de Zwarte Aarde in het zuiden van Rusland - genoemd naar de kleur van de gronden - staat bekend als uiterst vruchtbaar.

De regio telt talloze ondernemingen in onder meer de voedselverwerking, die de invoering van de vrije markt in Rusland hebben weten te overleven. “Er wordt wel gezegd dat Russen geen goede managers zijn, maar wie een bedrijf overeind houdt in deze moeilijke politieke en economische situatie met voortdurend veranderende wetten, die kan echt wel managen”, verklaart consultant M. Hendriks.

De Rabobank, die de ambitie heeft een van de belangrijkste agri-banken ter wereld te worden, gaat in dit gebied met een consortium investeren in kleine en middelgrote ondernemingen. De Nederlandse bank heeft vanmiddag een contract getekend met de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) voor het management van het daarvoor opgerichte Rabobank Black Earth Regional Venture Fund.

“Het is voor ons een aantrekkelijke manier om ervaring op te doen met venture capital-projecten in Oost-Europa. Met de EBRD hebben we al meer projecten”, zegt woordvoerder J. Dost van de Rabo. De Rabobank besteedt de komende jaren 100 miljoen dollar om jaarlijks twee bankkantoren te kunnen openen in de regio. “We concentreren ons in de wereldwijde niche-strategie op bedrijven die voorzien in de primaire behoeften van consumenten, zoals voedsel en ook gezondheidszorg”, zegt Dost.

Het Black Earth-fonds investeert in ondernemingen die door hun voor Russische begrippen geringe omvang (200 tot 5.000 werknemers) buiten het bereik van andere financiers blijven. “Het gaat om particuliere en geprivatiseerde ondernemingen die nu na een jaar of drie verder moeten groeien”, zegt Hendriks van het deelnemende adviesbureau EWIC/Larive.

Voor deze ondernemingen is het verkrijgen van kapitaal een probleem. “Lokale banken kunnen alleen heel kort lenen. Buitenlandse verstrekkers van risicokapitaal doen liever grotere deals, omdat de kosten voor een deal van 5 miljoen dollar net zo hoog zijn als voor een van 1 miljoen”, vertelt Hendriks. Met investeringen van 300.000 tot 3 miljoen dollar kiest het Zwarte Aarde-fonds bewust voor deze kleinere transacties. Dat is mogelijk doordat de kosten voor het boekenonderzoek worden gedragen door de Europese Unie, die via de zogeheten Tacis-gelden 20 miljoen dollar geeft voor onder meer juristen en accountants.

Pag.17: Prikkel voor eigen voedingsindustrie

Het Zwarte Aarde-consortium selecteert de investeringen, waarvoor in totaal 33 miljoen dollar beschikbaar is. Het leeuwendeel van dit bedrag, 30 miljoen dollar, komt van de EBRD. De rest van dit geld is afkomstig van het consortium, dat steeds voor 10 procent meedoet met elke investering. “Het gaat de Rabo primair om zo goed mogelijke besteding van de EBRD-gelden, niet om het halen van grote rendementen”, licht Rabo-woordvoerder Dost toe. “De 10 procents-deelneming van het consortium is de gebruikelijke cementering van de overeenkomst met de EBRD.”

Het consortium staat onder leiding van de Rabo. Andere deelnemers zijn het adviesbureau EWIC/Larive, de Gewestelijke Investeringsmaatschapij Vlaanderen (GIMV), die al ervaring heeft in Kazachstan, en Corpeq Ventures, het beleggingsvehikel van de industrieel Hans Vreeman, tevens de lokale directeur van het fonds.

In Rusland zijn tot halverwege 1994 ongeveer 15.000 bedrijven geprivatiseerd, waarvan een groot deel volgens Hendriks “ten dode zijn opgeschreven”. De EBRD heeft na uitgebreid onderzoek twaalf regio's geselecteerd waar fondsen de bedrijven met overlevingskansen van risico-kapitaal zouden moeten voorzien. Duitse, Britse, Japanse en Franse financiers hebben er al elf voor hun rekening genomen. Het Zwarte Aarde-fonds is het laatste in de rij en mocht worden opgezet door EWIC/Larive.

Het gebied van de Zwarte Aarde is ruim vier keer zo groot als Nederland en telt bijna acht miljoen inwoners. De belangrijkste economische actviteit is de produktie van staal, maar die is gezien de omvang van de conglomeraten niet aantrekkelijk voor de Rabo. Dat geldt wel voor de voedsel- en drankindustrie - waaronder veel verwerkers van suikerbieten en zonnebloempitten - die goed is voor de 20 procent van de regionale economie. “We zullen veel gaan doen in foodprocessing, want het gebied is heel vruchtbaar. Moskou importeert nu nog 70 procent van zijn voedsel uit het buitenland, maar je mag aannemen dat op termijn meer uit Rusland komt. Rabo kan daarbij als een van de grootste agri-banken ter wereld veel betekenen”, verwacht Hendriks. Andere mogelijkheden zijn meubelmakers en drukkerijen. “Er gaan miljoenen om voor reclamecampagnes. Nu laten de grote reclamebureaus in Moskou hun folders veelal drukken in bijvoorbeeld Finland, maar dat moet hier toch ook kunnen.”

Naar schatting zullen de komende jaren ruim duizend bedrijven in de Zwarte Aarde-regio worden bekeken, in alle bedrijfstakken, behalve in de door de EBRD taboe verklaarde wapen-, tabak- en wodka-industrie. “Doordat bedrijven onderling allerlei schulden hebben, dragen toeleveranciers een hoog risicoprofiel. Wij concentreren ons daarom op bedrijven die dicht bij de consument zitten”, vat Hendriks samen.

Daarbinnen onderscheidt het fonds weer drie soorten bedrijven, zegt Hendriks: “Allereerst bedrijven met goede assets en een slecht management, zoals een fabriek van oliepijpen die ik laatst heb gezien. Die heeft goede produkten en mooie machines: na een turn around kun je hiermee vier, vijf keer 'over de kop gaan'. Dan heb je nog bedrijven die zijn afgesplitst van conglomeraten en het soort bedrijven dat wordt begonnen door jonge ondernemers, die rijk zijn geworden in bijvoorbeeld de handel en die nu iets willen doen in de industriële produktie. Met deze laatste categorie moet je het meest oppassen, want het gaat vaak om snelle jongens.”

De Rabo garandeert niet alleen het Zwarte Aarde-fonds, maar verstrekt mogelijk ook leningen aan ondernemingen waarin de EBRD investeert. Op termijn bekijken de Rabo en de EBRD of het fonds moet worden opengesteld voor derden om het kapitaal uit te breiden. Dost verklaart: “Het gaat daarbij om de eventuele toetreding van participatiemaatschappijen, niet om die van particulieren. Het Black Earth-fonds wordt geen open end-beleggingsfonds.”

    • Karel Berkhout