Pro Patria op weg naar Sydney zonder hulp bond

Turnvereniging Pro Patria gaf zaterdag het startschot van haar Olympisch Project: in 2000 naar Sydney. De bond bekijkt het 'snelkokerproject' met argusogen.

ZOETERMEER, 26 NOV. “Concurrenten?” Leonie Marzouk en Patricia Timmer kijken elkaar aarzelend aan. De veertienjarige turnsters van Pro Patria behoren tot de besten in Nederland en wisselen elkaar voortdurend af op de erepodia bij prijsuitreikingen. Het duurt dan ook even voordat de turnsters professioneel antwoorden dat jaloezie onder clubgenoten eigenlijk niet kan.

Marzouk en Timmer maken deel uit van de selectie van het 'Olympisch Project' van hun vereniging. Fulltime-trainers, medische zorg, stages, dieet-begeleiding en afspraken met scholen moeten ervoor zorgen dat een kleine selectie turnsters van Pro Patria over vier jaar in Sydney aan de Olympische Spelen kan meedoen. De kosten van het project bedragen jaarlijks ongeveer 250.000 gulden. Geld dat de vereniging probeert binnen te halen via sponsors.

“We staan op een breekpunt”, zegt trainer Frank Louter van Pro Patria. “Het ondersteuningsbeleid van de bond gaat ons lang niet snel genoeg. Daarom zijn we van plan het zelf te doen. Niet om de bond af te katten, maar omdat we denken dat we het zelf beter kunnen.” De turnvereniging uit Zoetermeer is al jaren zeer succesvol. Bij de Nederlandse kampioenschappen bezetten de turnsters van Pro Patria in bijna alle categorieën de eerste plaats.

Het olympisch project van Pro Patria is ambitieus van opzet. Elvira Becks was de enige Nederlandse turnster die meedeed aan de Spelen in Barcelona in 1992. Topturnen is in Nederland van oudsher een omstreden sportbeoefening. Het turninternaat Papendal bij Arnhem kwam regelmatig negatief in het nieuws. De turnende kinderen zouden worden gedrild en te ver van hun ouders wonen. Daarom besloot de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB) enkele jaren geleden het internaat te ontmantelen. De bond ging voortaan werken met landelijke steunpunten, zodat talenten uit de regio dichter bij huis kunnen trainen.

Volgens bestuurslid W.J. Uylenbroek, verantwoordelijk voor het topturnen bij de KNGB, staat het project van Pro Patria haaks op het huidige bondsbeleid. “Wij streven naar decentralisatie en willen ons niet alleen met toppertjes bemoeien. Dit is een snelkokerproject. In korte tijd probeert Pro Patria met een groepje toppers snel resultaat te boeken. Het staat haaks op ons beleid, daarom geven we geen financiële steun.”

Ron Lamboo, voormalig Nederlands turnkampioen en bestuurslid van Pro Patria, toont weinig enthousiasme voor het topsportbeleid van de bond. “In dit land krijg je moeilijk iets voor elkaar. Dat komt vooral omdat we in turnminnend Nederland weinig respect voor elkaar hebben. Als een turnster van Pro Patria een dubbele salto met schroef maakt, hoor je alleen maar kritiek. 'Kijk eens hoe ze neerkomt.' Of: 'wat wil je met dertig uur trainen per week'. Niemand krijgt uit zijn strot: wat goed.”

Bij Pro Patria laten ze zich door negativisme niet uit het veld slaan. Ton du Burck, leider van het olympisch project, is optimistisch gestemd. “Presteren mag weer in Nederland en turnen is in. Bij de Olympische Spelen in Atlanta was turnen de best bekeken sport.” Du Burck zegt veel opgestoken te hebben van de successen van de Nederlandse roeiers en de zwemmers van PSV Eindhoven. “Zij zijn er ook in geslaagd zonder de bond tot prestaties te komen.”

Door het project van hun vereniging kunnen Marzouk en Timmer zich op professioneel niveau op de Spelen in Sydney voorbereiden. De twee meisjes hebben een overladen dagelijks programma. Ze trainen dertig uur per week. Tijd voor vriendinnetjes en feesten is er niet. Om zes uur gaat de wekker, dan is het huiswerk maken, turnen, naar school, turnen, huiswerk maken en de dag zit erop.

Patricia Timmer is zelfs zo bezeten van haar sport dat ze aan niets anders denkt. Het enige waar ze altijd tijd voor vrij maakt, is voor Goede Tijden, Slechte Tijden. Ze beseft veel voor haar sport over te moeten hebben. “Maar het is flauwekul als mensen denken dat we zielig zijn. Ik vind hard werken juist leuk.”

    • Rianne Kofman