Meeklappen met Carnegie Hall Jazz Band

Concert: The Carnegie Hall Jazz Band o.l.v. Jon Faddis met Denise Jannah (vocaal). Gehoord: 25/11 Concertgebouw, Amsterdam.

De professionele big bands in de huidige jazzscene hebben één ding met elkaar gemeen: voor een continu bestaan zijn ze veel te duur. Schudt er iemand met een zak(je) geld dan worden ze door de leider haastig heropgericht met musici die op dat moment vrij zijn. Een aldus bemand orkest is de Carnegie Hall Jazz Band van trompettist Jon Faddis die sinds '92 bij vlagen van zich laat horen. Dus waren er ook gisteren weer nieuwe gezichten, niet alleen vergeleken met de Blue Note cd uit '95 maar ook met de lichting die afgelopen zomer optrad op het North Sea Jazz Festival. Dat deze personele mutaties in het algemeen niet tot rampen leiden, ligt aan het uitgangspunt van het orkest. Het wil namelijk een zogenaamde repertoir-band zijn, gespecialiseerd in het spelen van bekende stukken, weliswaar voor de band bewerkt, maar niet opgehangen aan bepaalde solisten.

Dat deze keus bepaalde composities uitsluit werd in het Concertgebouw pijnlijk duidelijk toen de band zich waagde aan A flower is a lovesome thing, een beroemde showcase voor altsaxonist Johnny Hodges in het Ellington orkest uit de jaren '60. De ongelukkige Jerry Dodgion die in dit stuk de solobeurt had bleek niets van Johnny Hodges en slechts weinig met het stuk te hebben waardoor het bloempje halstarrig weigerde te geuren. In de up-tempo compositie Johnny come lately, ook uit de Ellington-hoek, en de Count Basie-favoriet Shiny stockings overtuigde de band meer, omdat die minder kleven aan solisten.

Als Jon Faddis door zijn afwijkende kledij - een Oosters prinsenpakje met plusfour en lakschoentjes - nog niet duidelijk had gemaakt dat hij de baas van het orkest was, dan waren het wel de stratosferisch hoge solo's die hij in de beide stukken speelde. Nog effectiever, in elk geval constructiever, waren zijn bijdragen als lead-trompettist, soms ruim een octaaf boven de rest van de sectie.

Na de pauze daalde gaandeweg weliswaar het peil, maar werd het navenant wel steeds gezelliger. Vier standards met zangeres Denise Jannah als gast, eindeloos doorgegeven bossen bloemen, Happy birthday voor iemand uit het publiek, nog nichteriger 'body language' van Jon Faddis en tot slot een langzame blues waarop iedereen onbezorgd mee kon klappen, het leek verdorie wel een feestje. Met als onontkoombare conclusie dat die jazz absoluut geen 'rotzooi' is zoals het woordenboek meldt, maar eindeloos gezellige muziek, ook voor maandagavond van acht tot half elf.

    • Frans van Leeuwen