Kleine EMU

A. Szasz heeft het bij het rechte eind in zijn pleidooi dat een kleine EMU nu het beste begin is (NRC HANDELSBLAD, 16 november). Drie jaar geleden was Frits Bolkestein op dezelfde pagina al tot een soortgelijke conclusie gekomen.

Destijds werd hèm verweten 'euro-sceptisch en euro-sarcastisch voor het Europa-orkest uit te lopen'. Bolkestein realiseerde zich echter terecht dat, na het debacle met het Europese monetaire stelsel, een vergrote D-markzone het enige realistische doel vormde, de enige weg die de EU naar een monetaire unie kon en zou leiden. Szasz plaatst dezelfde problematiek in een hedendaags jasje. Een kleine monetaire unie is nu een reëlere optie, equivalent van het idee van een vergrote D-mark-zone destijds. Het jasje is niet relevant; belangrijke constatering van beide heren is dat alleen een EMU die homogeen en klein begint niet zal smoren in een oeverloos debat tussen een door de te snelle verbreding te groot geworden aantal lidstaten. Met name het uitsluiten van financieel onstabiele (zuidelijke) en onwillige (UK)-lidstaten is bij het in gang zetten van de monetaire eenwording van doorslaggevend belang. Bolkestein en Szasz zijn daarmee niet euro-sceptisch. Noch zijn zij euro-sarcastisch. Als twee van de weinigen zijn zij de ware Europeanen en spelen zij in het Europa-orkest niet domweg wat er op hun notenbalk staat voorgeschreven.

    • `S Hertogenbosch
    • B. Beckers