Irak en VN akkoord over olieregeling

NEW YORK/ BAGDAD, 26 NOV. Irak en de Verenigde Naties hebben overeenstemming bereikt over de modaliteiten van de olie-voor-voedsel regeling die Bagdad in staat moet stellen voor het eerst sinds meer dan zes jaar weer olie te verkopen.

Dat is gisteren in New York meegedeeld door de Iraakse VN-ambassadeur, Nizar Hamdoon. Het nieuws werd meteen verwelkomd door de Amerikaanse VN-amabassadeur, Madeleine Albright.

Volgens deze regeling mag Irak onder strikte voorwaarden over een periode van zes maanden voor twee miljard dollar olie leveren. De regeling kan met eenzelfde periode worden verlengd. De sanctiecommissie van de Veiligheidsraad van de VN buigt zich morgen over het mechanisme om de Iraakse olieprijs te fixeren, waarmee het laatste politieke obstakel wordt weggenomen. De VS hadden deze bijeenkomst tot dusverre tegengehouden.

De termijnmarkt in New York reageerde gisteravond op de aankondiging met een prijsdaling met 42 dollarcent per vat voor de toonaangevende Amerikaanse oliesoort West Texas Intermediate. Per vat (159 liter) werd een prijs van 22.61 dollar genoteerd. In Londen (termijnmarkt) daalde de prijs voor Brent (Noordzee-olie) met 41 cent per vat, tot 22,62 dollar per vat. Irak was tot zijn bezetting van Koeweit, die tot de afkondiging van een alomvattend internationale handelsembargo tegen Bagdad leidde, een van de grootste olie-exporteurs in de wereld.

Tenuitvoerlegging van de regeling, waarover in mei een principe-akkoord werd bereikt, is door bezwaren van beurtelings Irak en de VS opgehouden. De secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, is volgens zijn woordvoerster optimistisch dat de eerste Iraakse olie binnen enkele weken zal beginnen te stromen. De woordvoerster weigerde echter te voorspellen wanneer de Iraakse olie-export precies kan worden hervat.

Met het oog op de verslechterende situatie van de Iraakse bevolking nam de Veiligheidsraad van de VN in augustus 1991 al een resolutie aan waarin hij Irak toestond een beperkte hoeveelheid olie te exporteren om daarmee onder andere levensmiddelen en medicijnen aan te schaffen. De strikte voorwaarden die de regeling begeleidden, werden evenwel jarenlang door Bagdad als schending van zijn soevereiniteit van de hand gewezen.

Op 20 mei aanvaardden de Iraakse autoriteiten resolutie 986 van de Veiligheidsraad, de opvolger van de in 1991 aangeboden regeling. De Amerikaanse regering hield tenuitvoerlegging echter geruime tijd op omdat zij de controle onvoldoende achtte. Vervolgens wekte de Iraakse president, Saddam Hussein, met zijn hulp bij de bezetting van de Koerdische stad Arbil door de Koerdische Democratische Partij zoveel internationale onrust, dat de Amerikaanse president Clinton uitvoering van de regeling tegenhield. Ook de Irakezen kwamen daarop weer met nieuwe bezwaren. Beide zijden hebben hun blokkades nu opgeheven. Vrij algemeen werd al verwacht dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen de laatste hindernissen zouden wegnemen.

De Iraakse pers toonde zich vanochtend nog voorzichtig. De door de staat gecontroleerde pers meldde de aanvaarding door Bagdad van de voorwaarden van de olie-voor-voedsel regeling zonder commentaar. De krant Babel van Saddam Husseins oudste zoon Uday schreef alleen dat de VS “als zij hadden gekund het embargo oneindig hadden gehandhaafd”. Volgens de krant is tenuitvoerlegging van resolutie 986 het resultaat van “een wijziging van de houding van de andere landen en van de toepassing door Irak van de resoluties van de Verenigde Naties”. (AFP, Reuter, AP)