Hardrock

In de concertbesprekingen van Pearl Jam (7 november) en Metallica (13 november) maakt poprecensent Jan Vollaard ons deelgenoot van zijn vooroordelen over hardrock en hardrockers.

Op 7 november stelt hij dat het “in het verleden leek voorbehouden aan hardrockliefhebbers om als een kudde schapen in een van condens druipende hal te worden gedreven”. Zes dagen later wordt het Metallicaconcert bezocht door “voor hardrockbegrippen keurig publiek” en speelt Metallica opvallend swingend in het “doorgaans logge genre”.

Wat Vollaard niet wil begrijpen is dat de hardrock en het hardrockpubliek vanaf het ontstaan zeer divers zijn geweest. AC/DC liet zich in de jaren zeventig inspireren door rock 'n roll, Mother's Finest door funk, Thin Lizzy door Ierse volksmelodieën, Roy Gallagher door blues en Rainbow door klassieke muziek. Vollaards vooringenomenheid lijkt te zijn geworteld in het begin van de jaren tachtig, toen de hardrock, na jarenlang te zijn genegeerd in de media, zich in het eigen bastion terugtrok en extremer werd. Sinds hardere muziek vanaf de tweede helft van de jaren tachtig ook door de mainstream-pers weer wordt geaccepteerd, is de diversiteit binnen het hardrockgenre wederom toegenomen. Dat ik hier moet betogen dat het hardrockpubliek varieert van slordig tot keurig, van jong tot oud, van arm tot rijk, van dom tot hoogbegaafd stemt mij treurig.

    • Gerard van de Lustgraaf