Franse chauffeurs stellen solidariteit collega's op de proef

CLERMONT-FERRAND, 26 NOV. Les routiers sont sympa - 'truckers zijn tof', vrij vertaald - is vaak achterop Franse vrachtauto's te lezen. Daar zijn veel Fransen het mee eens. Driekwart van de bevolking vindt de eisen van de vrachtwagenchauffeurs voor een beter salaris en pensioen gerechtvaardigd, zo blijkt uit enquêtes. De overlast door duizenden trucks, die al negen dagen doorgaaande wegen, grensovergangen en brandstofdepots blokkeren, nemen zij voor lief.

Maar bij de twintig Nederlandse chauffeurs die sinds een week bivakkeren op de autosnelweg ten noordoosten van Clermont-Ferrand wordt de solidariteit met de Franse collega's zwaar beproefd. “De meeste Franse truckers die hier staan, wonen vlakbij”, zegt Klaas Veijer, die met twee Scania-trekkers op zijn oplegger naar Italië onderweg was toen hij hier vorige week vastliep. “Ze zijn altijd fris gedoucht. Zaterdag werd er een opgehaald door zijn vrouw en maandagmorgen verscheen hij weer. Dan loopt de spanning op, hè? We konden gisteren nog net een Engelsman tegenhouden, die erop wou slaan”, vertelt Veijer.

In Frankrijk staan op zo'n 160 blokkades enkele honderden Nederlandse vrachtauto's vast, schat Harry Dubbelboer, adjunct-directeur van Transport en Logistiek Nederland, de 'koepel' van Nederlandse transportwerkgevers. TLN verenigt driekwart van de tienduizend Nederlandse 'vergunninghouders' in het beroepsgoederenvervoer. Dubbelboer komt in Clermont-Ferrand de nood peilen onder de gestrande leden. Met modder aan zijn gelakte instapschoenen en met een gezicht vol begrip vraagt hij de truckers of zij gebrek lijden.

“Heb je condooms meegenomen?”, grapt er een. “Ik wou dat ze zware shag kwamen brengen, want daar ben ik helemaal doorheen”, zegt een ander bloedserieus. “Ik heb planten voor Italië achterin, ik denk niet dat die het halen”, zegt weer een andere Nederlandse beroepschauffeur.

“Het duurt natuurlijk te lang en voor de ladingen die kapotgaan blijft het schrijnend, maar het is vol te houden; ze redden zich wel”, zegt Dubbelboer later. Zijn schrikbeeld is de staking van 1992. Toen legden de routiers tien dagen het land lam uit protest tegen de invoering van een nieuw type rijbewijs voor beroepschauffeurs. Vastgelopen Nederlanders moesten op sommige plaatsen met voedselpakketten in leven gehouden worden, kregen ruzie met de Fransen en ondervonden schade bij de gewelddadige beëindiging van de blokkades door de Franse oproerpolitie.

Pag.16: Weinig medelijden met Nederlanders

De Franse bonden en de chauffeurs lijken zo'n polarisatie vooralsnog te willen voorkomen. Aan de barrages worden personenauto's doorgelaten, evenals lege buitenlandse trucks op weg naar huis. Bovendien doen de Franse chauffeurs hun best om het leed voor de buitenlanders die niet verder mogen te verzachten. Zo vullen zij hun diesel bij als die opraakt en met de tol die zij bij de spaarzaam passerende automobilisten heffen wordt drank en voedsel voor de buitenlanders gekocht. Een Rus die gisteren veertig werd kreeg zelfs een taart aangeboden.

“Het is over, ze hebben hun zin gekregen”, dacht Dieter van de Pligt in de nacht van donderdag op vrijdag toen om hem heen trucks werden gestart en er luid werd getoeterd. Met “een mannetje of veertig” reed hij de tolweg op, blij dat hij eindelijk in Saint Etienne chemicaliën kon gaan laden. Het was valse hoop. “Een paar kilometer verder liepen we vast. Daar stonden die Fransen met stokken en ik heb gehoord dat er een met een pistool liep te zwaaien. Toen zijn we maar teruggekeerd. Morgen sta ik hier een week.”

De gestrande chauffeurs - Italianen, Duitsers, Belgen, Nederlanders, Tsjechen, Slovaken, Portugezen, Spanjaarden en Fransen - warmen zich aan een vuurtje van pallets tegen de vrieswind die over het Massif Central komt aanwaaien. Of zij schuilen voor de miezelregen in een tentje dat een van de Franse vakbonden heeft neergezet. En als zij genoeg gehuiverd hebben in hun jekkers en niemand meer een mop weet, gaan zij een broodje halen bij het wegrestaurant en een biertje drinken, of twee. En dan kruipen zij voor de zoveelste keer in hun slaapzak. De Nederlanders in een ruime kooi achterin hun verwarmde cabines, de Oost-Europeanen dwars over de voorstoelen.

De niet-Nederlanders in de blokkade moeten zichtbaar moeite doen om hun gestrande Nederlandse collega's als gedupeerden te zien. Die rijden immers in de nieuwste Volvo's, DAF's en Mercedessen. Op de meeste dashboarden staat een satelliet-terminal voor het contact met het bedrijf en ze hebben een GSM-telefoon waarmee zij vanuit heel Europa moeder-de-vrouw kunnen bellen. En als zij geld nodig hebben gaan ze per taxi 'pinnen' in het dichtsbijzijnde dorp. Want financieel hebben zij niets te klagen.

“De Nederlanders zijn even eten”, zegt een ruimbeneusde Franse chauffeur die zijn collega's Cyrano noemen bij een andere snelwegoprit in Clermont-Ferrand. “Animositeit? Hoe kom je erbij! Zij begrijpen onze strijd. Vroeger meden we elkaar, maar nu hebben we eindelijk weer eens contact met buitenlanders. En bovendien: u weet toch dat sinds het Verdrag van Maastricht niemand in Europa meer ruzie heeft?”

Over het arbeidsconflict tussen Franse chaufeurs en hun patrons wil TLN's adjunct-directeur Harry Dubbelboer zich niet uitlaten. “Wij hebben daar geen positie in”, zegt hij in zijn hotel aan het einde van de startbaan van het vliegveld van Clermont-Ferrand. “Wel hebben wij er bij minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat op aangedrongen dat de Nederlandse regering de Franse ervan doordringt wat hiervan de gevolgen zijn. De Franse regering is bovendien partij in het conflict, omdat de overheid de pensioenen beheert. Nederland zit vanaf 1 januari de Europese Commissie voor. Wij willen dat in die periode nog eens wordt benadrukt dat de landen van de Europese Unie elkaar vrij goederenvervoer garanderen.”

Voor de meeste Nederlandse chauffeurs aan de péage bij Clermont-Ferrand zijn zowel de fijne kneepjes van het Franse arbeidsconflict als het wijdere Europese perspectief een 'ver-van-mijn-bed-show'. “We begrijpen best waarom de Fransen staken,” zegt een chauffeur, “ maar het zou fijn zijn als wij weer eens thuis in de bank konden zitten.”

    • Hans Steketee