Ex-agenten IRT voor rechter om meineed

DEN HAAG, 26 NOV. Het openbaar ministerie in Den Haag heeft besloten twee voormalige IRT-agenten, K. Langendoen en J. van Vondel, voor de rechter te dagen wegens meineed. Het 'koningskoppel' van de criminele inlichtingendienst in Haarlem is in opspraak geraakt doordat het informanten in de gelegenheid stelde tienduizenden kilo's softdrugs op de markt te brengen om zo te infiltreren in misdaadbendes.

De vervolging van Langendoen en Van Vondel is de eerste strafzaak tegen opsporingsambtenaren als gevolg van de IRT-affaire. Met de strafzaak wordt tegemoetgekomen aan een verzoek van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Deze liet begin dit jaar proces-verbaal opmaken, omdat ze het vermoeden had dat de twee agenten tegenover de commissie Van Traa “opzettelijk verklaringen tegen de waarheid hebben afgelegd”.

De behandelend officier van justitie, F. Slits, heeft de verdachte agenten vorige week geschreven dat het onderzoek nog niet is afgerond maar dat hij hen “niet langer in onzekerheid” wil laten en daarom de vervolging aankondigt.

De vervolging betreft de verklaringen die de twee hebben afgelegd over hun samenwerking met een in België wonende limonadeproducent, 'sapman'. Uit onderzoek van de rijksrecherche blijkt dat de twee Haarlemse agenten aan sapman de afgelopen jaren drie miljoen gulden hebben gegeven om sapfabrieken in België en Ecuador te exploiteren. Dat 'saptraject' moest volgens de recherche waarschijnlijk dienen als “infrastructuur voor gecontroleerde doorzendingen” van drugs. Volgens justitie hebben Langendoen en Van Vondel gelogen over de toedracht van de betalingen aan sapman en de infiltratieplannen.

De advocaat van Van Vondel, G. Spong, zegt dat het “nu heel waarschijnlijk is dat de twee agenten alleen worden vervolgd voor meineed en dus niet voor de handel in drugs. Dat betekent dat een strafrechtelijk onderzoek dat al een jaar duurt, dus geen vermoedens van andere strafbare feiten heeft opgeleverd”.

Pag.2: 'Sapman' niet bereid om te getuigen

De in België wonende 'sapman' laat desgevraagd weten dat hij niet bereid is om tijdens het proces tegen de Haarlemse agenten als getuige op te treden zoals justitie wil. Hij heeft eerder al laten weten alleen een verklaring te willen afleggen over zijn samenwerking met de Haarlemse CID als justitie hem en zijn gezin laat profiteren van een getuigebeschermingsprogramma en hem vijf miljoen dollar betaalt. 'Sapman' zegt zich bedreigd te voelen, omdat Van Vondel hem in mei van dit jaar heeft laten weten dat er een einde aan zijn leven komt als hij getuigt op de rechtszitting. “Het is een bedreiging die komt van de mensen achter Van Vondel. Wie dat zijn, weet ik niet. Het kunnen criminelen zijn maar net zo goed politiemensen”, aldus 'sapman'.

Hij zegt de afgelopen maanden niets meer van justitie te hebben vernomen over zijn voorwaarden. Hij vindt vervolging van de twee agenten ook eigenaardig nu “de minister van Justitie alle hogere autoriteiten uit de IRT-zaak heeft vrijgesproken en er alleen wordt overgegaan tot het vervolgen van twee agenten die het echte werk hebben uitgevoerd”.

Vorig jaar werkte 'sapman' wel mee aan een onderzoek van de rijksrecherche naar de Haarlemse CID. Hij liet toen geheime opnamen maken en legde 120 pagina's tekst aan verklaringen af. Zo kwam ook vast te staan dat Van Vondel 'sapman' op 17 augustus 1995 125.000 gulden gaf om een half jaar onder te duiken in Amerika, zodat deze niet kon worden gehoord door de enquêtecommissie en de recherche. Dergelijk belastend materiaal mag volgens 'sapman' niet in een strafzaak worden gebruikt, omdat deze gegevens dienden voor een zogeheten fact finding-onderzoek. “Als ze dit soort stukken in het dossier willen voegen, moet ik eerst toestemming geven”, aldus 'sapman'.

Door de vervolging van de CID'ers te beperken tot meineed is het de vraag of in een strafzaak iets duidelijk zal worden over de vraag of Langendoen en Van Vondel op eigen houtje hebben geopereerd of dat andere instanties de infrastructuur voor het doorleveren van drugs mede organiseerden. Tot nu toe is er geen enkele officier van justitie of hogere politieman geweest die zei op de hoogte te zijn van het 'saptraject' in Ecuador. De twee agenten hebben nooit uit de doeken wilen doen wat ze met hun project in Zuid-Amerika van plan waren. De verwachting is wel dat de twee agenten hun strafzaak zullen aangrijpen om een reeks van hogere opsporingsautoriteiten op te roepen als getuige.

Het is nog niet duidelijk wanneer het proces tegen Langendoen en Van Vondel zal dienen. In afwachting van een rechterlijke uitspraak in de strafzaak zal Langendoen geschorst blijven, aldus een woordvoerder van de Haarlemse politie. Van Vondel heeft tegenwoordig een eenmansbedrijf en werkt als privé-detective. Hij zegt “heel benieuwd” te zijn naar wat justitie nu aan belastend materiaal heeft verzameld. Hij krijgt binnenkort inzage in die stukken. Langendoen was niet voor commentaar bereikbaar.