Europa is toe aan een grote schoonmaak

De bezem moet door de Europese Unie, vindt Michiel van Hulten, en het Nederlandse voorzitterschap is een uitgelezen kans om daarmee een voortvarend begin te maken. Een tien-puntenplan om de burgers terug te winnen voor Europa.

Het vertrouwen van de Nederlandse burger in de Europese politiek zal er de afgelopen maanden niet groter op zijn geworden. Eerst stapt PvdA-Europarlementariër Van Bladel met veel publicitair geweld over naar de fractie van Berlusconi. In het tv-programma Netwerk beschuldigt zij haar ex-partijgenote d'Ancona van fysieke intimidatie. Datzelfde tv-programma vertoont twee maanden later de Britse documentaire waarin een aantal Europarlementariërs wordt betrapt op gesjoemel met hun dagvergoeding. En ten slotte verschijnt een rapport van de Europese Rekenkamer waaruit blijkt dat in 1995 een kleine zes procent van de Europese middelen onrechtmatig is besteed.

Aan de vooravond van 'Maastricht II', zo lijkt het, legt Brussel de Eurosceptici geen strobreed in de weg.

De recente incidenten zijn symptomatisch voor de vicieuze cirkel waarin de Europese politiek verzeild is geraakt. Door gebrek aan democratie, transparantie en efficiency is de belangstelling van burgers voor de Europese politiek gering, en door de geringe belangstelling neemt de controle op watzich in Brussel en Straatsburg afspeelt steeds verder af. De voorlichtingscampagnes van Europese Commissie en Europees Parlement zijn slechts druppels op een gloeiende plaat.

De kritiek op Brussel is meestal niet terecht. De onrechtmatige besteding van Europees geld is vooral het gevolg van gebrekkige controle in de lidstaten zelf. En het dubieuze gedrag van een kleine groep Europarlementariërs kan niet het hele Europese Parlement worden aangewreven. Niettemin is rond de Europese politiek een sfeer ontstaan die de verdere overdracht van politieke bevoegdheden aan de Europese Unie in de weg staat.

Op 1 januari neemt Nederland het voorzitterschap over van de Europese ministerraad. De angst voor een herhaling van de fouten uit 1991 is groot. Toen werd het Nederlandse ontwerp voor het Verdrag van Maastricht in Brussel van tafel geveegd.

Minister Van Mierlo kiest nu voor een bescheiden aanpak, zo blijkt uit de nota die hij vorige week aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Paradoxaal genoeg dreigt Nederland daarmee de plank opnieuw mis te slaan. Ons land zou het Europese voorzitterschap juist moeten aangrijpen om een begin te maken met de grote schoonmaak die de burger opnieuw voor de Europese integratie zou kunnen winnen. Tien maatregelen zijn voldoende om de EU ingrijpend te hervormen.

1. Lidstaten moeten garant staan voor de subsidies die zij ontvangen. Uitgaven die niet volgens de regels kunnen worden verantwoord worden door de lidstaten teruggestort aan de Europese Unie (een voorstel in die richting van Commissaris Liikanen van begrotingszaken ligt overigens al op tafel).

2. De landbouwsubsidies (goed voor zo'n vijftig procent van de Europese begroting) worden over een periode van tien jaar geleidelijk afgeschaft, samen met de importheffingen en quotaregelingen die vrije marktwerking belemmeren. Inkomenssteun vervangt tijdelijk de produktiesubsidies. Het geld dat vrijkomt wordt teruggegeven aan de lidstaten.

3. De criteria van de structuurfondsen worden aangescherpt, zodat alleen de armste regio's van Europa ervan kunnen profiteren, op een manier bovendien die het milieu niet nog verder belast. De resterende middelen worden gebruikt voor investeringen in de Europese kennisinfrastructuur.

4. De besluitvorming in Brussel wordt transparanter. Vergaderingen van de Raad van Ministers, voorbereidende commissies en de uitvoeringscomité's worden in het openbaar gehouden. Alle officiële stukken worden openbaar gemaakt, met uitzondering van documenten waarvan publicatie de EU intern of extern schade zou kunnen berokkenen.

5. Lobbyen wordt aan strikte regels onderworpen. Er komt een openbaar register van lobbyisten en bewindslieden, Europarlementariërs en Europese ambtenaren zijn verplicht melding te maken van de contacten die zij met lobbyisten onderhouden. Het aannemen van giften - in natura of in geld - wordt verboden.

6. Er komt een Europese kieswet waarin wordt vastgelegd hoe Europarlementariërs worden verkozen. De afzonderlijke nationale regels verdwijnen. Het dubbelmandaat wordt verboden, zodat de - thans vaak afwezige - Europarlementariërs ook daadwerkelijk aan de besluitvorming deelnemen. De financiering van verkiezingscampagnes wordt aan maxima gebonden zodat in Europa geen Amerikaanse toestanden ontstaan.

7. Brussel wordt de enige vestigingsplaats van de Raad van Ministers, de Europese Commissie en het Europese Parlement. Dat bevordert de efficiency (geen reiscircus meer) en ook de politieke contacten tussen de instellingen. De op dit voorstel te verwachten veto's van Luxemburg en Frankrijk (Straatsburg) worden afgekocht met de vestiging van andere Europese instanties in die landen (Nederland moet desnoods bereid zijn voor dit goede doel het Haagse Europol op te offeren).

8. Alle Europarlementariërs krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden. Een fatsoenlijk salaris gekoppeld aan een toereikende onkostenregeling en een reiskostenvergoeding voor daadwerkelijk gemaakte kosten. De dagvergoeding verdwijnt; Europarlementariërs die te vaak niet komen opdagen, raken hun zetel kwijt. De voorzieningen voor Europarlementariërs in de vorm van kantoor en faciliteiten (nu van een beschamend niveau) worden uitgebreid en de arbeidsvoorwaarden van hun medewerkers (die vaak onverzekerd rondlopen) worden volgens een vast stramien goed geregeld.

9. Het taalregime wordt aangepast. De EU kent thans elf werktalen; met de voorziene uitbreiding van de Unie neemt dat aantal nog verder toe. Vertalingen zijn kostbaar en bovendien: naar wie niet in het Engels, Frans of Duits spreekt wordt ondanks goede vertaling vaak niet geluisterd. Als eerste stap worden Engels, Frans en Duits de werktalen van alle instellingen; alleen openbare vergaderingen worden in alle talen gevoerd en alleen officiële stukken worden in alle talen vertaald.

10. De arbeidsvoorwaarden van Europese ambtenaren worden aangepast. De zeer gunstige arbeidsvoorwaarden dateren uit de beginjaren van de Europese Gemeenschappen, toen het moeilijk was jonge mensen te bewegen zich in Brussel te vestigen. Nu willen ze niets liever. Een beginnend Euro-ambtenaar betaalt slechts 8 procent belasting over zijn bruto inkomen; dat moet omhoog naar het EU-gemiddelde, zo'n 35 procent. De baan voor het leven wordt vervangen door een contract voor bepaalde tijd.

Een democratischer en slagvaardiger Brussel, dat de lidstaten ook nog eens geld oplevert. Met een dergelijke agenda, vrij naar Newt Gingrich een soort Contract met Europa, kan Nederland naam maken als de voorzitter die de EU in 1997 nieuw leven wist in te blazen.

    • Drs. M.F. van Hulten