Een eindeloze galerij 'moderne Belgen'

Expositie: Van Ensor tot Delvaux. PMMK, Romestraat 11, Oostende. T/m 2 feb. 1997. Open: di- zo 10-18u. Catalogus 1200Bfr.

Ensor, Spilliaert, Permeke, Magritte, Delvaux. In elke Belgische stad kom je hun namen tegen, op pancartes in de stations, op affiches in de stad. Dat heeft te maken met het tienjarig bestaan van het Oostendse PMMK, het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst - een instituut dat enkel Belgische kunst van 1900 tot heden verzamelt.

Om de verjaardag van het PMMK te vieren, heeft hoofdconservator Willy Van den Bussche 245 werken vergaard van bovengenoemde Belgische kunstenaars. Daaronder zijn heel wat onbekende stukken uit privé-collecties. Een imposante promotiemachine deed de rest. Sinds Chambres d'Amis, de manifestatie die tien jaar geleden hedendaagse kunst toonde in Gentse huizen, werd in België nooit meer zoveel publiciteit gegeven aan een tentoonstelling van moderne kunst.

Waarom dit vijfspan? De catalogus vertelt het ons: 'Het logo van Van Ensor tot Delvaux kan derhalve worden beschouwd als het label van de moderne kunst in België, waarbij de nadruk vooral kan worden gelegd op het expressionisme en het surrealisme, tot vandaag immers als drijvende krachten te beschouwen.'

Probeer dat maar niet te begrijpen. Trouwens, een inhoudelijke vraagstelling doet hier niet eens terzake: om 'labels' en 'logo's' gaat het. Het PMMK wil een hit-expositie voor het grote publiek, en als je dat publiek zou vragen welke 'moderne Belgen' ze het leukst vinden, is dit ongeveer de top vijf. In de catalogus wordt het huwelijk tussen kunst en toerisme dan ook een niet mis te verstane lofzang toegezwaaid. Dat men voor die catalogus ook nog een paar gastauteurs heeft ingehuurd, om de tentoonstelling een schijn van kunsthistorische redelijkheid te geven, lijkt eerder misplaatst. Waarom heeft men zich niet meteen beperkt tot een plaatjesboek beperkt? Dat was veel eerlijker geweest en het zou beter in overeenstemming zijn geweest met de tentoonstelling in het PMMK.

Want ook daar gaat het alleen over de 'plaatjes'. Iedere kunstenaar krijgt zijn aparte ruimten en lopende meters muur. De ophanging is lomp en inhoudsloos. De belichting is slecht. Sommige Magritte's zitten op een onsmakelijke wijze in glazen kasten geprangd. Geregeld raak je verstrikt in het krankzinnige tentoonstellingsparcours.

Uitleg is er niet. Daarvoor moeten we naar een ander museum, het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten. Maar wie daar de moeite voor neemt, wordt verwezen naar één klein zaaltje waar niet meer dan een haastig bijeen gesprokkeld allegaartje is te zien, bestaande uit panelen met een (erg) beknopte biografie, wat oude affiches en boeken, en een handvol snuisterijen voor de fetisjisten onder ons: de pasteldoos en een afgietsel van de handen van Léon, de schrijftafel van James, alsmede oude foto's van onze helden. Daarnaast richtte het Stedelijk Museum een bijkomende expositie in, met veel grafiek en ook nog wat schilderijen. De presentatie is klungelachtig. Op de kaartjes ontbreekt soms de meest elementaire informatie.

Oeuvres zijn logo's, en kunst dient om te consumeren. De affiche waarmee dit evenement zich aanprijst, zegt daarover alles. Door de dikke letters van de vijf kunstenaarsnamen, zien we telkens een stukje schilderij dat voor het 'logo' van de kunstenaar kan doorgaan. Maskers van Ensor, de waterarabesken van Spilliaert, de okergele en bruine verfvegen van boerenschilder Permeke, het blauwe wolkenluchtje van Magritte en vrouwen van Delvaux. In het PMMK heeft men het consumptiegedrag van de toeschouwer nog extra bevorderd, door per kunstenaar een achtergrondkleur te verzinnen. Die kleur accordeert soms zo keurig - en dus platvloers - met de schilderijen, dat je het gevoel hebt naar posters van Ensor, Permeke of Magritte te kijken, gekozen volgens de regels van 'smaakvolle' binnenhuisinrichting: neem een schilderij dat bij het behang of bij de gordijnen past.

Dat een goede tentoonstelling meer is dan de optelsom van de werken, zal de makers van Van Ensor tot Delvaux een zorg wezen - en meer valt over deze manifestatie eigenlijk niet te zeggen. Tenzij dit: er hangen veel goede, en vaak onbekende werken. Opvallend veel goede Spilliaerts van voor de Eerste Wereldoorlog, dat dient gezegd. Wel veel tegenvallende Magrittes - teveel mysterieuze prentjes uit de late jaren en ook een paar gevaarlijk lichtvoetige schilderijen uit zijn vroegste tijd. En verder biedt het PMMK een grote serie goede schilderijen van Ensor en Permeke en veel vervelend werk van Delvaux, zoals we van deze kunstenaar gewoon zijn.

Natuurlijk moet een museum meer zijn dan een gammele prentjesgalerij. Maar laten we nu maar ophouden met moeilijk doen en gaan kijken naar al die werken van kunstenaars die in hun beste momenten door niemand stuk te krijgen zijn. Het PMMK zal zijn gewenste recordopkomst krijgen.