Een eeuwfeestje in Kuifjes vaderland

Close-up: 100 jaar stripverhaal, Ned.1, 22.47-23.46

De viering van het honderdjarig bestaan van het beeldverhaal is vooral een Belgische aangelegenheid. Dat blijkt uit de documentaire 100 jaar stripverhaal die vanavond wordt uitgezonden.

Het is begrijpelijk en leuk dat de Belgen werk maken van la bande-dessinée, zoals ze het in Brussel noemen: België is een belangrijk 'stripproducerend' land, met een rijke traditie (het is Kuifjes vaderland) en een prachtig stripmuseum in de Belgische hoofdstad.

Omdat in 1896 voor het eerst de strip de Yellow Kid verscheen in een Amerikaanse krant, die volgens de organisatoren de eerste echte strip (met tekstballonnen) genoemd mag worden, wordt in Brussel het eeuwfeest van de strip gevierd. Je kan met evenveel recht Wilhelm Busch (Max en Moritz) of R. Töpffer (Mijnheer Prikkebeen) of de afbeelding van de Slag bij Hastings op het 'tapisserie de Bayeux' uit 1066 als het stripbegin aanduiden. Maar goed, je moet ergens beginnen.

De Belgische documentaire 100 jaar stripverhaal bladert vanaf Yellow Kid wat door de stripgeschiedenis: in het begin zien we een stroom plaatjes van stripfiguren uit de Verenigde Staten en Franssprekend Europa te zien, waarbij de strip steeds in een zinnetje gekarakteriseerd wordt. Bijvoorbeeld: Bringin' Up Father, een strip over de strijd tussen man en vrouw in een middenklasse-huwelijk, of woorden van die strekking. Daartussen zijn steeds stukjes film uit de ontstaanstijd geplakt.

Het maakt een wat willekeurige indruk, dit begin, omdat het lijkt dat er gestreefd wordt naar volledigheid die toch niet gehaald kan worden. En hoe dichter we naar het heden komen, hoe willekeuriger het wordt. De Belgische Kuifje wordt nog wel goed in de tijd geplaatst, maar de Franse stripheld Asterix komt pas ter sprake in verband met de roerige dagen van mei '68 in Parijs. In het documentaireverhaal komt dat zo te pas, maar waarom niet in een bijzin gezegd dat Asterix al in 1949 ontsproten is aan het brein van scenarist Goscinny en tekenaar Uderzo?

Maar goed, dat zijn bijzaken. De reportage heeft leuke aspecten, en dat is de hoofdzaak. Zo zien we korte historische tv-opnamen van de ontmoeting tussen pop-art kunstenaar Andy Warhol en Kuifje-schepper Hergé. Warhol bekent zijn carrière te zijn begonnen met het overtrekken van stripplaatjes. Ook de moeite waard zijn de korte interviewfragmenten met de tekenaar van Lucky Luke, de Belg Morris. Hem had ik liever meer aan het woord gezien dan de eindeloos uitgesponnen vraaggesprekken met de schepper van de cowboystrip Blueberry, Girard. Ook van Martin Lodewijk, de man achter Agent 327 en andere strips, of Theo van den Boogaard (Van Oekel) of Paul Geerts, de man die Suske en Wiske van Vandersteen overnam, had ik graag meer willen horen, omdat zij in het Nederlandse striplandschap belangrijker zijn. Maar we moeten niet zeuren: zonder dit Belgische initiatief zou er helemaal geen aandacht aan de Nederlandstalige strip besteed zijn.

    • Paul Steenhuis