De getuige die verdachte werd

Je hebt een vriend die in grote moeilijkheden verkeert. Hij wordt ervan beschuldigd zijn auto dronken te hebben bestuurd. Hem hangt een forse straf boven het hoofd, temeer daar hij al eerder met justitie in aanraking is geweest. Wat kun je voor hem doen?

Je zou kunnen zeggen dat niet hij, maar jij zijn auto hebt bestuurd. Kleine vergissing van de politie. Een leugentje om zijn bestwil kan toch geen kwaad?

Misschien heeft meneer Kavu (33), een uit Zaïre afkomstige leraar Frans, zoiets wel gedacht, toen hij in mei voor de Utrechtse politierechter getuigde ten faveure van zijn vriend Roland Camero. De aanklacht tegen Camero, een Antilliaan, leek een doorsneezaak over een dronken automobilist. De twee verbalisanten waren in de rechtszaal aanwezig en verklaarden nog eens onder ede wat er die avond gebeurd was.

Zij hadden Camero een poosje met hun auto gevolgd, omdat hij zo vreemd reed. Ze waren ervan overtuigd dat hij alleen in de auto zat. Toen hij voor zijn woning in Nieuwegein uitstapte en zijn tuin inliep, hadden ze hem aangehouden. Hij rook naar alcohol en weigerde de ademtest. Op dat moment kwam - volgens de agenten - Kavu aangelopen. Hij vroeg wat er aan de hand was. De hoofdagent: “Kavu kwam uit een van de huizen verderop.”

Nee, zegt Kavu, als getuige onder ede tegen de rechter. Hij beweert dat hij met Camero naar een bijeenkomst in Soest was geweest. Omdat Camero te veel had gedronken, was Kavu achter het stuur gekropen. Dat de politie maar één persoon in die auto had gezien, schrijft Kavu toe aan het kleine postuur van zijn vriend.

De getuigenis van Kavu komt als een grote verrassing voor de officier van justitie, mr. J. van Zijl. Hij ruikt meineed, wat als een ernstig misdrijf wordt beschouwd. IJzig zegt hij tegen de rechter, mr. A. Weijsenfeld: “Ik verzoek u om proces-verbaal voor meineed te laten opmaken.”

De rechter zegt al even ijzig: “Meneer de bode, wilt u de parketpolitie vragen om de verdachte aan te houden?”

Er valt een diepe stilte. Kavu kijkt, zittend naast zijn tolk, onbewogen voor zich uit.

“Ze zijn onderweg”, zegt de bode even later.

“They are underway”, zegt de tolk.

Kavu knippert alleen even met zijn ogen. Dan komen er vier politiemensen binnen en wordt Kavu in de boeien geslagen.

Het komt vaker voor - de aanhouding van van meineed verdachte getuigen in de rechtszaal - maar het blijft een schokkend tafereel. Iemand komt als een vrij burger de rechtszaal binnen, hij steunt met een paar zinnen zijn vriend, en vervolgens wordt hij gevankelijk afgevoerd.

Slechts weinigen weten dat dit de consequentie kan zijn van zo'n vriendendienst. En dit is nog maar het begin van de ellende voor de trouwe vriend.

Drie maanden later staat Kavu zelf terecht. Zijn vriend is de vorige keer veroordeeld tot 1.500 gulden boete, twee weken voorwaardelijk en negen maanden rijontzegging. “Ik heb geen reden de agenten niet te geloven”, zei de rechter toen.

Nu Kavu terechtstaat, is Camero in geen velden of wegen te bekennen: hij is met vakantie.

Kavu is destijds na zijn aanhouding drie dagen lang door de politie verhoord. Hij volhardde in zijn eerste verklaring. De politie liet de officier weten dat ze zelden zo'n hardnekkig ontkennende verdachte in een meineedzaak had gehad.

Zal het Kavu helpen?

Er zit vandaag dezelfde officier, maar een andere rechter, mr. J. Janse de Jonge. Die houdt Kavu een eerdere uitspraak voor: “Waarom zou ik liegen?”

Kavu knikt. “Ja, waarom?”

“U blijft bij uw verklaring?”

“Ja.”

“Kunt u het volgen?”

“Ik versta weinig.”

De rechter vat een deel van de aanklacht samen, de Engelse tolk vertaalt, maar Kavu blijft lichtelijk verbaasd kijken. Het wordt duidelijk dat hij eigenlijk een Franse tolk nodig heeft.

De advocaat, mr. S. Span, vraagt zijn cliënt: “U was tevoren in Soest?”

“Ja. Met ongeveer twintig mensen.”

“Weet u wie het waren?”

“Nee.”

“Zij kunnen verklaren”, zegt de advocaat tegen de rechter, “dat hij met Camero naar Nieuwegein is vertrokken. Dan zal blijken dat de verklaringen van de verbalisanten niet kloppen.” En weer tegen zijn cliënt: “U zou bij Camero te weten kunnen komen wie er in Soest waren?”

“Ja.”

De advocaat dringt aan op aanhouding van de zaak, maar de officier voelt daar niets voor. “Ik ben blij dat ik de vorige zitting heb bijgewoond. Ik weet nog hoe overtuigend de verbalisanten waren.” Hij noemt de meineed een ernstig feit en kondigt aan dat hij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden zal eisen. “Er staat een forse straf op als iemand justitie om de tuin probeert te leiden.”

Drie maanden! Camero had nog heel wat borrels kunnen drinken voordat hij zo'n zware straf had gekregen. En dat voor iemand als Kavu die, volgens de rechter, bekendstaat als 'een oppassend burger'.

“Ik heb kinderen...”, zegt Kavu. Het is de enige keer dat hij emotie in zijn woorden laat doorklinken. Verder zwijgt hij zoveel mogelijk: massief en uiterlijk onbewogen.

De advocaat blijft aandringen op aanhouding. Hij wil een Franse tolk en de gelegenheid om getuigen op te sporen. “Daar heeft meneer Kavu al vanaf mei de tijd voor gehad”, zegt de officier. Maar de rechter zwicht ten slotte voor het verlangen van de advocaat.

Op de gang zegt Kavu tegen zijn advocaat: “I don't like it.”

“Probeer Camero te bereiken”, zegt zijn advocaat.

“Ik weet niet of hij op tijd terug is”, zegt Kavu.

Weer tien dagen later. Opnieuw géén Camero: Kavu heeft hem niet kunnen bereiken. Wél is er een Franse tolk, maar die kan niets anders doen dan het adequaat vertalen van Kavu's naderende échec. De advocaat vraagt opnieuw om aanhouding, de rechter wuift het ditmaal resoluut weg.

Kavu zegt in zijn laatste woord: “Ik vraag of het mogelijk is het proces voort te zetten. Mijn vriend is nog niet terug.”

Maar de rechter zegt: “Ik acht wettig en overtuigend bewezen dat Kavu niet de waarheid heeft gesproken en ik veroordeel hem conform de eis: drie maanden onvoorwaardelijk. Dat was het.”

Kavu's kaken malen, zwijgend loopt hij weg.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams