'Alleen nog restant terrorisme' in Algerije

Le Pouvoir in Algerije heeft voor donderdag een referendum georganiseerd dat de dominantie van de president over het parlement moet bevestigen. Maar daarmee zijn orde en rust nog lang niet hersteld.

Twee maanden geleden werd Cheb Aziz in de Algerijnse stad Constantine ter aarde besteld. Naar schatting vierduizend mensen woonden de begrafenis bij. De 28-jarige, razend populaire jongeman was de vierde rai-zanger in successie die door de ultra-radicale Gewapende Islamitische Groep (GIA) werd vermoord. Hij woonde in een volkswijk, waar de sympathieën voor moslim-extremistische groepen als het Front van Islamitische Redding (FIS) en de GIA groot zijn. En hij was van plan om uit die gevaarlijke buurt te verhuizen, nadat hij een serie dreigementen had ontvangen. Volgens de GIA is muziek haram (verboden) en RAI-muziek al helemaal uit den boze, omdat die onder andere de romantische liefde tussen mensen bezingt en daarmee de aandacht van de gelovigen van God en Zijn heilige Koran weghaalt.

Cheb Aziz treuzelde te lang met zijn vertrek. Hij wilde nog één keer een huwelijksfeest in zijn buurt met zijn liederen opluisteren. Na afloop werd hij meegenomen door vier gewapende mannen en twee dagen later dood aangetroffen. Op de begrafenis fluisterde men dat ze hem eerst flink hadden gemarteld en pas daarna een kogel door zijn hoofd schoten. Zo zouden ze hem onder andere zijn tong hebben uitgerukt.

Op dezelfde dag dat Cheb Aziz werd begraven, herhaalde president Liamine Zéroual elders voor de zoveelste maal dat er alleen nog maar “een restant van terrorisme” in het land is. Hij beloofde dat het binnenlandse geweld “binnenkort slechts een herinnering zal zijn”. Ja, er waren “nog een paar problemen”. Maar - aldus Zéroual - “de Algerijnse staat beschikt over alle middelen om dit fenomeen (van geweld), dat vreemd is aan onze samenleving, uit te roeien.”

Natuurlijk wist iedereen dat zijn woorden op geen enkele manier in overeenstemming waren met de feiten. Want Algerije wordt sinds begin september geteisterd door een nieuwe golf bloedige aanslagen. Zij verschillen alleen in zoverre van vroeger dat ze niet meer gericht zijn tegen de politie of de strijdkrachten, maar bijna uitsluitend tegen de burgers. Die worden - nu eens lukraak, dan weer doelgericht - gekeeld, gewurgd, onthoofd, neergeschoten of met autobommen in stukken gereten. Dat is wat Zéroual en zijn ministers bedoelen met “resterend terrorisme”.

Militair gezien, hebben de strijders van het FIS en de GIA al meer dan een jaar geleden de oorlog tegen de Algerijnse staat verloren. Om de buitenwereld dat nog eens duidelijk te maken, werd de avondklok opgeheven en liet de overheid zelfs een aantal betonblokken weghalen die ter bescherming van haar gebouwen waren aangebracht. Het FIS, vier jaar geleden een zeer gevreesde politieke tegenstander, is nog maar een schaduw van vroeger - niet langer in staat zich politiek te organiseren, omdat zijn leiders dood, gevangen of in ballingschap zijn. En de strijders die voor de idealen van het FIS vochten, luisteren allang niet meer naar hun politieke leiders; die zijn intussen irrelevant geworden.

Vandaar, dat de FIS-leiders in ballingschap steeds gematigder taal gebruiken. Zij veroordelen het blinde terrorisme, dat zij nog niet zo lang geleden goedkeurden of goedpraatten. En keer op keer vragen zij de president, vaak zelfs via de door hen zo verfoeide Westerse media, om hen als gesprekspartner te erkennen. Maar die vindt het niet langer nodig welke 'dialoog' dan ook met het FIS aan te gaan, omdat hij twee politieke partners heeft gevonden - te weten het FLN, de partij die sinds de onafhankelijkheid bijna dertig jaar lang mèt en in dienst van de militaire top de absolute macht uitoefende, en de moslim-fundamentalistische Hamas-partij van sjeik Mahfoud Nahnah, die sinds een paar jaar nauw samenwerkt met bepaalde generaals.

Sjeik Nahnah predikt weliswaar hetzelfde programma als zijn concurrenten van het FIS: de totale invoering van de shari'a, de islamitische wetgeving. Maar in tegenstelling tot het FIS wil hij dat op niet-gewelddadige wijze doen en is hij bereid tot vele compromissen. Zo'n plooibare figuur, die in staat is miljoenen traditioneel-religieuze mensen aan te trekken, kan niet veel kwaad doen, denkt president Zéroual. Hij treedt daarmee in de voetsporen van president Chadli Benjedid, die door zijn collega-generaals in januari 1991 tot aftreden werd gedwongen, toen het door hem (in strijd met de grondwet) legaal verklaarde FIS de parlementsverkiezingen dreigde te winnen.

Chadli Benjedid was van oordeel dat hij, naar het voorbeeld van de Franse president Mitterand, met zijn politieke vijanden kon 'cohabiteren'; hij zou als president voldoende macht overhouden om het FIS, indien nodig, te neutraliseren. De legerleiding dacht er anders over, zoals trouwens ook de meeste leiders van het FIS. Zij verwachtten dat de periode van 'cohabitatie' kortstondig zou zijn, waarna het FIS de macht geheel zou overnemen en van Algerije een Islamitische Republiek zou maken. Daarom brak er een burgeroorlog uit, die de generaals inmiddels militair hebben gewonnen.

De klappen die zij Gods Strijders hebben toegebracht, hebben de radicaal-islamitische beweging versplinterd. Zozeer, dat de gewapende groepen, tot grote tevredenheid van de overheid, nu soms zelfs oorlog met elkaar voeren. Hun emirs (leiders), die over het algemeen weinig tot geen opleiding hebben genoten, willen aantonen dat alleen zij “de weg van de ware islam” vertegenwoordigen. Maar er zijn ook veel emirs die uit het puur criminele circuit stammen. Hun aantal is sterk toegenomen, omdat het een buitengewoon winstgevende zaak is om zogenaamd “in dienst van God en de islam” gewone burgers de zakaat (religieuze belasting) af te persen.

De meeste moorden op burgers spelen zich af in een straal van ongeveer 60 kilometer rondom de hoofdstad Algiers - ten zuiden tot aan de stad Blida, ten westen tot aan de stad Tipasa en ten oosten tot aan de stad Boumerdes. De bevolking in die streek, in totaal circa zeven miljoen mensen, van wie vier miljoen in Algiers, bestaat voor een groot deel uit migranten uit andere delen van het land. Zij zijn sociaal en cultureel ontworteld, en konden de afgelopen decennia op weinig tot geen steun van de overheid rekenen. Zij sympathiseren dan ook vaak met de radicaal-islamitische groepen, die in het sociaal-culturele en ideologische vacuüm van Algerije ten minste nog een duidelijke weg wijzen. Dus kunnen de Strijders Gods hier redelijk vrij opereren. De natuur helpt hen: de dorpen worden omringd door heuvels en bossen, waar guerrillastrijders zich gemakkelijk kunnen verbergen.

Het massale geweld tegen de burgers van de afgelopen maanden is vooral bedoeld om de gehate overheid en haar onderdanen te laten zien wie de baas is in de streken waar dood en verderf wordt gezaaid. Gods Strijders zoeken geen sympathisanten; zij willen slechts aantonen dat zíj - en niet de overheid - de gang van zaken bepalen.

Achter die tegenwoordig veelal technocratische overheid verschuilen zich nog steeds de militaire machthebbers. Zij worden betiteld als Le Pouvoir (De Macht). Daarmee geeft men aan niet exact te weten wie de macht in handen heeft. Deze machthebbers kunnen bijna alles doen wat zij willen. Op politiek gebied bij voorbeeld “verzoeningsbijeenkomsten” uitschrijven met mensen en groeperingen, die al bij voorbaat akkoord gaan met de ideeën van de president. Of donderdag een referendum houden over wijzigingen van de grondwet. Die moeten Algerije een democratisch gezicht geven, maar (be)vestigen in werkelijkheid de macht van de president zodanig dat hij het parlement te allen tijde naar zijn hand kan zetten.

Maar met die ogenschijnlijke democratisering zijn de ook voor Le Pouvoir zo nodige orde en rust nog allerminst teruggekeerd. Die kunnen pas worden hersteld, als de bevolking ziet dat haar sociaal-economische omstandigheden en toekomstmogelijkheden verbeteren. Voorlopig is daarvan geen sprake.

    • Michael Stein