Zwakke lire even gevreesd als te harde

BRUSSEL, 25 NOV. “Er zijn betere procedures denkbaar,” luidde het understatement van minister Zalm van Financiën gisteravond over de marathon-bijeenkomst die de Italiaanse lire terugbracht in het Europese Monetaire Stelsel.

De Finse markka ging vorige maand in een vergadering van hoge ambtenaren als hamerstuk het EMS in. Voor de lire moesten alle ministers van Financiën en centrale-bankiers van de Europese Unie halsoverkop worden ingevlogen. Het besluit over de spilkoers van 990 lire voor een Duitse mark viel net voordat de valutamarkt in Tokio opende. Vanmorgen tipte de lire op de Europese valutamarkt, vanaf een slot van 999 op vrijdag, de 990 aan. In guldens is dat 11,30 gulden per 10.000 lire.

In het EMS, waaraan van de EU alleen Griekenland, Groot-Brittannië en Zweden geen deel nemen, hebben de deelnemende munten een spilkoers ten opzichte van elkaar. Zij mogen onderling een koersafwijking vertonen van maximaal 15 procent naar boven of beneden. Wordt die grens overschreden, dan moet de centrale bank van het land van de afwijkende munt met het rente-instrument ingrijpen om de koers af te zwakken of aan te sterken. Lukt dat ook niet, dan moeten centrale banken met interventies op de valutamarkt de koersen in het gareel houden.

Italië moest de lire na een speculatiegolf in september 1992 uit het EMS halen toen de munt niet langer te verdedigen was. Ruim vier jaar later is de lire terug. Dat dit net voor 1997 gebeurt is geen toeval. Een van de criteria voor de deelname van een EU-lidstaat aan de Economische en Monetaire Unie in 1999 is dat de bijbehorende munt een periode van koersstabiliteit heeft doorgemaakt van twee jaar. De meeste Europese landen, behoudens Groot-Brittannië en Zweden, vertalen dat als een verplicht lidmaatschap van het EMS in de twee jaar voor 1999.

Met 990 lire per Duitse mark is een compromis gevonden tussen de harde eisen van Duitsland en vooral Frankrijk, dat aanvankelijk inzette op rond de 950 lire per mark, en de Italiaanse wens voor een zwakkere lire van tegen de 1050 om de exportsector te steunen. Italië had er al veel voor over om de lire niet te veel in koers te laten winnen aan de vooravond van het overleg. Naar verluidt gooide de Banca d'Italia er de laatste weken omgerekend zo'n 30 miljard gulden aan valutamarkt-interventies tegenaan om de munt boven de 1000 lire per mark te houden.

De marktkoers van de lire kan in de praktijk ook binnen het EMS nog ruim afwijken van de spilkoers van 990 lire per mark die gisteren werd bevochten. Maar de spilkoers is van groot politiek belang omdat de procedure nog niet vast staat over de koersen waartegen de munten van de EU-landen in 1999 opgaan in de ene Europese munt, de euro. Er zijn ideeën om een gemiddelde marktkoers te nemen van een bepaalde periode die aan 1999 voorafgaat. Evengoed kan de officiële spilkoers daarbij een rol spelen. Daarmee kreeg het besluit over de spilkoers van lire groot gewicht. Het kan best zijn dat gisteren de 'instapkoers' van de Italiaanse munt in de Economische en Monetaire Unie is bepaald.

Of 990 lire voor een mark een evenwichtige uitkomst is, waarmee de munt twee jaar stabiel zal blijven binnen het EMS, kan niemand zeggen. De meeste valuta-analisten rekenden vrijdag met een lire-koers van tussen 970 en 1000. Maar in de praktijk van de valutamarkt blijft de koers van een munt een zaak van vraag en aanbod.

Via vraag en aanbod werd gisteren ook in Brussel de koers van de lire gemaakt, en met name door Duitsland werd het spel hard gespeeld. Met de nadruk op 'gespeeld'. Want op een al te harde lire zitten Duitsland en Nederland volgens centrale-bankierskringen gisternacht ook weer niet te wachten. De 'bandbreedte' waartussen munten in het EMS mogen fluctueren is, met tweemaal vijftien procent, weliswaar zeer ruim en vrijblijvend, maar de lire is een geval apart. De afgelopen twee jaar zwierf de Italiaanse munt tussen een uiterst zwakke koers van 1260 lire per mark onder de regering-Berlusconi en een sterke koers van 988 eerder deze maand.

Die recente kracht is te danken aan het feit dat internationale beleggers massaal Italiaans schuldpapier en lires hebben gekocht in de verwachting dat Italië bij de eerste golf van deelnemers aan de EMU kan behoren, of hooguit een jaar later toetreedt. Door die massale aandacht kon de Italiaanse rente dalen tot dichtbij het Europese gemiddelde. Dat leidt er weer toe dat de rentegevoelige Italiaanse begroting er beter uitziet.

Maar die positieve spiraal kan ook omdraaien. Gezien de wankele positie van de regering-Prodi is nog altijd mogelijk dat Italiës kansen keren. En dan veroorzaakt het overhaaste vertrek van het snelle internationale geld een even grote chaos als de komst ervan een zegen was. Europa's centrale bankiers moeten er niet aan denken dan verplicht te zijn de Italiaanse munt met steunaankopen te redden. Zij zien de lire liever als het favoriete eitje bij het ontbijt: vooral niet te zacht, maar ook niet groen uitgeslagen.