VS en Rwanda: twee handen op een buik

KIGALI, 25 NOV. In de portiersloge van de Amerikaanse ambassade in Kigali hangt geen portret van president Clinton. Boven de zwarte receptionist prijkt de beeltenis van Martin Luther King.

Ook elders in het gebouw houdt de zwarte dominee vanaf de muur de wacht. De populariteit van de in 1968 vermoorde King en van andere buitenlandse zwarte 'helden' is groot onder Rwandezen. De Amerikanen buiten dat handig uit om goodwill te kweken in zwart Afrika. King-size posters worden gratis verspreid.

De tijd dat Amerika en termen als 'imperialisme' en 'racisme' in een adem werden genoemd, is voorbij in Midden- en Zuidelijk Afrika. De yanks zijn met name gevierd in Rwanda, waar ze, in tegenstelling tot de Fransen, in de ogen van de huidige door Tutsi's gedomineerde regering, de zijde van de juiste partij kozen. De haat tegen de Fransen is buitengewoon groot. Hoewel het Frans nog steeds de belangrijkste buitenlandse voertaal is in Kigali, geven veel inwoners de voorkeur aan communicatie in hun gebrekkige Engels. Parijs steunde tot 1994 de zittende regering, voornamelijk bestaande uit Hutu's, terwijl Franse troepen in de zomer van 1994 met Opération Turquoise de aftocht dekten van de extremistische Hutu-milities.

Niet alleen de Rwandese regering heeft een buitengewoon negatief beeld van de Fransen, ook onder de Amerikanen in Kigali klinkt veel kritiek op Frankrijk. “De Fransen zijn waarschijnlijk de enigen die hier een oorlog zouden beginnen ten behoeve van de francofonie”, zegt de Amerikaan Paul Stromberg van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR). Paul Patin, woordvoerder van de Amerikaanse ambassade, zegt dat er met de Fransen feitelijk niet valt samen te werken. De Amerikanen steunen het standpunt van de Rwandese regering dat een vredesmacht voor Oost-Zaïre niet nodig is. “het sturen van troepen is bullshit”, vindt Patin, maar de ambassade en de 25 Amerikaanse militairen in Rwanda werken niettemin aan een uitvoeringsplan, mocht de internationale gemeenschap alsnog besluiten militairen te sturen. Volgens Patin zou de Rwandese regering wel willen instemmen met een buitenlandse troepenmacht, maar dan bestaande uit louter Amerikanen en dat is voor andere betrokken landen, met name Frankrijk, onaanvaardbaar. Voor de Fransen is volgens Patin maximaal een lichte logistieke rol weggelegd. Het is de vraag of ze daar genoegen mee zullen nemen.

In tegenstelling tot de Amerikanen zijn de Franse diplomaten in Kigali in het geheel niet spraakzaam. Het enige commentaar op de ambassade vanmorgen was “Geen commentaar.” Voor verdere informatie wijst men door naar Parijs en in de Franse hoofdstad zwijgt men dan weer in alle talen.

Naast de Amerikanen en de Fransen is er nog een derde Westerse land dat zich heeft opgeworpen als beschermengel van de Rwandezen: Canada. Helaas maakten de Canadezen een niet al te beste start bij hun aankomst, twee weken geleden. Ze waren gewapend en daar is de Rwandese regering allergisch voor. De wapens moesten per kerend vliegtuig worden teruggestuurd naar Entebbe. waarschijnlijk is het ook het Franse tintje, het Quebecois van de Canadezen dat Kigali niet zint. Feit is dat de 26 Canadezen in Kigali grotendeels met hun ziel onder hun arm lopen. Al kauwgomkauwend zijn ze op de benedenverdieping van het Umubano-hotel ijverig bezig met 'voorbereidingen', maar het is overduidelijk een vorm van werkverschaffing. “De Canadezen zijn hier omdat ze een leuke oefening wilden”, schampert Paul Patin. De Canadese woordvoerder, Rod Babiuk, moet glimlachen om een dergelijke opmerking, maar hij spreekt de strekking ervan niet tegen.

Zo blijven de Amerikanen in Kigali over als de enige buitenlandse factor van belang. De entente tussen Kigali en Washington wordt met de dag cordialer. De vice-president van Rwanda, Paul Kagame, de feitelijke sterke man, is opgeleid in de Verenigde Staten en Oeganda; hij spreekt geen Frans. Het Rwandese leger, dat zeer goed georganiseerd en gedisciplineerd is, heeft Amerikaanse adviseurs in dienst. De Amerikanen zien de zittende Rwandese regering als een stabiele, betrouwbare factor in een roerige omgeving.

Patin bevestigt het al door velen geuite vermoeden dat het Rwandese leger vanaf eind vorige maand direct betrokken was bij het offensief van de rebellen in Oost-Zaïre tegen de Hutu-milities. “Men heeft mij verteld dat de zogenaamde rebellen van de Banyamulenge (etnische Tutsi's, red.) een Kigalees accent hadden. Wij gaan ervan uit dat het Rwandese leger het brein was achter de slag tegen de Hutu's. Het was hun belang.”