Traditioneel klagen

Het jubileum van Rotterdam Airport staat onder een ongunstig gesternte. Anderhalve maand geleden had men het veertigjarig bestaan al willen vieren, maar toen stortte onverhoeds een Dakota in de Waddenzee. Nu is de paarse coalitie weer verdeeld over nachtvluchten op regionaal vliegveld Beek. Geen moment om je als meest omstreden luchthaven van Nederland op de borst te roffelen.

Directeur Wondolleck van Rotterdam Airport beperkte de viering vorige week daarom maar tot een bescheiden persbijeenkomst met een broodje en een glas karnemelk. Het gaat weer goed, ja zelfs uitstekend met Rotterdam Airport, zo kon hij mededelen. Het aantal reizigers is binnen twee jaar van 320.000 naar een half miljoen gestegen. Zestienhoven is goed voor 1.700 banen. Vanaf december is er een nieuwe lijndienst op Bremen. Er wordt geïnvesteerd in een vertrekhal en een hangar. In het nieuwe millennium hoopt Rotterdam Airport liefst 850.000 passagiers te verwerken. Wondolleck: “Vanuit de markt hoor je: het gaat hardstikke goed.”

Toch spreekt uit het jubileumboekje ('Op weg naar een nieuwe toekomst') niet alleen enthousiasme. Het boekje is een vreemde mengvorm van pr-folder, strijdkreet en klaagzang. “Met verbijstering” schrijft directeur Rijnierse van Van Hecke bijvoorbeeld het debat over het voortbestaan van Rotterdam Airport te hebben gevolgd. Natuurlijk, mensen mogen van mening verschillen, we leven in een democratie tenslotte. Maar het “gebruik van allerlei oneigelijke argumenten” en de “stroperigheid van de besluitvorming” heeft “in tien jaar tijd het imago van Rotterdam voortvarend afgebroken”, zo meent hij. President-directeur Van Noortwijk van Köpcke International noemt het “frappant” dat Rotterdam sluiting van een luchthaven overweegt “terwijl elders in Europa juist wordt geïnvesteerd om regionale luchthavens te moderniseren”. Voor voorzitter Berndsen van de raad van bestuur van Nedlloyd is het vliegveld “van levensbelang”, voor Tabaksblatt van Unilever “onontbeerlijk”, voor anderen “onmisbaar”.

De felicitaties van minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat steken hierbij wat bleekjes af. “Veertig jaar is een respectabele leeftijd”, laat ze in 'Op weg naar een nieuwe toekomst' optekenen. “Zeker gezien uw geschiedenis.” Wat betreft de 'nieuwe toekomst': “Momenteel loopt er een onderzoek naar de mogelijkheden om Rotterdam AIrport als zakenluchthaven te runnen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat steunt dat onderzoek”, zo schrijft ze. “Ik ben bovendien zeer benieuwd naar de uitkomst van verschillende onderzoeken.”

Niet de ruimhartige politieke steun die je als luchthaven zou wensen. Maar Rotterdam Airport verkeert dan ook in een nieuwe cyclus van politieke onzekerheid. Het kabinet beslist pas over het nationaal belang van het vliegveld als het debat over de vijfde baan van Schiphol en de hogesnelheidslijn is afgerond. Van Rotterdam mag de luchthaven alleen openblijven bij maximaal twintigduizend vliegbewegingen per jaar, een volledige nachtsluiting en vertrek van alle reclame-, les- en sportvliegtuigjes. Met die voorwaarden kan exploitant Schiphol weer niet leven.

Uit 'Op weg naar een nieuwe toekomst' blijkt vooral hoe onbewegelijk de voor- en tegenstanders van Rotterdam Airport na veertig jaar nog altijd in hun loopgraven zitten. Omwonenden klagen, milieubeschermers klagen, ondernemers klagen, Schiphol en Rotterdam klagen. Het is al bijna een mooie traditie.

    • Coen van Zwol