Tonny de Jong uitblinkster op klapschaatsen

BERLIJN, 25 NOV. Klik klak, klik klak. De Nederlandse schaatssters lieten van zich horen bij de internationale seizoensopening in Berlijn. Met klinkende prestaties, maar ook door de klapschaats. Het nieuwe, bepaald niet geruisloze 'geheime wapen' gaf de kernploeg van Aart van der Wulp en Ab Krook vleugels tijdens het toernooi om de World Cup.

Op de drie kilometer werd de onverslaanbaar geachte Gunda Niemann voorbij gestreefd door winnares Tonny de Jong én Carla Zijlstra. Op de 1.500 meter was de Duitse wel de sterkste, maar ook toen werd ze op de hielen gezeten door De Jong. Ondanks de afwezigheid van de geblesseerde Annamarie Thomas eindigden vier Nederlandse rijdsters bij de eerste negen.

De klapschaatsen lagen bij de firma Havekotte al stoffig te worden op een plank. Totdat in het gewest Friesland trainster Sijtje van der Lende aan het experimenteren sloeg met het nog tamelijk onbekende fenomeen. In Zuid-Holland werd het initiatief overgenomen. De resultaten waren dermate positief dat de huidige topsportcoördinator Ab Krook eind vorig seizoen het plan opvatte de vrouwenkernploeg ermee uit te rusten. Zijlstra, De Jong en Barbara de Loor besloten de schaatsen ook bij wedstrijden onder te binden. Was het toevallig dat dit trio in Berlijn opmerkelijke progressie boekte?

Krook vindt het te vroeg om te juichen. Hij houdt de ontwikkelingen rond de klapschaats, die volgens wetenschappelijk onderzoek per ronde een tijdwinst oplevert van 0,2 tot 0,3 seconden, nauwlettend in de gaten. “We moeten ervoor waken dat de rijdsters uit gemakzucht hun techniek gaan verwaarlozen. Als dat gebeurt, wordt het voordeel van de klapschaats te niet gedaan. Het heeft me wel verwonderd dat Gunda Niemann zich zo liet verslaan. Normaal rijdt ze drie, vier seconden sneller op de drie kilometer. Theoretisch kon ze gewoon niet verliezen.”

De veelvoudige olympisch en wereldkampioene leek niet aangeslagen door de verrassende coup van de Nederlandse concurrentie. Gevraagd naar haar interesse voor de klapschaats haalde ze haar schouders op. “Ik zal er niet eerder dan na de grote kampioenschappen mee experimenteren. De Nederlandse vrouwen waren gemotiveerd hier iets te laten zien. Ik bouw mijn seizoen geleidelijk op. Het is nog veel te vroeg om al conclusies te trekken.” Deelneemsters uit andere landen vergaapten zich aan de klapschaats in Berlijn en in Inzell, waar de kernploegrijdsters de schaatsen eerder dit seizoen uitprobeerden. Opgewonden Japanners waren met opgewonden kreetjes de eersten die de uitvinding wilden bekijken. Maar ook de Russin Svetlana Bashanova, de Italiaanse Elena Belci en de coach van de Oostenrijkse Emese Hunyady toonden zich hevig geïnteresseerd.

Het principe van de klapschaats lijkt simpel. De voorste 'pot' tussen de ijzers en de schoen is vervangen door een schanier. De achterste 'pot' is verdeeld in twee steunpunten die in elkaar vallen. Doordat de schoen meebeweegt met de voet kan de schaatser de enkel strekken en bij de afzet de kuitspieren optimaler benutten. In Nederland hebben Gerrit-Jan van Ingen Schenau (Vrije Universiteit in Amsterdam), neurofysioloog Bert Otten en biomechanicus Jos de Koning (beiden universiteit Groningen) uitvoerig de effecten bestudeerd van de klapschaats. Ook zochten zij naar de juiste slag.

Sinds kort bestaat tevens de Rotrax-schaats. Deze noviteit werd ontwikkeld door industrieel ontwerper Diederik Hol van de Technische Universiteit Delft en op de markt gebracht door Raps. De Rotrax heeft een zes-stangenmechanisme met zeven scharnierpunten tussen schoen en glij-ijzer. Hierdoor kan de voet op een natuurlijke wijze de afzet maken. Vrouwencoach Van der Wulp rijdt op een Rotrax, maar hij wil het de toppers nog niet aanraden omdat de Viking van Havekotte stabieler is. Krook: “De Rotrax is te lomp. Je hebt meer tijd nodig erop te leren schaatsen.”

De klapschaats bestaat al meer dan tien jaar. Wopke de Vegt, coach van Rintje Ritsma, kan zich uit zijn actieve schaatsperiode herinneren dat de Groninger Henk Nijdam ook in het bezit was van dit model. “Dan spreek ik over achttien jaar geleden. Hij reed er niet zachter mee dan anderen.” Pas enkele maanden geleden volgde de vrouwenkernploeg. “Want je moet de rijders in de top nooit belasten met een product dat nog niet beproefd is”, zegt Van der Wulp. Carla Zijlstra lijkt met haar 'diepe zit' boven het ijs het meeste baat te hebben bij de klapschaats. “Mijn afzet zit in het laatste moment van de slag. Ik maak niet van die explosieve klappen als Koss. Mijn bochtenwerk is veel beter geworden.”

Ook Barbara de Loor heeft baat bij de klapschaats. Met een vijfde plek op de drie kilometer en een zesde op de 1.500 meter, overtrof ze zichzelf. “We zijn natuurlijk allemaal beter, completer, sterker en geroutineerder geworden. Maar de klapschaats helpt mee. Alleen bij de start ervaar ik de klapschaats als een nadeel omdat je niet lekker de punt in het ijs kan zetten. Toch verlies je geen tijd op de eerste honderd meter. Het rijdt heel relaxed.” De klapschaats is natuurlijk wat kwetsbaarder dan het gangbare model. De rijdsters hebben een materiaalkoffertje om zelf eventueel reparaties te kunnen doen. Om de paar weken worden de schaatsen nagekeken door een monteur van de fabrikant. “Niemand van de kernploeg heeft nog problemen gehad. Maar bij gewestelijke wedstrijden is er weleens een scharnier losgeschoten. Dat moet je natuurlijk niet hebben tijdens de nationale kampioenschappen als je je moet kwalificeren voor de grote toernooien”, huivert De Loor.

Het kwetsbare mechanische gedeelte weerhoudt de mannen ervan over te stappen op de klapschaats. De Vegt: “Rintje heeft er vorig jaar wel op gereden. De resultaten waren niet beter. Rintje is te zwaar en hij schaatst zo explosief, hij zou de klapschaats naar de sodemieter rijden. Het is bovendien te laat. Je moet ook de zomertraining aanpassen voor de klapschaats. Toch denk ik dat dit nieuwe materiaal voor een revolutie kan zorgen.” En Henk Gemser: “Ids Postma heeft er vorig seizoen tien dagen op gereden. Door een montagefout kreeg hij pijn in z'n knie. Dan heb je als fabrikant het krediet bij de topsporter verspeeld. De constructie moet degelijk zijn.” Krook daarover: “Ik ken privé-techneuten die lichtere en sterkere varianten proberen te vervaardigen.”

De enige man die zich in Berlijn waagde aan de klapschaats, was de Zweed Jonas Schön. Door een griep eindigde hij bij de vijf kilometer op een 43ste plaats in 7.28,02. Niet representatief dus.

Is de fabrikant nu de grote winnaar na de geslaagde internationale introductie van de klapschaats in Berlijn? Nee, zegt Ab Krook. “Het kost de fabrikant alleen maar geld, want de schaatsen worden voor ons met de hand gemaakt. Behalve een paar enthousiastelingen verwacht ik niet dat er op grote schaal mee gereden gaat worden.”

    • Erik Oudshoorn