TARTE AUX PRUNEAUX

Vroeger was men voor het maken van vruchtentaarten 's winters vooral aangewezen op gedroogde zuidvruchten. Tegenwoordig zijn vrijwel alle vruchten het hele jaar door verkrijgbaar - zo niet vers dan wel diepgevroren.

Als we teveel toegeven aan deze verworvenheden, dreigen bepaalde facetten van ons culinaire erfgoed in de vergetelheid te raken. Zoals een open Franse vruchtentaart met gedroogde pruimen. Week de benodigde pruimedanten in water, cognac of koude thee met rum. Voor een taartvorm van circa 22 centimeter doorsnede:

250 gram gezeefde bloem

125 gram zachte boter

100 gram suiker

snufje zout

cognac

voor de vulling:

16 pruimedanten, geweekt en uitgelekt

1 ei

3 eetlepels room

2 eetlepels cognac

Prak bloem, boter, suiker en een snufje zout in een kom door elkaar tot een kruimig mengsel. Sprenkel er al prakkend lepelsgewijs 2-3 eetlepels cognac over tot het kruim met de vingertoppen bijeengevoegd kan worden tot een deegbal. Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een passende deeglap. Bekleed hiermee de ingevette en met bloem bestoven taartvorm (losse bodem); laat de beklede vorm minimaal 15 minuten of tot gebruik rusten in de ijskast. Maak een overlangse insnijding in de pruimedanten, verwijder de pit en leg de vruchten (open zijde onder) in concentrische cirkels op het deeg. Bak de taart 15 minuten in het midden van een voorverwarmde (200 ß8C) oven. Klop ei, room en cognac in een kom door elkaar. Neem de taartvorm uit de oven en giet het eiermengsel tussen de pruimedanten. Bak de taart nog 15-20 minuten, of tot het deeg van de rand is losgekomen en het eiermengsel is gestold. Serveer de tarte aux pruneaux lauw of op kamertemperatuur.

    • Florine Boucher