Society Shop wil de upper class terugwinnen

BREDA, 25 NOV. Twee vlotte meiden en een jongen stappen vastberaden The Society Shop in Breda binnen. De jongeman in vale spijkerbroek vraagt de verkoper naar een blouse met harde kraag. Hij lijkt geen vaste klant van een van Nederlands chicste kledingketens. “Ik heb hier wel eens een stropdas gekocht”, zegt hij verontschuldigend. “Maar zo'n blouse kon ik verder nergens vinden.”

The Society Shop - TSS, zeggen de medewerkers zelf - voorziet sinds jaar en dag de upper class van exclusieve kleding. Toch raakte het bedrijf (negentien filialen) in de versukkeling. Te arrogant, vonden de klanten. Eigenaar Goudsmit, vooral actief in opleidingen en 'flexibele arbeid' (uitzendwerk), besloot zich op de kernactiviteiten te richten en verkocht de winkelketen. Het zittende management, J. Bik en H. Beer, nam de zaak deze maand over. Of, en zo ja, hoeveel ze meer betaalden dan andere gegadigden, zeggen ze niet. Praten over hun plannen willen ze wel. Het bedrijf moet weer worden wat het was: de eerste keus voor bemiddeld Nederland.

Dat betekent ook dat Bik, de grootste aandeelhouder, en Beer terugkomen van de diversificatiestrategie uit de voorbije jaren. Toen werden aparte formules in de markt gezet: Lady Society (voor vrouwen), Robe di Kappa (alleen Kappa-kleding) en Society Sports (vrijetijds- en sportieve kleding). “Wij geloofden in die strategie”, erkent Bik. Maar de markt niet. Nu wil The Society Shop zich onderscheiden op kwaliteit en dienstbetoon.

Bik kwam anderhalf jaar geleden naar het noodlijdende bedrijf, op voorwaarde dat hij en Beer optie kregen op de helft van de aandelen. “Ik wilde gewoon mijn eigen zaak hebben”, verklaart hij. De problemen die ze vervolgens ontwaarden - te grote voorraden, te veel staf - waren groter dan gedacht. Om de zaak weer op niveau te krijgen werd fiks gereorganiseerd. Daarbij sneuvelden vooral banen op het hoofdkantoor.

Inmiddels is het bedrijf zover dat Bik zijn plannen voor service-verbetering kan uitvoeren. The Society Shop is vierentwintig uur per dag beschikbaar voor de clientèle. “Klanten moeten ook buiten de openingsuren terecht kunnen”, vindt Bik. “Ik was daar erg verbaasd over, maar het blijkt dat mensen graag voor het werk even binnenlopen. Auto op de stoep, kopje koffie erbij en tussendoor een pak kopen.” Vanaf Schiphol voor vertrek even bellen voor een overhemd behoort volgens hem ook tot de mogelijkheden.

Bik is positief gestemd voor de toekomst. The Society Shop zal dit jaar nog geen winst maken, maar de vooruitzichten zijn goed. “De kosten liggen al zo'n 35 procent lager dan in het verleden, de omzetgroei bedraagt dit jaar circa 10 procent en we hebben veel oude voorraad opgeruimd.” Ten tijde van de reorganisatie, in 1995, lag de omzet op ongeveer 25 miljoen gulden.

In de winkel in Breda is het rustig. Het interieur van de zaak doet denken aan een Hollandse huiskamer uit vroeger tijden. Veel hout, mooie tafels waarop polo's, Schots geruite truien, maar ook spijkerbroeken liggen uitgestald. De prijzen beginnen bij 150 gulden.

Mooie handel, maar het imago is wat stoffig, vindt Bik. Daarom wil hij ook het beeld van de keten oppoetsen. Daarbij verwijst hij naar een site op Internet, die er sinds vorige maand is, dassen van Corneille, meer kleur in de collectie. De winkel in Breda wordt geleid door W. Oosterhoff, sinds 1977 in dienst bij The Society Shop. Hij wijt de slechte periode vooral aan de conjuncturele malaise. “Iedereen had last van de slechtere economie.” Maar hij steekt ook de hand in eigen boezem: “Het ging heel erg goed. Dan sluipt de arrogantie erin.”

Bik erkent dat. “Het is niet alleen de kunst om aan de top te komen, het is veel moeilijker om er te blijven. Dat zie je aan Ajax, Philips en IBM. Klanten van de shop moeten persoonlijk worden aangesproken, alle aandacht krijgen. Dat mag niet verslappen.”

    • Eva Oudgenoeg