Ook Rotterdam wijst stadsprovincie af

ROTTERDAM, 25 NOV. Rotterdam ziet geen heil in de oprichting van een stadsprovincie op de wijze die het kabinet voor ogen staat. Voordat Rotterdam taken inlevert, moet de vorm van het nieuwe stadsprovincie-bestuur volstrekt helder zijn. Wethouder Simons (regiozaken) is “niet optimistisch” dat de Tweede Kamer daarover overeenstemming kan bereiken.

Het Rotterdamse gemeentebestuur heeft vandaag in een brief aan de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken laten weten het “buitengewoon risicovol” en “niet aanvaardbaar” te achten om in 1998 een voorlopige stadsprovincie op te richten als onduidelijk is wat de uiteindelijke taken en bevoegdheden zullen zijn.

Het kabinet wil namelijk met zo'n 'tussenfase' alvast vooruitlopen op de definitieve stadsprovincie. Het volgt daarmee het advies van de commissie Andriessen, die in opdracht van het kabinet heeft onderzocht hoe de stadsprovincie Rotterdam weer vlot kan worden getrokken.

In deze 'tussenfase' kan worden onderhandeld over de uiteindelijke bevoegdheden van de stadsprovincie, die daarna worden vastgelegd in een 'lex specialis'. Rotterdam vreest echter dat na de instelling van een voorlopige stadsprovincie met beperkte bevoegdheden de “ambities afkalven” door de weerstand van gemeenten die verder geen taken willen inleveren. De stadsprovincie kan dan “blijft steken in een ongewenste tussenfase”. Simons: “Als je het niet eens bent over de vraag hoe je huis er uit gaat zien, is het onverstandig de hijpalen maar vast in de grond te slaan.”

In de voorstellen van de commissie-Andriessen blijft de gemeente Rotterdam ongedeeld. De taken en bevoegdheden van het stadsprovinciebestuur worden daarentegen veel ruimer dan eerder gedacht om competentiestrijd tussen de nieuwe stadsprovincie en het grote, ongedeelde Rotterdam te voorkomen. Zo wordt de stadsprovincie verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening, grondbeleid, verkeer en vervoer, volkshuisvesting en de haven. Alle gelden van het provincie- en gemeentefonds worden door de stadsprovincie over de gemeenten verdeeld. De meeste van de achttien Rijnmondgemeenten hebben al laten weten niets in zo'n machtige stadsprovincie te zien. De taken die er voor de gemeenten overschieten, zouden te beperkt zijn. Voor Rotterdam ligt de zaak andersom: die wil pas haar taken afstaan als zeker is dat er een zeer krachtige stadsprovincie komt.