Normaal nooit meer oerend hard?

Bandleider Jolink heeft gezegd dat Normaal er mee ophoudt. De fans willen het niet geloven. De 'boerengroep' is voor de Achterhoek van grote betekenis geweest.

De fans zijn heel ongerust, bekent kastelein Willy Dierssen. Hij is de uitbater van café Halfweg, de stamkroeg van de rockgroep Normaal. In zijn etablissement, aan de weg tussen Doetinchem en Zelhem, hebben veel bezoekers de laatste weken vragen gesteld over de toekomst van Normaal. Het is toch zeker niet waar dat de band stopt? Dierssen weigert te geloven dat Bennie Jolink en zijn vier ruige maten “definitief kappen”. “Bennie heeft dat pas wel gezegd”, vertelt Dierssen, “omdat hij in een dip zit. Hij heeft geestelijke en lichamelijke problemen, als gevolg van jarenlange roofbouw. Hij houdt nu rust in zijn Hummelose boerderij. Neem van mij aan, na de winterpauze begint het bij Jolink weer te kriebelen.”

Dierssen werpt een blik op de muur naast de lange bar, die wordt gesierd door een aantal krantenknipsels over Normaal. Ook elders in het café hangen afbeeldingen van de boerenrockers. Café Halfweg is het hol van de leeuw, in een tent buiten worden elk jaar de fanclubdagen gehouden. De vloer is dan drassig, de lucht verzadigd van bier en zweet, terwijl de veelal klompen dragende gasten met geheven vuisten strijdkreten schreeuwen naar het podium met hun luidruchtig optredende idolen. De duizenden fans gooien met bier, ze rollen over de grond, ze hossen. De verzamelnaam voor dat gedrag is h⊘ken. H⊘ken is alles wat “ruig, onbenullig en lekker is, zolang het maar niets te maken heeft met seks of geweld”, zei Jolink aan het begin van dit jaar in een vraaggesprek met NRC Handelsblad.

Kroegbaas Dierssen haalt de Anhangerschapbode tevoorschijn, het clubblad dat zes keer per jaar wordt verspreid onder vierduizend Normaal-fans. Op bladzijde 18 van het oktobernummer wordt de afsluiting van De Veldtocht '96 (zo'n honderd concerten) van Normaal aangekondigd: “een echt Achterhoeks h⊘kfeest, op 26 oktober, wederom in Lievelde bij Groenlo. Eens waren er hier een bierdouche, dames worstelen en striptease acts”, schrijft de organisatie, “nu zijn we van plan van al het goede een mix te maken. We hebben het voor elkaar gekregen om een aantal (blote) koorddanseressen boven de tent te laten balanceren. Dus zet de pet maar op!!! (...) En manneke pis zal weer volop bier in de tent spuiten.”

Dierssen, bestuurslid van de fanclub, is trots op de anhangers, wier voorzitter, Henk Kelder, Normaal omschrijft als “een leefwijze, een cultus, een instituut”. Het Anhangerschap is zich “wezenloos” geschrokken van de tijding van bandleider Jolink dat de groep er mee ophoudt. Maar zo'n geruisloos einde is toch niets voor Jolink? “Nee”, meent ook Jan Manschot, in 1975 mede-oprichter van Normaal en sinds zeven jaar weg uit de band. “Als Normaal inderdaad stopt, dan organiseert Jolink vast een afscheidstournee. Maar dan is het ook definitief over. Bennie is niet een soort Heintje Davids.”

Manschot (49) en Jolink (50) kennen elkaar al van vóór Normaal. Beiden studeerden in Enschede, waar Jolink op de kunstacademie zat. In het boek Wat is Normaal? schrijven Manschot en Dolf Ruesink dat Jolink zich vreselijk ergerde aan “de eindeloze discussies” aldaar. Na zijn eindexamen zei de zanger: “Voor dat soort opleidingen is maar één remedie: benzine, poetskatoen en een lucifer.” Jolink voorspelde zich nóóit meer aan te passen aan de maatschappij. Hij liet zijn haar groeien “zo lang als ik dat zelf wil”. Ik was altijd voor de Rolling Stones en tegen de Beatles. Vóór Elvis en tegen Cliff Nikshard.”

In 1975 begon Normaal: de groep speelde in een keldertje onder het postkantoor van Doetinchem. Van de Rolling Stones en de Pretty Things namen ze de rhythm and blues over. De oorspronkelijk a-commerciële instelling van die groepen sprak Normaal aan, net als hun onaangepaste gedrag. Normaal werd ook beïnvloed door Achterhoekse folklore en Duitse hoempa-muziek. De bandleden besloten snel consequent Achterhoeks dialect te zingen en toonden een gruwelijke hekel te hebben aan alles wat stads is.

Bennie Migchelbrink, sinds mensenheugenis tekstschrijver van Normaal, heeft voor dat laatste een verklaring. Hij wijst erop dat Jolink in de jaren zestig een korte periode in Amsterdam woonde. “Hij zag er uit als een echte hippy, met lang haar en passende kledij. Jonge Amsterdammers keken huizenhoog tegen hem op, totdat ze wat aan hem vroegen en hij in het Achterhoeks iets terug zei. Meteen zagen ze hem niet meer staan. Dat heeft Jolink aangegrepen, maar ook gesterkt in zijn opvatting dat hij zichzelf moest blijven en zijn streek niet moest verloochenen”, zegt Migchelbrink, die zich bij het schrijven liet inspireren door jeugdherinneringen, sterke verhalen, burenpraat, caféroddel, achterklap en boerenhumor.

Het imago van Normaal was meteen ruig. Migchelbrink herinnert zich dat de groep in het begin “slechts een paar akkoorden” kon spelen. “De teksten van de songs, daar ging het om. Normaal schopte overal tegenaan, daar leende de tijd zich ook voor. Met keiharde muziek en veel geweld op het podium ruiden ze de fans op.” In die tijd deden zich meer dan eens relletjes voor rond optredens, zodat menig burgemeester de concerten van Normaal verbood. Uit vrees voor herrie, te grof optreden of drankmisbruik. Een Achterhoekse cafébaas, die anoniem wil blijven, zag zijn zaal destijds een keer “compleet verbouwd door dat bezopen volk”. “Ik heb een hoop geld moeten toeleggen op het bezoek van die bende.” De Doetinchemse biologie-leraar en muzikant Hans Keuper kan zich die relletjes nog herinneren. “Jolink en zijn mannen traden achter kippengaas op om zich te beschermen tegen de geworpen flessen Grolsch”, lacht hij. “En er vielen klappen. Tegenwoordig gaat het vriendelijker, vallen de dronken fans elkaar in de armen”.Dat Normaal zich in de jaren zeventig ook buiten de concerttenten roerde, bleek toen de groep de studio van de NOS aandeed voor een optreden bij Top Pop. Volgens de lezing van de NOS destijds stoven vier vandalen het terrein van de omroep op, waarbij ze bijna twee suppoosten doodreden. De Normaal-leden zouden twee script-girls hebben aangerand en bovendien “een ruïne” van de kleedkamers hebben gemaakt. Normaal vond dat verhaal overdreven en zei “schijt te hebben aan Hilversum met zijn Gooise matras” en kreeg bij thuiskomst applaus. Duizenden 'anhangers' kwamen naar het openluchttheater van Lochem en leefden zich uit bij de topper Oerend hard van het bier drinkende Normaal, dat zich bij het Leger des Heils in de kleren had gestoken: zwarte colberts en dito broeken. Later klonk Vrouw Haverkamp, een lofzang op een rondborstige Achterhoekse.

De populariteit van de groep steeg enorm: in de niet verstedelijkte gebieden van Nederland, maar met name in de Achterhoek, die volgens insiders veel te danken heeft aan de band. Normaal is “van onschatbare waarde” voor de promotie van deze regio, zegt directeur Stef Grit in zijn Doetinchemse werkkamer van het Staring Instituut, dat zich bezighoudt met het vastleggen en bestuderen van het streekeigene van de Achterhoek en Liemers. “Niet alleen extern, vooral ook intern”, voegt hij daar aan toe. Met dat laatste doelt Grit op het zelfbewustzijn van “met name de jeugd in dit gebied”. “Normaal toont haar dat de taal en de mensen van hier in het hele land meetellen, dat het gebied achter de IJssel wel degelijk volwassen is. De voetbalclub De Graafschap vervult een soortgelijke functie. Normaal houdt dan ook van De Graafschap, de 'superboeren'. Toen het de club financieel slecht ging, wilde Jolink een benefiet organiseren.”

Grits voorganger bij het Staring Instituut, H. Krosenbrink, sluit zich bij diens woorden aan. “Normaal heeft de mensen hier streekbewust gemaakt. De groep heeft de jongeren geleerd dat ze zich niet voor hun gedrag of uitspraak hoeven te schamen. De Achterhoek is niet achterlijk, het is geen achterland.” Hij wijst op een geschrift van de zeventiende-eeuwse dominee-dichter Willem Sluyter. “Waer iemant duisent vreugden soek, mijn vreugt is in dees' Achter-hoek.” Krosenbrink over Normaal: “Ik ben niet altijd zo wild geweest van hun ruige teksten. Toch heeft de band nòg iets heel belangrijks gedaan: ze heeft voor het eerst de bunker van Hilversum opengebroken, door het taboe van de omroepen ten opzichte van het dialect opzij te zetten. Akkoord, het bier was hun handelsmerk, maar dat is uiteraard aangedikt. In de Achterhoek wordt niet alleen gedronken en wonen niet enkel boeren.”

Directeur Grit van het Staring Instituut meent dat Normaal “van veel betekenis” is geweest voor de muziek in de Achterhoek, “omdat de bekende groep heeft geleid tot de oprichting van tal van bandjes, die alle het dialect hanteren en dat zo springlevend houden”. Hij noemt Spöl, de Jan Ottink Band en Boh Foi Toch - vrij vertaald: jonge jonge, het is me wat - dat populair is bij vergrijsde Normaal-fans. In het laatste gezelschap speelt Jan Manschot (ex-Normaal), die zijn oude groep in de loop der jaren ingrijpend heeft zien veranderen. “Als notoire hippies trapten we met onze teksten vroeger alles overhoop, we zopen en gingen verschrikkelijk te keer”, zegt hij. “Boerenlullen waren we, we schaamden ons er niet voor dat ook naar het publiek te roepen.”

Na 1982 is dat alles volgens Manschot wat anders geworden. Het geld ging een belangrijkere rol spelen, weet hij nog. Normaal Achterhoek bv (vijf muzikanten, drie technici, twee mensen op kantoor, een manager en vijf man los personeel) heeft een miljoenenomzet, ging zich op het grote publiek richten. “De inhoud van de teksten werd minder kritisch”, meent hij. Tekstschrijver Migchelbrink sluit zich daarbij aan. “Maar muzikaal is Normaal een stuk vooruitgegaan.” Na het verschijnen van de cd Top Of The Bult, in maart, schreef een recensent dat “de leden van Normaal zich hebben ontwikkeld tot uitstekende muzikanten. Het simpele stramien van een boogie of een langzame blues wordt opgevuld door kundig verweven gitaarsolo's en steeds verfijndere arrangementen met trekzak en blazers.”

Normaal streeft naar perfectie, al weet bandleider Jolink dat zijn publiek daar niet voor komt. De dorstige leden van het Anhangerschap bezoeken Normaal voor het ruige spektakel. Ze willen Hein Wolters zien, alias Hendrik Haverkamp, de 1.94 meter lange, 100 kilo wegende gangmaker van Normaal, die met de gieremmer pleegt te zwaaien of hooi in het rond strooit. “Maar Bennie Jolink is natuurlijk nòg belangrijker”, zegt Jos Peeters, vlak bij de ingang van café Halfweg. “Bennie ìs Normaal, man! Zit-ie soms binnen? Nee? Jammer. Geloof me, volgens mij houdt hij er niet mee op. Ik hoop in elk geval dat hij doorgaat, oerend hard ja.”

OEREND HARD

Oe-oe-oerend hard kwamen zie doar aan gescheurd

oe-oe-oerend hard want zie had'n van de motorcross geheurd

langzaam rijden dat dejen zie nooit

dat vonden zie toch maar tied verknooid

Bertus op zien Norton, Tinus op de BSA

noar de motorcross op 't Hengelse zand

de hoender en de vrouwluu stoaven aan de kant

Bertus op zien Norton, Tinus op de BSA

Oe-oe-oerend hard scheurden zie na de cross naar huus oe-oe-oerend hard, want dan waren zie eerder thuus

zie had'n alderbastend gein gehad

zie waren allebei een heel klein beetje zat

Bertus op zien Norton, Tinus op de BSA

aan 't gevaar hadden zie nog nooit gedacht

zie waren koning van de weg en dachten alles mag

Bertus op zien Norton, Tinus op de BSA

Maar zoals altied kwam an dat gejakker een end deur'n zatte keal die de snelheid van de motor niet kent

Bertus reed erop en Tinus kwam er vlak achter an

iedereen die zei: van die lui heur-ie nooit mer wat van

die goan nooit, nee nooit, nooit meer oerend hard

die gaan nooit, nee nooit, nooit meer oerend hard

maar wi goan oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oerend hard

maar wi goan oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oerend hard.

    • Guido de Vries