NATHALIE IS EEN GODJE IN SHIMIZU

Tientallen Nederlandse voetballers verdienen hun brood bij buitenlandse clubs. Er is ook een vrouwelijke fullprof, de Haarlemse Nathalie Geeris. Zij speelt in Japan bij Suzuyo Shimizu FC. 'Als ik hier twee jaar heb gespeeld, kan ik in Nederland een huis kopen.'

Lovely Ladies staat er op het bord voor de ingang van het trainingscomplex van Shimizu FC. Nathalie Geeris houdt demonstratief haar handen op de letters. “Stom, hè. Alle vrouwenploegen hebben hier een bijnaam. Wij zijn dus de Lovely Ladies. Ik kan er ook niets aan doen.”

Er staat een training op het programma. In het clubhuis krioelt het van de speelsters. Ze zijn klein, mager en stil. Geeris valt op, niet alleen door haar blonde haar, maar ook omdat ze niet voortdurend naar het achterste deel van het gebouwtje loopt. Daar is de medische ruimte. Het lijkt er wel een eerste-hulppost van een ziekenhuis. Met ingepakte dijen, knieën en enkels komen de speelsters naar buiten. De twee masseurs hebben hun handen meer dan vol.

Voor Geeris hoeft al die poespas niet. “Dan vragen ze aan me hoe laat ik gemasseerd wil worden. Dat hoeft niet, zeg ik dan, want ik heb nergens pijn. Dat kunnen ze maar niet begrijpen. Die meiden plakken ook overal pleisters op. Dat is om de spieren warm te maken of zo. Voor de wedstrijden drinken ze een raar energiedrankje. Ik vraag al niet meer wat het is. Ik heb twee keer een onbevredigend antwoord gekregen. Ik vind het best zo. Ik hoef het in ieder geval niet.”

De Japanse speelsters zoeken naar extra steun omdat ze fysiek niet erg sterk zijn. “De buitenlanders zijn hier oppermachtig in de persoonlijke duels. Ik ben helemaal niet lang, maar ook in de lucht win ik alles”, aldus Geeris. Door het iele postuur van de meeste Japanse vrouwen hebben veel clubs een buitenlandse keepster. Bij Shimizu staat er een Amerikaanse in het doel, Kris Zeits. Ze is de benedenbuurvrouw van Geeris. Ze verblijft al ruim drie jaar in Japan. “Waar kan een vrouw zo goed verdienen in het voetbal als hier?”, vraagt de Amerikaanse.

Geeris speelt het liefste vlak achter de spitsen, maar bij Shimizu staat ze meestal rechts op het middenveld. “Ik moet veel lopen. Ik was helemaal geen loper, maar dat hebben ze hier van me gemaakt. Ze zijn hier allemaal heel erg fit. Ik liep aan het begin van de competitie 2.800 meter in de Coopertest. Dat is in Nederland goed. Hier komen ze allemaal boven de 3.000.”

De 24-jarige Geeris, naar eigen zeggen op het veld een type als Dennis Bergkamp, speelde en studeerde tweeëneenhalf jaar in de Verenigde Staten. Daar zag ze toevallig een artikel over twee speelsters die in Japan voetbalden. Dat wilde zij ook wel. Ze belde de Amerikaanse bondscoach die het contact voor haar legde. Eerst kreeg ze een proefperiode van twee maanden in Shimizu. Geeris verwachtte dat het niets zou worden omdat ze niet echt lekker speelde en bovendien de beslissende strafschop in een bekerwedstrijd miste.

Toch kon ze een contract voor een jaar tekenen. Bij aankomst op het vliegveld in juli werd ze opgewacht door een groepje supporters. “Het is dan wel niet zoals bij Ajax, maar voor mij was het al heel wat. De belangstelling bij de wedstrijden valt me wel een beetje tegen. Er zitten gemiddeld zo'n 1.500 toeschouwers. Maar we spelen in het grote stadion van E-Pulse uit de J-League. Daardoor lijkt het heel leeg. Als er in Nederland 500 mensen langs de lijn staan, ziet het er vol uit.”

In Nederland kende bijna niemand haar als topvoetbalster. In Shimuzu, een stad op zo'n 180 kilometer van Tokio, is ze inmiddels een bekendheid. “Ik ben een godje. Iedereen staart me aan als ik op straat loop en vaak hoef ik in restaurants mijn eten niet te betalen.”

Ook in de vrouwencompetitie wordt veel verwacht van de buitenlandse speelsters. Geeris: “Als we verliezen, zijn de hoge pieten in hun nette pakken chagrijnig. Dan lopen ze hier met zo'n baklap rond. Ze zeggen niets, maar je voelt de druk wel. Je wordt genegeerd, alsof je oud vuil bent. Als je wint bellen ze je thuis op om je te feliciteren of sturen ze je bloemen. Maar volgens mij weten die mannen niet eens wat buitenspel is.”

Toen Shimizu vorige maand drie wedstrijden op rij verloor, werden er meteen maatregelen genomen en twee speelsters uit Zweden en Noorwegen aangetrokken. De Zweedse, Analie Mandelen, is een Cees van Kooten-type. Ze is uitermate fors. Geeris: “Ze loopt geen meter te veel, maar heeft in vier wedstrijden wel zeven doelpunten gemaakt. Ze is door die Japanners gewoon niet van de bal te krijgen.” Na de 4-1 zege van gisteren op Shirouki, met twee treffers van Geeris, staat Shimizu op de gedeelde tweede plaats in de L-League, het zusje van de J-League.

Ze denkt dat Shimizu in de Nederlandse vrouwen-eredivisie bij de eerste drie zou meedraaien. “Dat komt omdat ze hier goed getraind zijn. We trainen vijf dagen in de week. Maar het voetbal stelt niet echt veel voor. Als Ter Leede, mijn club in Nederland, een half jaar net zo veel zou trainen en dezelfde mogelijkheden zou hebben, dan werd de ploeg hier kampioen.”

De hoofdtrainer van Shimizu, Kazuaki Nakasawa, werkte voorheen bij Jubilo Iwata, de ploeg van Gerald Vanenburg. “Zie jij Louis van Gaal een club als Ter Leede al trainen?”, vraagt Geeris lachend. Maar ook in de vrouwencompetitie in Japan vloeit het geld in overvloed. Zo slaapt de selectie van Shimizu de avond voor een wedstrijd, thuis en uit, altijd in een luxe hotel. “Dat is weggegooid geld”, vindt Geeris. “We hangen daar maar een beetje rond. Ze kunnen beter de meisjes die geen fullprof zijn wat extra's geven.”

Zelf verdient ze boven modaal in Japan. “Als ik hier twee jaar heb gespeeld, kan ik een huis kopen in Nederland.” De gedachte aan de goede verdiensten houden haar soms op de been. Af en toe voelt ze zich eenzaam zonder haar familie en vrienden uit Haarlem. Ze heeft ondervonden dat het moeilijk is om echt contact te krijgen met haar Japanse ploeggenoten. “In het begin was het helemaal erg. Als ik wat tegen ze zei, werden ze helemaal rood en renden ze naar de vertaalster. Wat zegt ze? Wat wil ze?”

“Alles gaat hier volgens het boekje. Mijn ploeggenoten zullen nooit iets zeggen als ze het niet met me eens zijn. Je ziet alleen maar die lach, een masker. Maar ik kan inmiddels aan iemands gezicht zien wat ze voelen en denken. Iemand iets vragen over zijn privéleven is hier onbeleefd. Eens vriendschappelijk een arm om iemand heen slaan, moet je ook niet doen, want dan voelen ze zich ongemakkelijk. Ze zijn heel preuts. Ik sta onder de douche bij de club lekker open en bloot te kletsen met die Zweedse, maar die Japanse meisjes kruipen weg met netjes een handdoekje om.”

Langzamerhand begint er toch een band te ontstaan tussen Geeris en haar ploeggenoten. Dat komt ook omdat ze een beetje Japans spreekt. Ze komen soms op visite of bellen op. Laatst bakte de Nederlandse middenveldster in haar flat pannenkoeken. De speelsters wisten niet wat ze proefden. Daarom had Geeris gevraagd meel mee te nemen uit Nederland. “Maar bij iemand aankloppen en een kopje koffie drinken, zoals thuis, dat zit er hier niet in. Dat mis ik wel.”

Met de trainer kan Geeris het goed vinden. Ze heeft zelfs wel eens inspraak. Zo stoorde ze zich aan het programma op een wedstrijddag. “We moesten altijd al om zeven uur opstaan. De wedstrijden beginnen om drie uur. Dus de dagen waren dan ontzettend lang. Tegen de tijd dat je moest voetballen, was je zo loom als wat. Daarom ben ik naar de trainer gegaan. En nu mogen we tussen zeven en negen opstaan. Maar die Japanse meiden komen er nog steeds om zeven uur uit. Pas nu ze merken dat ik tot kwart voor negen blijf liggen, maken ze het ook iets later.”