Laat Bomhoff voortaan eerst even Apeldoorn bellen

De ontwikkelingen in het toezicht op verzekeraars en pensioenfondsen gaan zo snel dat zelfs een bijdetijdse columnist als E.J. Bomhoff het niet meer kan bijhouden en dus het spoor bijster raakt. Ik werd dan ook onaangenaam verrast door zijn bijdrage in de krant van 18 november. In het algemeen zijn columns geschreven door een autoriteit met naam en faam interessant om te lezen. Wanneer dit echter gebeurt met een opvallend gebrek aan kennis van zaken vraagt dit om een heldere reactie.

Bomhoff suggereert dat de Verzekeringskamer in Apeldoorn met name geen duidelijke richtlijnen aan pensioenfondsen zou verstrekken over het beleggingsbeleid van de fondsen. Verder blijft de Verzekeringskamer volgens hem steken in “traditionele Nederlandse denkkaders”. Zo verwijt hij de toezichthouder te strikt vast te houden aan een vaste rekenrente van vier procent.

Door een korte weergave van de toezichtsactiviteiten van de Verzekeringskamer zijn de bovengenoemde kritiekpunten gemakkelijk te weerleggen. De toezichthouder kijkt naar de financiële ontwikkeling van een fonds. Zo nodig moet een fonds maatregelen nemen om problemen in de toekomst te voorkomen.

In de beoordeling speelt het beleggingsbeleid uiteraard een belangrijke rol. Uitgangspunt daarbij is dat de beleggingen op een solide wijze moeten plaatsvinden. Dit houdt in dat sprake moet zijn van een voldoende mate van spreiding over de diverse beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties en onroerend goed. Risico en rendement moeten op verantwoorde manier tegen elkaar zijn afgewogen. Ook de matching tussen beleggingen en verplichtingen moeten aanvaardbaar zijn.

Het bestuur van een pensioenfonds is samen met het management verantwoordelijk voor het beleid. Deze mensen kennen het fonds door en door en weten goed welke maatregelen voor hun fonds een optimaal resultaat geven. Ook ten aanzien van beleggingsbeleid. Daarbij kan het zijn dat een pensioenfonds er voor kiest veel in aandelen te beleggen. De Verzekeringskamer zal - dit mits het goed onderbouwd gebeurt - dan ook zeker niet verbieden. Daarbij geldt uiteraard dat de situatie per pensioenfonds bekeken wordt.

De beurs kan (en zàl!) weer eens inzakken. Dat is een ervaringsfeit waar men rekening mee moet houden. Immers, “wat omhoog gaat, kan ook weer omlaag”. Ook bij een inzakkende beurs moeten de pensioenverplichtingen nagekomen kunnen worden. Dat is des te meer van belang als in die situatie ook de werkgever niet tot aanvullende betalingen bereid of in staat is. De kerntaak van een pensioenfonds is immers ervoor zorgen dat een toegezegd pensioen ook daadwerkelijk uitgekeerd kan worden. Daarom is door de toezichthouder een bepaald weerstandsvermogen als vereiste gesteld.

Tijden veranderen en daarmee ook het instrumentarium dat beleggers ter beschikking staat. Vorig jaar heeft de Verzekeringskamer verzekeraars en pensioenfondsen in een circulaire laten weten hoe zij denkt over het gebruik van financiële derivaten (moderne financiële instrumenten zoals opties, termijncontracten of ruilcontracten - swaps -, waarmee koersrisico's van onderliggende waarden kunnen worden afgedekt, of juist aangegaan - red.).

Ook verscheen er een studie over het gebruik van financiële derivaten in de studiereeks die de Verzekeringskamer uitgeeft. Kern van de visie van de Verzekeringskamer is, dat derivaten de beleggers kansen bieden die benut moeten worden. Aan de andere kant schuilen in een onoordeelkundig gebruik natuurlijk ook grote gevaren, zoals de recente geschiedenis heeft aangetoond. Bij de pensioenfondsen zijn grote ongelukken tot nu toe gelukkig uitgebleven. Dat willen we graag zo houden.

Natuurlijk moet een pensioenfonds weten welke criteria een toezichthouder in haar beleid hanteert. Pensioenfondsen en de Verzekeringskamer zijn in gesprek over de zogenaamde actuariële principes voor pensioenfondsen. Deze principes bieden de pensioenfondsen het nodige houvast bij het formuleren van hun beleid. Het uitgangspunt is en blijft echter dat een pensioenfondsbestuur voldoende vrijheid heeft om een eigen beleid te voeren als steeds aangetoond wordt dat de pensioenen zeker gesteld zijn.

Het gedrag van pensioenfondsen verandert en dus ook het toezicht. Strikt vasthouden aan een uniforme en vaste rekenrente past daar dan ook niet in. In de praktijk komen er talrijke rekenrentes voor. Moderne technieken kunnen worden toegepast om een goede afstemming tussen pensioentoezegging, financieringsvormen en beleggingen mogelijk te maken. De Verzekeringskamer stimuleert het gebruik van zogenaamde asset liability studies dan ook waar mogelijk. Dergelijke studies dragen bij aan een vergroting van het inzicht in de onderlinge samenhang van risico's en rendementen bij bestuurders van pensioenfondsen.

Het toezicht op pensioenfondsen is volop in beweging. De VK anticipeert op allerlei ontwikkelingen en dat is maar goed ook. Door rekening te houden met onder andere het veranderende beleggingsgedrag en het gebruik van nieuwe instrumenten draagt de Verzekeringskamer bij aan het realiseren van een doelstelling die ons allen raakt: het veiligstellen van een afgesproken pensioen.

Het is jammer dat Bomhoff kennelijk de klok in Breukelen heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. Mijn advies aan Bomhoff is dan ook: lees voordat u een volgende keer iets over het toezicht op pensioenfondsen schrijft eerst de publicaties van de toezichthouder op dit terrein, en kom eens praten.

    • A.J. Vermaat