Imago Nixon geschaad

WASHINGTON, 25 NOV. De reputatie van Richard M. Nixon heeft altijd veel ups en downs gekend en zijn dood, nu twee jaar geleden, heeft daar weinig verandering in gebracht. Het imago van wijze staatsman, dat de Amerikaanse president na zijn gedwongen aftreden zo zorgvuldig had opgebouwd en dat na zijn overlijden in menige grafrede en necrologie was bevestigd, heeft de afgelopen week ernstige schade opgelopen. Nixon blijkt in 1971 persoonlijk opdracht te hebben gegeven tot een inbraak bij Brookings Institution, een onafhankelijke 'denk-tank' in Washington.

De opdracht is nooit uitgevoerd, maar onlangs vrijgegeven bandopnamen tonen aan dat Nixon er twee dagen achter elkaar met kracht op heeft aangedrongen. “Zorg dat je het voor elkaar krijgt. Ik wil dat het gebeurt. Ik wil dat de kluis van Brookings wordt leeggehaald”, zei hij op 1 juli 1971, tijdens een bijeenkomst in de Oval Office met veiligheidsadviseur Henry Kissinger en stafchef H.R. Haldeman. Kissinger, de enige van de betrokkenen die nog in leven is, heeft laten weten dat hij zich “een dergelijke conversatie absoluut niet herinnert”.

Of Nixon van te voren op de hoogte was van de beruchte inbraak, een jaar later, in het hoofdkwartier van de Democratische Partij in het Watergate-gebouw in Washington, is nooit bewezen. Die inbraak zou uiteindelijk leiden tot het aftreden van de president in 1974. Op een bandopname die in augustus 1974 werd vrijgegeven is te horen dat Nixon voorstelt de inlichtingendienst CIA in te zetten om het onderzoek van de FBI naar de Watergate-inbraak te dwarsbomen.

Nixon liet in februari 1971 een afluistersysteem in het Witte Huis aanleggen, dat al zijn conversaties in de Oval Office, het presidentiële werkvertrek, zou registreren voor het nageslacht. Vijf microfoontjes waren aangebracht in zijn bureau, en één aan elke kant van de open haard - waar zijn gasten meestal zaten. Ook waren in de kamer waar het kabinet vergadert twee microfoontjes verstopt in Nixons stoel. Later werd het systeem nog uitgebreid, onder meer om ook alle telefoongesprekken te kunnen opnemen.

Het Nationale Archief heeft vorige week, na langdurig juridisch getouwtrek tussen historici en de erven-Nixon, ruim 200 uur aan tot nog toe geheim gebleven bandopnamen vrijgegeven die betrekking hebben op machtsmisbruik van de voormalige president.

De eerste keer dat Nixon de inbraak bij Brookings Institution voorstelde was op 30 juni 1971. Dat was dezelfde dag waarop het Hooggerechtshof een verzoek van de regering had verworpen om de publicatie van de zogenoemde 'Pentagon Papers' te verbieden - een officiële en geheime studie naar het beleid van de Amerikaanse regering in de Vietnam-oorlog waar The New York Times en The Washington Post delen van hadden afgedrukt.

Nixon vreesde dat onderzoekers van Brookings ook een dergelijk studie hadden gedaan of ook beschikten over geheime regeringsdocumenten. Volgens woordvoerders en voormalige medewerkers heeft de instelling echter nooit zo'n onderzoek gedaan.

“Ze hebben veel materiaal”, zei Nixon op 30 juni 1971 tegen Haldeman. “Ik wil, ik wil dat je het zo aanpakt, Bob, je haalt het hier naar toe. Ik wil Brookings, breek gewoon in, breek in en neem het mee. Begrijp je?”

Haldeman:“Ja, maar je hebt iemand nodig die het ...”

Nixon:“Nou, dat zeg ik je net. Ga er hier niet over discussiëren... Je moet er inbreken, de dossiers doorlopen en ze hier brengen.”