FOREIGN AFFAIRS

Met het einde van het communisme heeft de opvatting veld gewonnen dat de hele wereld, door het overnemen van Westerse produktiewijzen en consumptiepatronen, geleidelijk een Westers cultuurpatroon zal krijgen.

In het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Affairs betoogt Samuel Huntington dat de essentie van de moderne Westerse cultuur niet gelegen is in moderne produktie- en consumptiepatronen, maar in een combinatie van eigensoortige waarden en normen. Niet de 'Magna Mac' maar de 'Magna Charta' bepaalt het verschil tussen de Westerse en niet-Westerse cultuur. Tot de wezenskenmerken van de Westerse cultuur rekent hij democratie, vrije markt, beperkte rol van de overheid, scheiding van kerk en staat, mensenrechten, individualisme en het primaat van de wet. Wie pleit voor wereldwijde verspreiding van deze culturele waarden, maakt zich in feite schuldig aan imperialisme, meent Huntington. Want cultuur volgt als de macht is voorgegaan. Het Westen doet er beter aan de illusie van universaliteit van zijn waarden op te geven, want zijn belangen worden niet gediend door inmenging in conflicten bij andere volken en culturen. Uitbreiding van de NAVO dient beperkt te blijven tot de landen die deel uitmaken van de Westerse cultuur.