COWABUNGA!

Cowabunga! The Surf Box (Rhino 4cd, R2 72418)

Wie bij surfmuziek denkt aan de opgeruimde liedjes over zon, zee en surfplanken van de Beach Boys, weet nog niet half waar popliefhebbers in het Californië van begin jaren zestig werkelijk naar luisterden. Surfmuziek was overwegend instrumentale rock'n'roll met galmende en priemende gitaren, naar het voorbeeld van 'King of the Surf Guitar' Dick Dale. Sinds Quentin Tarantino in de film Pulp Fiction surfklassiekers als Dale's Misirlou uit het stof haalde, is er sprake van een nieuwe golf van belangstelling voor de authentieke surfmuziek van groepen als The Chantays (Pipeline), The Surfaris (Wipe Out) en The Trashmen (Surfin' Bird).

De verklarende woordenlijst bij de surfbox Cowabunga! is geen overbodige luxe, want surfers kenden hun eigen jargon met woorden als 'surfari' (de zoektocht naar de perfecte plek om te surfen) en 'cowabunga' (een kreet van opwinding die surfers slaken als ze meegevoerd worden door een buitengewoon mooie golf). Op vier voorbeeldig gedocumenteerde cd's verzamelt Rhino Records de hoogtepunten, van de overbekende liedjes van The Beach Boys en Jan & Dean tot obscure uitstapjes als The Lonely Surfer van orkestleiderJack Nitzsche en de surfversie die de invloedrijke Ventures maakten van hun eerdere hit Walk Don't Run.

De gloriedagen van de surfmuziek vielen samen met de regeerperiode van John F. Kennedy en dat was geen toeval, stellen de samenstellers, want met de moord op de president in november 1963 verloor Amerika haar jeugdige onschuld. Toch wordt er ook nu nog surfmuziek gemaakt, zij het niet meer exclusief in Californië. De zonnige bijdrage van de Finse groep Laika & The Cosmonauts is daarvan het beste bewijs, bij gebrek aan onze Treble Spankers.

    • Jan Vollaard