Chauffeurs leven mee met 'arme Franse drommels'

PARIJS, 25 NOV. De A1 bij het grote vliegveld Roissy-Charles de Gaulle staat helemaal stil uit de richting Lille. Harry van der Wilk, een Nederlandse vrachtwagenchauffeur die voor een Belgisch bedrijf werkt vat de stemming kort samen: “We vinden het niet leuk, maar we begrijpen het wel. Als je ziet wat die Franse collega's verdienen, dan wordt het tijd dat er wat aan gebeurt.”

Even verder staat Jean-Pierre Malnar (32). Hij komt uit Bailleulual, in Noord-Frankrijk. Hij is geen lid van een vakbond, het bedrijf waar hij werkt is met vijf vrachtauto's te klein voor dergelijke luxe. “Ik ben geen vakbondslid, maar ik ben het er wel mee eens. Ik werk 15 à 16 uur per dag, en ik word voor 12 of 13 betaald. Ik breng 8000 franc (ruim 2500 gulden) netto mee naar huis in de maand, ik moet alles wat ik meesleep zelf uitladen, en mijn baas rijdt in een mooie auto en heeft een mooi huis, hij heeft ruimte.”

Malnar is niet bitter. De blik van de armoede heeft hem zachtmoedig gemaakt. Hij heeft voor vandaag niks te eten of te drinken bij zich, zijn oude sportschoenen zijn nat en koud. “Ik zal wel verderop in de rij koffie halen, de solidariteit is groot op dit soort dagen.”

Franse collega's die voor grotere bedrijven werken hebben dezelfde stemming, al drukken ze het wat harder uit. Jean-Luc: “We kunnen onze broekriem niet verder aantrekken. Straks trekken we onszelf in tweeën. Het is goed dat we de boel nu vastzetten, we hebben lang gewacht Parijs aan te vallen maar het moet er van komen. Ze moeten nu eindelijk eens gaan praten. We hoeven niks van de regering, alleen moet de regering druk uitoefenen op onze bazen. Dat het voor de boeren en de vissers jammer is met hun bederfelijke waar, dat weten we, maar we steunen hen ook als zij in nood zijn.” Een collega heeft zuurkool en brood bij zich voor de dag. Hij deelt uit. De meeste vrachtrijders luisteren net zoals automobilisten en de rest van het publiek naar de radio om te weten waar de actie is en wat er van hen verwacht wordt. Ook zij rijden gewoon vast in de file, zoals vandaag bij Parijs en op honderden andere plekken in Frankrijk.

Drie Belgische chauffeurs, Jean-Pierre Opdenbeek, Eddy Gijzels en Philippe van Thuyne, staan onvoorwaardelijk achter de Franse chauffeurs, al waren ze maar vijf kilometer verwijderd van hun eindbestemming, het grote expeditiecentrum Garonor, even ten noorden van Parijs. Zij weten dat ze aanzienlijk minder goed verdienen dan Nederlandse chauffeurs, op wie zij jaloers zijn om hun goede vakbond en duizend gulden meer in de maand. Maar zij zeggen: “Als je ziet wat die arme drommels achter het stuur in Frankrijk verdienen, dan is het voor ons een kleine moeite een paar uur of een paar dagen in te leveren.”

De Belgische chauffeurs zijn zich ervan bewust dat ze met 40 gulden per overnachting meer krijgen dan de Franse chauffeurs, maar slechts de helft van de Nederlandse chauffeurs. En op de vraag hoe zij denken dat Nederlandse wegvervoerders hogere salarissen kunnen betalen en toch renderen hebben ze geen antwoord.

Harry van der Wilk, de Nederlandse chauffeur op de Belgische truck zegt: “Eigenlijk sta je in dit vak met één poot in het graf, we rijden 170.000 kilometer per jaar, en met één poot in de gevangenis. Als wij doen wat onze baas zegt, riskeren we iedere dag een bon van 5000 franc.”

    • Marc Chavannes