BUSINESS WEEK

Nog maar drie jaar geleden verwachtten Westerse investeerders wonderen van een zakenreis naar Oost-Azië. Dat optimisme is tanende, schrijft Business Week in zijn omslagverhaal.

De 'tijgers', met hun schier onbegrensde reserves aan besparingen en goedkope arbeidskrachten, leken immuun voor recessies maar stuiten nu op de grenzen van hun groeimodel. Exporten stijgen aanzienlijk langzamer dan voorheen, van Bangkok tot Zuid-China blijken kantoorflats al bij oplevering niet te slijten en door een ongeremde bouwhausse dreigt overcapaciteit in de petrochemische en autoindustrie. Snelle groeiers als Thailand en Maleisië kampen met een tekort aan geschoolde arbeiders en bekwame managers. Lonen stijgen sneller dan de arbeidsproduktiviteit. De obstakels zijn niet louter van conjuncturele aard. Terwijl de luxe kooppaleizen als paddestoelen uit de grond schieten, kampt het basisonderwijs met gebrek aan lokalen en leermiddelen. De kapitaalmarkten van Oost-Azië sluizen enorme bedragen naar inefficiënte staatsbedrijven en vaak slecht geleide particuliere conglomeraten, terwijl het dynamischer kleinbedrijf hongert naar fondsen. Bovendien wordt de groei gefrustreerd door bureaucratie, corruptie en vriendsjespolitiek. Het ontbreekt de regio niet aan ondernemersgeest, concludeert het blad, maar aan hervormingen in de manier waarop middelen worden verdeeld en macht wordt uitgeoefend.