Zeekoeien eten graag kleine en zachte zeegrassen

'Het eerste diepgaande onderzoek naar de ecologie van de dugong (zeekoe) in Indonesië', wordt het door de onderzoekers zelf genoemd.

Ir. Hans de Iongh promoveerde afgelopen donderdag in Nijmegen op het onderwerp. Over de verspreiding en het gedrag van de dugong in Indonesië is weinig bekend. Het dier komt in de gehele archipel voor in kleine populaties, vooral in het oostelijk deel, rond Sulawesi (Celebes), voor delen van de kust van Kalimantan (Borneo) en van Sumatra.

Het onderzoek werd gefinancierd door de Europese Unie en uitgevoerd in samenwerking met de Pattimura Universiteit op Ambon en de stichting AID Environment. De Iongh werkte nauw samen met een groot aantal collega's van Nederlandse universiteiten en milieu-instellingen. In de periode 1990-95 deden er dertig aan veldwerk mee. Dat vond plaats rond de Molukse eilanden Ambon, Haruku, Saparua en Nusa Laut. Op basis van veldonderzoek, luchtopnamen en satelliet- en radiotelemetrie wordt aangenomen dat bij de drie laatste kleinere eilanden minimaal 22 tot 37 dugongs voorkomen. Duongs foerageren op zeegrasvelden, die gedomineerd worden door de zachte en kleine pioniersoorten Halodule uninervis en Halophila ovalis. Zij trekken daarbij karakteristieke 'voren' en consumeren zowel bovengrondse- als ondergrondse biomassa: bladeren, rhizomen en wortels. In de studie is de hypothese getoetst en bevestigd dat dit verschijnsel van 'cultivation grazing' deel uitmaakt van een voedselstrategie. Deze is gericht op maximalisatie van energie en verteerbaarheid en vormt dus niet een reactie op seizoensgebonden stressfactoren.

Er worden in het proefschrift conclusies getrokken voor de bescherming en het beheer van dugong-populaties. De belangrijkste bedreigingen zijn vissers met hun netten en vernietiging van habitat door sedimentatie als gevolg van land- en mijnbouw. Geadviseerd wordt in een regionaal plan voor beheer van kustgebieden een actieplan op te nemen ter bescherming van zeekoeien.

    • Casper Schuuring