Tussen staking en stakingsrecht loopt de weg naar arbitrage

De vakbonden en de Nederlandse Spoorwegen zijn wederom met elkaar in een verbitterd gevecht verwikkeld. En opnieuw zet het dreigement met een staking de toon. Volgens Paul van der Heijden zijn er doeltreffender methoden om arbeidsconflicten uit te vechten.

Conflicten horen bij arbeidsverhoudingen, zoals stoom hoort bij oude locomotieven. De vraag is of het stakingsmiddel als instrument in de strijd even gedateerd is als de stoomlocomotief. Zijn er geen geavanceerdere manieren om arbeidsconflicten op te lossen dan het simpele platleggen van de diensten die men aanbiedt? Bij het bepalen van de strategie inzake onderhandelingen over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst speelt zowel bij de werkgever als bij de vakorganisaties altijd de vraag een rol in hoeverre eventuele stakingsacties tot de mogelijkheden behoren.

Als men is uitonderhandeld, is een oproep van vakorganisaties tot een stakingsactie rechtsgeldig. Evenzeer is bekend dat de president van de Utrechtse rechtbank, die meestal gevraagd wordt over acties bij de NS te oordelen, dikwijls beperkingen op het stakingsrecht aanbrengt. Ook de publieke opinie speelt een belangrijke rol.

Dat leidt op zichzelf weer tot grote creativiteit in het voeren van bepaalde typen (stiptheids-)acties, die minder ingrijpend zijn of tot het beperken in de tijd van de acties, bijvoorbeeld tot 24 uur of tot 48 uur. Een geheel of gedeeltelijk verbod van de acties door een president van een rechtbank geeft weer een nieuwe impuls aan de onderhandelingen die partijen moeten voeren. Want behalve dat in de te volgen strategie opgenomen wordt hoe eventueel actie te voeren, staat ook vast dat de partijen in de onderhandelingen na wat voor conflict dan ook elkaar wederom zullen ontmoeten en met elkaar verder moeten.

Behalve stakingsacties en reacties daarop van de rechter in kort geding zijn er in de Nederlandse arbeidsconflictenleer ook andere methoden van conflictbehandeling denkbaar èn in de praktijk gebruikt. In de eerste plaats komt het met enige regelmaat voor dat vakbonden en werkgevers, vastgelopen zijnde in hun onderhandelingen over een nieuwe CAO of over de uitwerking daarvan, aan een onafhankelijke persoon of aan een commissie om bemiddeling vragen.

Ook komt wel de figuur voor dat de onderhandelingen onder voorzitterschap van een onafhankelijk persoon plaatsvinden gedurende het gehele proces. Zo is bijvoorbeeld Han Lammers, Commissaris van de Koningin in Flevoland, jarenlang onafhankelijk voorzitter geweest van de onderhandelende partijen bij de bouw-CAO.

Dat deze methode wel dikwijls, maar niet altijd succesvol is, mag blijken uit het feit dat ook in de bouw wel eens een forse stakingsactie is voorgekomen. Kennelijk is het van tijd tot tijd nodig om stoom af te blazen via stakingsacties.

Behalve bemiddeling is een methode bij een geschil het vragen van een advies aan een adviseur of een commissie. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de Advies- en Arbitragecommissie voor de Rijksdienst, ook wel bekend onder de naam commissie-Albeda, sinds kort staand onder het voorzitterschap van oud-minister van Justitie, Job de Ruiter.

De AAC heeft in de afgelopen 12 jaar van haar bestaan tal van geschillen in de sfeer van de overheid tot oplossing weten te brengen. Het hangt hier af van het gezag dat een dergelijke commissie kan opbouwen, van de acceptatie van een advies bij de partijen die het conflict hebben, en van de inhoud van het advies dat al dan niet mogelijkheden tot afwijking ervan bevat.

Voordeel van het vragen van advies aan een daartoe geëquipeerde commissie is dat partijen zich niet verplichten om hun positie, inclusief het stakingsrecht, op te geven, een advies is immers niet bindend. Het voorleggen van een geschil ter advisering aan bijvoorbeeld de AAC haalt ook de stoom van de ketel, zij het op een andere manier dan via het voeren van stakingsacties.

Een derde methode die weer een stapje verder gaat dan bemiddeling en advies, is die van de arbitrage. Hier betreft het een bindende beslissing. Wanneer CAO-partijen in de onderhandelingen er niet uit komen en hun geschil ter arbitrage aan een arbiter of aan een commissie voorleggen, geven zij het onderwerp geheel uit handen. Bindende arbitrage als oplossing voor arbeidsconflicten komt in Nederland niet veel voor.

Een vierde variant ter beslechting van arbeidsconflicten is een speciaal soort arbitrage: de final offer-arbitrage. Dit is een uit de VS overgewaaide methode van geschilbeslechting die in Nederland nog slechts zeer sporadisch toepassing heeft gevonden.

Niet bekend

Bij een 'final offer'-arbitrage is het dus alles of niks. Ook hier dringt zich, net als bij de andere advies- of arbitragemethoden, weer de moeilijkheid op (vanuit de positie van de vakorganisatie bezien), dat men de zaak uit handen geeft, en ook het drukmiddel van de staking weggeeft.

De vraag is of gebruikmaking van het stakingsmiddel, afgezet tegen de hierboven behandelde andere methoden, uiteindelijk zoveel méér oplevert. In toenemende mate lijkt de publieke opinie niet meer te accepteren dat personeel bij het openbaar vervoer gebruik maakt van het stakingsrecht. Dat geldt in feite voor alle publieksgevoelige sectoren. De voedselvoorziening, het ziekenhuiswezen, de vuilnisophaal, het streekvervoer, de tram, het zijn evenzovele sectoren waar stakingen door het publiek worden veracht.

Dit neemt niet weg dat naar geldend Nederlands recht het stakingsrecht ook voor mensen werkzaam in deze sectoren in beginsel bestaat. Het stakingsrecht is in die sectoren op grond van de jurisprudentie wel aan grotere beperkingen onderhevig dan bijvoorbeeld stakingen in een autofabriek, de bouw of een metaalfabriek. Stakingsacties worden eerder beperkt of verboden.

Stakingsacties zijn sterk verbonden met het industriële tijdperk. Dat tijdperk hebben wij verlaten, we leven nu immers in de informatiesamenleving. Paradoxaal gegeven van die samenleving is dat via de moderne communicatietechnologie in feite iedereen thuis veel van zijn werk zou kunnen doen, maar dat toch een buitengewoon grote behoefte aan mobiliteit bestaat.

Onze afhankelijkheid van vervoersmogelijkheden is oneindig groot, en het belang van goed vervoer voor de economie is van onschatbare waarde. Het zal nog wel even duren voordat we allemaal thuis zitten te telewerken. Het geheel wegvallen van het spoor gedurende een bepaalde periode, schept een chaos die voor de samenleving niet lang te dragen is. Daarmee verschaft het ook een ongekende machtspositie aan vakorganisatie die een dergelijke chaos kunnen veroorzaken.

Anderzijds is het ook niet acceptabel dat werknemers de gijzelaars worden van hun eigen machtige positie en daarmee een essentieel recht als het stakingsrecht niet zouden kunnen uitoefenen. In dit duivelse dilemma is het aan te bevelen om tot nu toe niet of nauwelijks betreden paden van voetstappen te voorzien.

Bij de Nederlandse arbeidsverhoudingen past eerder arbitrage in de klassieke zin van het woord dan 'final offer'-arbitrage. Bij arbitrage kunnen de conflicthebbende partijen zelf de te beslissen vraag formuleren en daarbij voor de beslissing ervan nog enige ruimte aan de wijze arbiter(s) laten. 'Final offer'-arbitrage heeft, hoezeer een uitslag ook wordt gemotiveerd, uiteindelijk toch het onbevredigende van de tombola.