Schumacher in Rome

'In de opwinding over het ontplooien van zijn wetenschappelijke en technische krachten, heeft de mens een productiesysteem opgebouwd dat de natuur geweld aan doet en een soort samenleving die de mens misvormt.' Dat schreef E.F. Schumacher in de epiloog van zijn beroemd geworden boek Small is beautiful.

We herkennen het ogenblikkelijk als het gedachtengoed van de jaren zestig en zeventig - Schumacher publiceerde het werk al in 1973. In taal en inhoud ademt het boek een tijdperk dat wij ver achter ons hebben gelaten: hij spreekt over “filosofie van het materialisme”, “de verwoestende krachten van de moderne wereld” en wijst er herhaaldelijk op dat “de ondergang van de beschaving niet meer een onderwerp van science fiction is”.

In de euforie van ons decennium zijn wij geneigd dergelijk doemdenken naast ons neer te leggen. De Club van Rome zat er immers ook grotendeels naast! Integendeel, specialisten wijzen ons er steeds weer op dat de ongekende mogelijkheden van biotechnologie en informatietechnologie zullen leiden tot grotere welvaart voor allen in de volgende eeuw. Vergelijkbare gematigd optimistische geluiden van deskundigen kwamen prominent naar voren vorige week in Rome, bij de topconferentie die de voedselvoorziening van de wereld tot onderwerp had. Er zal een verdubbeling van de productie moeten optreden, gepaard aan een zeer sterke verhoging van de opbrengst per hectare, maar met een verstandig gebruik van moderne hulpmiddelen zou dat moeten lukken. Catastrofale hongersnood, zo laat de geschiedenis zien, is niet een kwestie van gebrek aan technische mogelijkheden, maar een weerspiegeling van politiek onvermogen.

Evenzo luidt de visie van de meeste onderzoekers dat de negatieve sociale effecten van de 'Groene Revolutie' niet zozeer een gevolg van de landbouwtechnologie als zodanig zijn, maar veel meer van slecht beheer en een onevenredige verdeling van landrechten en toegang tot de markt. De gestage toename van de voedselproductie van de afgelopen dertig jaar vormt een verdere onderbouwing van deze wetenschappelijke aanpak. De wereld heeft behoefte aan een 'Dubbele Groene Revolutie', die zowel milieu als voedselveiligheid hoog in het vaandel heeft. De ingrediënten daarvoor zijn volop aanwezig.

Dit optimisme werd echter geenszins gedeeld door de talloze groepen die zich verenigd hadden in het parallelle NGO-forum in Rome. De presentaties daar logen er niet om. Niet een moderne, wetenschappelijk begeleide voedselvoorziening die concurreert op de wereldmarkt vormt hun toekomstbeeld, maar een lokale zelfvoorzienende landbouw van kleine boeren die stoelt op oude tradities en slechts ter plekke aanwezige middelen gebruikt. Volgens de vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties zijn kleine boeren en met name boerinnen de enige oplossing van het wereldvoedselprobleem.

De gevoelens hierover liepen hoog op. Volgens een aantal sprekers op het NGO-forum wordt de voedselproductie door huishoudens steeds vaker vervangen door intensieve agri-business, en wordt vooral vrouwen de mogelijkheid ontnomen om veilig voedsel te verbouwen. Een gevaarlijke ontwikkeling, immers 'de gekke-koeienziekte biedt ons toch geen veiligheid?' Ook zei een van de spreeksters: “Monocultuur (het jarenlang achter elkaar verbouwen van eenzelfde gewas op hetzelfde stuk land - LF) vernietigt het hele sociale en culturele netwerk.”

Het is verleidelijk dergelijke gedachten te nuanceren met argumenten. Monocultuur kàn negatieve effecten hebben, in het bijzonder door de opbouw van bodemgebonden ziekten en plagen, maar dat hoeft niet, getuige de eeuwenlange teelt van rijst in Zuidoost-Azië. Daaruit blijkt in ieder geval al dat monocultuur geen westerse uitvinding is. Evenmin wordt de discussie verhelderd door aan te geven dat, als gevolg van de industrialisatie, de arbeidskosten overal ter wereld een stijgende lijn volgen en steeds minder jonge mensen bereid zijn op het land te werken. Die ontwikkeling vormt verreweg de belangrijkste bedreiging van de arbeidsintensieve lokale landbouw. Zelfvoorziening van boeren is voorts geen oplossing voor de miljoenen die in steden wonen. Om over de gekke-koeienziekte - die niets met misbruik van biotechnologie van doen heeft - nog maar te zwijgen.

Als me één ding duidelijk is geworden in Rome, dan is het dat er een kloof gaapt tussen de wetenschappelijke inzichten enerzijds en de hevige gevoelens van niet-gouvernementele vertegenwoordigers anderzijds. Tussen de regels van alle officiële verklaringen, waardevolle contacten en goede voornemens door, werd tijdens de Wereldvoedseltop Het Grote Onbegrip onthuld. Een diep misverstand dat zich afspeelt tussen wetenschap en boeren, tussen West en Zuid, tussen vrouwen en mannen, tussen industrie en consumenten, tussen overheid en buiten de overheid staande groepen.

De anti-westerse, anti-technologische angsten van velen culmineerden in de uitspraak van een Duitse feministe die de industrie verweet vrouwen te beschouwen als 'zogende bioreactoren' en biotechnologie te gebruiken om 'perfecte' wezens te scheppen. Veredeling en biotechnologie zijn in die visie een complot om de Derde Wereld te onderwerpen ten behoeve van productie voor de export naar het rijke Westen.

Een dergelijke complottheorie overtuigt mij op geen enkele manier - althans niet de letterlijke versie ervan. Bestrijdingsmiddelen of biotechnologie zijn geen uitvinding van het kapitalisme die tot doel hebben de Derde Wereld langzaam uit te moorden. Maar dat er elk jaar honderden doden vallen als gevolg van onzorgvuldig gebruik, staat buiten kijf. Bezorgdheid over de negatieve ecologische effecten van bestrijdingsmiddelen is eveneens terecht. Die zorg kan alleen weggenomen worden door goed onderzoek en door een daarop gebaseerde normstelling en een adequaat toelatingsbeleid.

Evenmin kan ik het eens zijn met organisaties die het Westen verwijten dat het landbouwmethoden oplegt aan de Derde Wereld. Een dergelijk idee gaat volledig voorbij aan de ontwikkelingen in grote delen van Azië. In China en India worden op dit moment in snel tempo talloze technische vernieuwingen getest en aangepast. En niet in de laatste plaats wordt biotechnologie daar door velen, ook degenen die nooit in het Westen zijn opgeleid, omarmd.

Zo kan op alles wel een tegenargument verzonnen worden, maar dat is een onbegonnen weg. Vooroordelen en verwarrende prietpraat, of op zijn minst een technisch incorrecte voorstelling van zaken bestrijd je niet door op je eigen wetenschappelijk gelijk te hameren. Het gaat tenslotte niet om de argumenten, maar om het wereldbeeld van een niet onbelangrijk deel van de spraakmakende gemeente die expliciet anti-wetenschap is geworden.

We kunnen niet anders dan deze gevoelens zo serieus mogelijk behandelen. Een niet onbelangrijk detail daarbij is dat we de term Dubbele Groene Revolutie snel moeten vervangen. Niet alleen omdat de eerste Groene Revolutie een aanleiding is geweest tot zoveel (zij het deels onterechte) kritiek. De voornaamste reden is dat de term revolutie ten onrechte het beeld oproept van een schoksgewijze, zelfs gewelddadige, van bovenaf opgelegde omwenteling. De reacties rondom de Wereldvoedseltop maken duidelijk dat slechts een geleidelijker proces waarin technische verbeteringen stapsgewijs geïntegreerd worden met respect voor de bestaande tradities acceptabel is. Geleidelijk betekent niet dat snelle veranderingen uitgesloten zijn, maar wel dat zij geen doel op zichzelf vormen. De boerenorganisaties vrezen niet zozeer grote veranderingen - er zijn immers voorbeelden te over van snelle en succesvolle adoptie door boeren van nieuwe gewassen en nieuwe technieken. Maar wel dat de snelheid en de richting van de veranderingen hun wordt opgedrongen.

Er is nog een tweede reden om het verzet tegen moderne landbouwtechnologie ernstig te nemen. Het risico is dat dit ontaardt in een afwijzing van iedere verandering die van buitenaf komt. Wat zo'n anti-westerse houding betekent voor de voedselproductie en voor het lot van de bevolking is op een vreselijke wijze duidelijk geworden tijdens de waanzinnige rijstexperimenten in Kampuchea ten tijde van Pol Pot. Toen ging een groot deel van de rijstoogst moedwillig verloren omdat geen tractoren mochten worden gebruikt, noch om het land op tijd te bewerken, noch de oogst tijdens het droge seizoen binnen te halen, noch om de dijken te repareren.

De Voedseltop in Rome maakt mij ervan bewust dat er op dit moment sprake is van een patstelling tussen, karikaturaal gesteld, de harde technocraten en irreële romantici. De waarheid ligt zonder twijfel in de mogelijkheid van een combinatie van beiden: een respect voor traditie en zelfbeschikkingsrecht van boeren naast een selectief gebruik van moderne technieken die een zo efficiënt mogelijk gebruik van productiemiddelen bewerkstelligen. Bij dit alles gaat het om keuzemogelijkheden in plaats van een blauwdruk. Om technologie met een menselijk gezicht, om het modieus te formuleren.

Op ons als westers opgeleide onderzoekers rust de niet eenvoudige plicht om de dialoog weer te openen. Net zo goed als Small is Beautiful een van de pijlers is geweest van het bewust omgaan met natuur en milieu, zo dwingen de huidige anti-technologische krachten tot een herijking van de landbouwtechnologie en het landbouwbeleid. Dat is ook het verschil, denk ik, met het tijdperk van Schumacher: er lijkt meer bereidheid te bestaan bij de wetenschap, maar ook bij overheid en industrie, om te erkennen dat een goed beheer van de hulpbronnen van deze aarde de verantwoordelijkheid van ons allemaal is, ook als dat op korte termijn ten koste gaat van de productiviteit in termen van publicaties of commerciële winst.

En er is één dimensie die Schumacher nooit had voorzien: in Rome werd zowel door de niet-gouvernementele organisaties als door de officiële top enthousiast gebruik gemaakt van elektronische netwerken waar alle verklaringen van welke groep dan ook beschikbaar waren. Wellicht dat deze nieuwe technologie de verschillende partijen toch nog tot elkaar brengt - bien étonnés de se trouver ensemble sur Internet.

    • Louise Fresco