Schielandhuis exposeert kerkschatten uit 200 Zuidhollandse parochies; Pronkstukken uit anonimiteit gehaald

Tentoonstelling: Verborgen Kerkschatten 1400-2000: Katholieke kunst uit Zuid-Holland. Het Schielandhuis (Historisch Museum Rotterdam), Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. T/m 2 maart 1997. Open: di t/m vr 10-17u, za en zo 11-17u. 1ste Kerstdag en Nieuwjaarsdag gesloten.

Het heeft de organisatoren soms moeite gekost voor de tentoonstelling Verborgen Kerkschatten waardevolle kunstvoorwerpen uit kerken in het bisdom Rotterdam los te krijgen. Dit had niet zozeer te maken met gebrek aan medewerking van de parochies, maar vooral met problemen van praktische aard. Een ivoren Christusbeeld dat op zeven meter hoogte in de Pax Christi kerk in het Rotterdamse Spangen hing, kon pas op aarde neerdalen nadat er een stellage onder was opgericht.

Het indrukwekkende beeld is nu een van de pronkstukken op de tentoonstelling. Volgens de overlevering zou deze 'corpus' afkomstig zijn uit de kajuit van het admiraalschip van de Zilvervloot die in 1629 door Piet Hein werd veroverd. Met de respectabele leeftijd van vijf eeuwen is het 'Piet Hein beeld' overigens niet eens het oudste voorwerp op de tentoonstelling. Enkele stukken in de vitrine met houtsnijkunst dateren uit de vijftiende of veertiende eeuw. De kerkschatten die tijdelijk aan het Schielandhuis werden afgestaan geven een mooi en afwisselend beeld van zes eeuwen katholieke kunst. Op enkele meters afstand van de in een zilveren reliekhouder gevatte ellepijp van de heilge Jeroen (de eerste bisschop van Noordwijk die in 856 de marteldood stierf) staat een hypermoderne doorzichtige bisschopszetel uit 1990. Aanleiding voor het bijeenbrengen van deze bonte verzameling kelken, kazuifels, vaandels, reliekschrijnen, schilderijen, monstransen en zilveren engelen is het veertigjarig bestaan van het bisdom Rotterdam. Uit het bezit van de ruim 200 parochies van het Bisdom (dat ruwweg samenvalt met de provincie Zuid-Holland) kon een indrukwekkende collectie kunst worden samengesteld. Topstukken worden afgewisseld met voorwerpen die om hun anekdotische waarde zijn uitgekozen.

In de begeleidende teksten komt de Beeldenstorm van 1566 herhaaldelijk ter sprake. De volksopstand die in Vlaanderen was begonnen, sloeg over naar de Noordelijke Nederlanden, waar kunst uit de kerken werd gehaald om te worden stukgeslagen, verbrand of, in het gunstigste geval, verkocht. In verschillende Zuidhollandse parochies moet het gevaar tijdig zijn onderkend en werden de kostbaarheden begraven in afwachting van betere tijden. Bij de restauratie van de H. Lodewijk-kerk in Leiden kwam in 1957 een veertiende-eeuws Christusbeeld uit de grond tevoorschijn. Een nog spectaculairder vondst was in 1729 al gedaan in de Haagse Jacobskerk. De pikhouweel van een grafdelver bleef daar haken in een geborduurde doek waarin 25 zilveren voorwerpen waren gewikkeld. Voor deze Schat van Jacobus de Meerdere is een aparte vitrine ingeruimd.

In de jaren zestig van deze eeuw dreigden katholieke kunstvoorwerpen het slachtoffer te worden van een Tweede Beeldenstorm. Het Tweede Vaticaans concilie had een versobering van de liturgie voorgeschreven waarbij een deel van de kerkelijke kunst overbodig werd. Voor kazuifels en andere kerkelijke gewaden bestond belangstelling in hippiekringen, terwijl veel altaren en antiquiteiten hun weg vonden naar kunsthandel of Waterlooplein.

“Maar er is destijds ook kerkelijke kunst bij het oud vuil gezet”, zegt Nicoline Zemering, als kunsthistoricus en conservator verbonden aan het Bisdom Rotterdam. Ze heeft zich in de afgelopen jaren intensief beziggehouden met de inventarisatie van het cultureel kerkbezit in Zuid-Holland. “Het is nu tijd geworden om ons over het probleem van de conservering te buigen.” Zemering bestrijdt dat de rijkdommen die nu worden tentoongesteld beter op hun plaats zouden zijn in museale collecties. “Dan zou je de voorwerpen uit hun context halen. Deze kunstwerken zijn gemaakt voor kerken en dáár horen ze ook thuis.”

Dat de kunstvoorwerpen na afloop van de tentoonstelling weer in de betrekkelijke anonimiteit van de parochies zullen verdwijnen wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de rijk geïllustreerde catalogus die de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland heeft uitgegeven. Daarin worden onder meer schilderijen beschreven die tot dusverre onbekend waren in de vakliteratuur. Zo blijkt een paneel dat al sinds de vroege zestiende eeuw in de Bartholomeuskerk van Poeldijk hangt, een kunsthistorische vondst van de eerste orde. Het schilderij werd gemaakt door de Meester van de Figdor Kruisafneming, een navolger van Geertgen tot Sint Jans en toont scènes uit het leven van Sint Bartholomeus. Op de voorgrond wordt de heilige levend gevild. Saillant detail is dat deze Bartholomeus zijn marteldood te danken had aan het initiëren van een eigentijdse beeldenstorm. Hij had de woede van de koning opgewekt door een afgodsbeeld om te laten trekken.

    • Erik Spaans