Rokend rubber; De opvoeding van jonge automobilisten

Ze hebben het imago als gekken te rijden, maar zijn vaak onzekerder dan hun snelheid doet vermoeden. Een kwart van de dodelijke slachtoffers in personenauto's is nog geen vierentwintig jaar oud. Verkeersorganisaties paaien adolescenten met een keur aan 'flitsende' verkeerseducatie en dringen aan op een voorlopig rijbewijs. Jong op het asfalt: 'Mijn auto is een hebbedingetje.'

Drie jaar na het behalen van haar rijbewijs zit Lianne weer naast haar voormalige rij-instructeur achter het stuur. Zuchtend van de zenuwen. G. Over, eigenaresse van rijschool Succes, bestookt haar met vragen. Hoe ver blijf je achter je voorligger? - Lianne “gokt maar wat”. Hoe kun je zien of je op een invoeg- of uitrijstrook zit? - ze is het vergeten. Mag je bij pech de berm in als er geen vluchtstrook is? Nee, zegt Lianne; jawel, zegt Over. Lianne kreunt. Op de volgende kruising schiet ze pal voor een auto en een brommer de weg op. “O jee”, roept de instructeur.

In het Groningse Ter Apel volgt Lianne (22) de driedelige cursus 'Jonge Automobilisten'. Deze praktijkrit moet verkeerde rijgewoonten afleren, later volgt een anti-sliples. Vanavond wisselt ze nog rij-ervaringen uit met andere jongeren - vrijwillig, net als haar vrienden. De meesten van hen haalden een half jaar geleden hun rijbewijs.

Een uurtje later zit Lianne met negen achttien- en negentienjarigen in de tot leslokaal omgebouwde garage van de rijschool. Het gaat over 'rotboeren' die de wegen rond Ter Apel onveilig maken met hun slechtverlichte wagens vol bieten en aardappelen. Over bumperklevers die je alleen tot grotere afstand kunt dwingen door met opgestoken middelvinger “flink op de remmen te etteren”. Over oude mensen die te langzaam rijden. G. Over vraagt haar cursisten hoe ze daarop reageren. Gerhard: “Inhalen en toeteren.” Als hun vriendjes ter sprake komen imiteren de meisjes 'de jonge automobilistenman' : allemaal tegelijk zakken ze onderuit en buigen ze hun bovenlichaam naar links. De linkerpolsen gaan losjes op het denkbeeldige stuur, de rechterarmen rond de zogenaamde leuning van de passagiersstoel. De jongens grinniken.

Drie van de tien cursisten zijn het afgelopen halfjaar al ergens tegenaan gereden. De eerste zag een geparkeerde auto over het hoofd, de tweede ramde frontaal een tegenligger en de derde schrok van overstekend wild en reed zijn auto total loss een sloot in. Christel haalt nooit een auto in omdat ze dat niet durft; Niek kan na zeven pilsjes nog rijden, want daarmee is hij een keer door een alcoholcontrole gekomen. Ongeveer de helft geeft voor de zekerheid altijd voorrang - de regels zijn zo moeilijk.

Per kilometer lopen jonge automobilisten volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) tweeëneenhalf maal zoveel kans als oudere bestuurders om bij een ongeval te overlijden of gewond te raken. In bijna een kwart van de 465 dodelijke ongevallen met personenauto's is de bestuurder tussen de 18 en 24 jaar oud, terwijl deze leeftijdsgroep maar negen procent van de bevolking uitmaakt. Tachtig procent van de mensen die hun rijbewijs halen is nog geen 24. In het eerste half jaar na het halen van hun rijbewijs lopen ze het hoogste risico op een ongeluk.

Spaarplan

Organisaties voor verkeersveiligheid proberen jongeren met allerlei middelen over te halen tot veilig rijgedrag. Door ze te paaien met een educatief spaarplan voor het rij-examen, met kortingen op de autoverzekering, met gratis tijdschriften die verkeersveiligheid 'leuk' moeten maken. Of door ze te straffen met educatieve maatregelen. Maar effect heeft het vooralsnog nauwelijks. Waarom gaat het zo vaak fout?

Volgens Veilig Verkeer Nederland zijn jongeren bekend met 'het gegeven verkeersveiligheid', maar doen ze er in de praktijk 'bar weinig' mee. J. Spee, voorheen verkeersofficier en nu landelijk coördinator verkeersveiligheid: “Zodra er een spoiler op de auto komt, is de jonge automobilist die hele rijles vergeten - tot er een boom in de weg staat. Jongeren rijden nou eenmaal graag met rokend rubber.”

Janet (18) wil juist alles liever dan dat. Van haar spaargeld kon ze net 'een hele oude Fiat' betalen. Eigenlijk durft ze er niet goed in te rijden. “Het gaat slecht. Als het stoplicht op groen springt weet ik nog steeds niet hoe ik de koppeling moet laten opkomen en tegelijk gas moet geven. De motor slaat om de haverklap af. Daar krijg ik de zenuwen van. En dan gaat alles fout en let ik nergens meer op.”

J. Rothengatter, hoogleraar verkeerspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen vindt “dat je niet zomaar kunt stellen dat jongeren nu eenmaal als gekken rijden”. Vergeleken met oudere automobilisten scoren ze hoger in reactietijden en kennis van de verkeersregels. Ze scheuren ook niet zo vaak dronken over de weg als soms wordt gedacht: ouderen zitten volgens de SWOV beduidend vaker met te veel alcohol op achter het stuur.

Volgens Rothengatter lopen jongeren vooral grotere 'biografische' en 'sociale' risico's dan ouderen. Biografisch noemt hij hun gebrek aan ervaring, en hun neiging zichzelf desondanks in heikele situaties te brengen: “Ze rijden meer 's nachts, als ze uitgaan, en vaker in goedkope auto's. Een oud Kadettje nu eenmaal gevaarlijker dan een Mercedes. En jongeren die het zich wel kunnen veroorloven, kiezen meestal het GTI-type: veel motor, weinig auto. Die zijn relatief vaak bij ongevallen betrokken.”

Adolescenten willen hun grenzen nog verkennen en zijn daardoor in de auto geneigd te weinig marge te nemen. Het met te hoge snelheid uit de bocht vliegen, een ongeluk dat jonge automobilisten vaak overkomt, vindt Rothengatter daarom in psychologische termen volstrekt verklaarbaar. “Bovendien zijn bijzondere omstandigheden zoals een scherpe bocht voor hen ook meer van invloed. Oudere weggebruikers hebben dankzij hun rij-ervaring voor iedere moeilijke situatie als het ware een plan paraat. Jongeren hebben dat nog niet, al kennen ze de verkeersregels misschien nog zo goed.”

In Duitsland observeerden onderzoekers het gedrag van jonge mannelijke motorrijders. Zij moesten dezelfde route twee maal afleggen: de eerste keer zonder afleiding, de tweede keer met mooie meisjes langs de weg. Daar gingen ze beduidend harder van rijden. Rothengatter beschouwt dat effect als de voornaamste sociale oorzaak voor het hogere risico dat jonge automobilisten per kilometer lopen. “Ze gebruiken hun auto nog om te laten zien wie ze zijn. Hun betrokkenheid bij ongelukken neemt ook opmerkelijk af zodra ze trouwen en wanneer ze kinderen hebben helemaal. Het huwelijk op achttien jaar verplicht stellen, dat zou een een uiterst doeltreffende verkeersmaatregel zijn.”

Duurzame veiligheid

Deze zomer presenteerde minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat het Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 1996-2000. In dit plan ligt de nadruk op infrastructuur: woonerven, dertig-kilometergebieden en mini-rotondes. Terwijl het aantal verkeersdoden sinds 1993 met tientallen per jaar toeneemt, wil het rijk het aantal verkeersdoden uit 1985 over vier jaar met een kwart hebben teruggebracht. In 1995 overleden 1334 mensen in het verkeer. Dat betekent dat er van nu af aan honderd doden per jaar minder zouden moeten vallen.

Zowel de Raad voor Verkeersveiligheid, Veilig Verkeer Nederland als verscheidene Regionale Organen Verkeersveiligheid vinden dat het meerjarenplan te weinig aandacht besteedt aan jongeren, en dan vooral jonge automobilisten. Woordvoerder B. Woudenberg van Veilig Verkeer Nederland: “In de jaren zestig ging alle aandacht naar de groeiende mobiliteit, in de jaren zeventig naar veilige wegen en in de jaren tachtig naar veilige auto's. Pas nu begint het door te dringen dat vooral aandacht voor de jonge man of vrouw achter het stuur cruciaal is.”

Wijvenwagentje

Marco (27) zul je dus nevernooit in zo'n trutten-Peugeotje, een Autobianchi of een Mazda zien - hij heeft zijn tweedehands Renault 5 GT Turbo. “Ook een wijvenwagentje eigenlijk. Maar door de turbo valt dat wel weer mee. Hij rijdt verschrikkelijk hard, trekt ook verschrikkelijk hard op en ligt goed in de bochten. Het is een hebbedingetje.” Hij test graag of zijn auto het nog doet. Dan trekt hij bijvoorbeeld onder het rijden aan de handrem. “Liefst als het regent, op een gladde weg met mos. Ga je drie keer in de rondte.” Of hij probeert hoe snel hij een bocht kan nemen. Ook dat graag als het regent, “dan slipt-ie lekker door”. Hij rijdt altijd ongeveer twintig kilometer te hard, want dan is de bekeuring “nog net te betalen”.

De verkeersovertreding van Marco wordt in Nederland eenvoudig afgehandeld. Hij krijgt een acceptgiro in de bus en als hij betaalt hoort hij er nooit meer wat van. In 1995 werden er 3,2 miljoen van zulke acceptgiro's uitgeschreven - een schat aan informatie over wie de Wegenverkeerswet overtreedt. Woudenberg: “Maar er wordt niks blijvend geregistreerd. We weten dus nooit of iemand al voor de tiende maal door rood licht rijdt, laat staan dat we een bestuurder daarop kunnen wijzen. Ons strafsysteem heeft nauwelijks educatieve elementen.”

Sinds in juni de nieuwe Wegenverkeerswet van kracht werd, kan alleen de dronken automobilist tot een vorm van heropvoeding worden verplicht. Wie onder invloed rijdt, kan nu de Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) opgelegd krijgen, een driedaagse cursus om zich verkeersveilig te leren gedragen. Dat overkwam Marco, die zegt nooit te drinken, behalve in het weekend.

Maar voor jongeren is de EMA niet afdoende. Wettelijk is een bloedalcoholgehalte van 0,5 promille toegestaan. Omdat alcohol het vaak toch al niet geringe zelfvertrouwen van jongere automobilisten versterkt en op jonge lichamen ook een sterkere uitwerking heeft, stijgt hun kans op ongevallen al ruim onder die limiet sneller dan bij ouderen. Om zich dat bewust te worden, konden jongeren de afgelopen maanden in Emmen het proefproject 'Alcoholvrij op weg' volgen. Daar mochten ze onder invloed een begeleid ritje maken. Marcel (19) dacht altijd dat hij na vier biertjes 'relaxter' reed. “Maar het wilde gewoon niet. Ik reed een hoop van die oefenpaaltjes omver.”

Maatregel Agressie

In de kop van Overijssel probeert het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid (ROV) jongeren ook andere vormen van onverantwoord rijgedrag af te leren, in een cursus 'gevaarlijk en ongewenst verkeersgedrag'. De leeftijdsgroep tot 24 jaar is hier betrokken bij de helft van alle letselongevallen in het verkeer - ongeveer vijftien procent boven het landelijk gemiddelde. Maar de Overijsselse jeugd moet niets van een cursus hebben. Het ROV hoopt daarom juist voor jongeren op een wettelijke maatregel die met de EMA vergelijkbaar is: een Educatieve Maatregel Agressie. Wie bijvoorbeeld op te hard rijden wordt betrapt, krijgt in Overijssel tot nu toe alleen een gesprekje en een waarschuwingsbrief met de mededeling dat hij geregistreerd is door de politie. Bij herhaling bestaat al wel de mogelijkheid tot een psychologisch onderzoek - maar vooralsnog op vrijwillige basis, en dat wil bijna niemand.

Verantwoorde automobilisten, vindt Veilig Verkeer Nederland, moet je zo vroeg mogelijk beginnen te kweken. Maar het Nederlandse verkeersonderwijs hangt volgens VVN 'als los zand aan elkaar'. Na het basisonderwijs houden de verkeerslessen meestal op. Wie daarna niet het verplichte theoretische certificaat haalt om brom- of snorfiets te mogen rijden, leert pas bij zijn autorijlessen weer iets over verkeer. VVN presenteerde daarom dit najaar het Heavy Traffic-plan, dat jongeren van de basisschool tot en met het rij-examen met hun neus op op de verkeersveiligheid moet drukken. Kinderen uit groep acht van de basisschool en de brugklas hoopt VVN enthousiast voor verkeersveiligheid te maken door middel van het kakelbonte Heavy Traffic Magazine vol verkeersspelletjes en goedbedoelende jeugdspraak als 'heftig', 'Hee, hallo' en 'flitsend'. Tieners kunnen met Heavy Traffic sparen voor hun rijbewijs, en krijgen dan tot hun achttiende voor een deel van dat spaargeld alvast verkeerslessen. “Niet via duffe boekjes of slaapverwekkende filmpjes”, belooft het Magazine. VVN hoopt het verkeersonderwijs zo 'aantrekkelijker en effectiever' te maken en jongeren op te voeden tot rijpere automobilisten.

Heavy of niet: jongeren voelen weinig voor nog meer verkeerslessen en organisaties voor verkeersveiligheid doen er alles aan om ze toch zover te krijgen. Autoverzekeringen voor jongeren tot 24 zijn vaak duurder dan voor ouderen. De cursus 'Jonge Automobilisten', die tot nu toe alleen nog in de noordelijke provincies is te volgen, gaat juist vergezeld van 25 procent korting op het eerste jaar premie. VVN onderhandelt met verzekeraar FBTO over een soortgelijke korting voor Heavy Traffic-ers. J. Woudenberg: “De opgeheven vinger werkt averechts. Het mag best leuker.”

Bloederige rompen

De Belgische chirurg L. Beaucourt, hoofd van de afdeling Spoedopname in het Academisch Ziekenhuis Antwerpen, denkt daar anders over: “Bij de jongens die ik hier 's nachts uit de ambulance haal, helpt een aardig gesprek niet meer. Die moeten gewoon een draai om hun oren hebben.”

Beaucourt doet dat met behulp van 240 afschrikwekkende dia's die hij op zijn eigen ziekenhuisafdeling van jonge verkeersslachtoffers liet maken. De afgelopen drie jaar gaf hij, meerdere malen ook in Nederland, ruim tweeduizend lezingen waarbij nogal eens een toehoorder flauwviel. Op zijn dia's zijn onder meer een keur aan bloederige rompen te zien, een paar afgerukte benen op een tafeltje en een schedel waaruit als gevolg van het niet dragen van een veiligheidsgordel scherp de vorm van een achteruitkijkspiegeltje is weggeslagen. De laatste dia uit de serie: een gerafeld T-shirt vol bloedklonten met de tekst 't Is fijn een zwijn te zijn. “Die jongen is overleden”, zegt Beaucourt. Dat geldt voor meer slachtoffers op zijn dia's.

Als harde foto's van handen zonder vingers of een paar blinde ogen Nederlandse jongeren kunnen duidelijk maken dat ze 'een rund' zijn als ze met vuurwerk stunten, waarom blijft de Nederlandse aanpak van hun gevaarlijke rijgedrag dan meestal nog zo soft? G. Over van Rijschool Succes: “Mijn cursisten hoef je niet bang te maken. Die willen over het algemeen heel graag veilig rijden. Maar ze kúnnen het gewoon nog niet goed genoeg.” Verkeerspsycholoog Rothengatter vindt het kweken van begrip voor andere groepen weggebruikers belangrijker. “Daar hebben ze vaak nog geen benul van - en de rijopleiding doet er weinig aan. In Nederland is het systeem volstrekt gericht op het halen van het rijbewijs, en niet op een mentaliteit die goed is voor de veiligheid.”

In Europa kennen Noorwegen, Zweden, Oostenrijk, Duitsland, Engeland en Frankrijk een gefaseerd rijbewijs. In Noorwegen en Zweden mogen tijdens de eerste fase alleen vaste routes worden gereden. Pas na twee jaar en een aanvullende opleiding volgt het volledig rijbewijs. In Oostenrijk is een automobilist de eerste twee jaar in geval van een overtreding verplicht een therapeutische cursus te volgen. Blijkt hij daar niet geschikt om te rijden, dan krijgt hij geen definitief rijbewijs. Duitsland en Engeland kennen ook een nascholingscursus bij overtredingen in de eerste fase. De ernst van die overtredingen wordt daar bijgehouden door middel van een puntensysteem, en wie na een of meer overtredingen een minimum aan punten bereikt, moet opnieuw rijexamen doen. In Frankrijk mogen jongeren al voor hun rijexamen onder begeleiding van bijvoorbeeld hun ouders rijden om ervaring op te doen.

Dat Franse systeem heeft de Raad voor Verkeersveiligheid een paar jaar geleden ook aanbevolen aan het ministerie. Secretaris P. Zeven: “Maar het staat nu niet meer zo op de agenda. We hebben nog geen alternatief op de plank liggen, maar een twee-fasenrijbewijs zou goed zijn.” Om dat te bereiken moeten allereerst verkeersovertredingen beter worden geregistreerd.

Minister Sorgdrager (Justitie) stelde onlangs al voor om politie en justitie de mogelijkheid te geven het rijbewijs bij zware overtredingen direct in te nemen. Maar twee weken geleden protesteerde de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak daartegen, de belangenorganisatie voor rechters en officieren, omdat zij bij een strafoplegging rekening moeten kunnen houden met de mate van schuld.

Begin deze maand nam de Tweede Kamer wel een motie van D66 aan: de minister moet binnen een jaar met plannen voor een voorlopig rijbewijs komen. VVN stelt na het halen van de eerste fase een proeftijd van twee à drie jaar voor. Daarna volgt dan de rijproef die goed is voor het definitieve rijbewijs. Rothengatter: “Het moet duidelijker worden dat het halen van het rijbewijs pas de eerste stap is.” Rij-instructeur Over: “De jeugd is nog beïnvloedbaar. Daar moet je gebruik van maken.”

“Ben ik nou achteruit gegaan?”, vraagt Lianne haar na afloop van de cursus Jonge Automobilisten.

“Nou nee, dat niet”, zegt Over. “Maar we moeten nog eens oefenen hoe je met je auto de berm kunt invluchten.”

De naam van Marco is om redenen van privacy gefingeerd.