Ook Hutu-moordenaars keren terug naar Rwanda

KINIGI, 23 NOV. Een grote groep inwoners stond in Kinigi in Noordwest-Rwanda de eerste honderden terugkerende Hutu-vluchtelingen op te wachten.

Aanvankelijk overheerste onder alle aanwezigen in het dorpje blijdschap over het weerzien na twee jaar van geliefden, familieleden en vrienden. Deze goede sfeer sloeg drastisch om toen Simon Mbonabucya vijf moordenaars herkende onder de teruggekeerden. “De angst sloeg me om de keel. Daarna kwam woede in me op en vervolgens voelde ik vernedering”, probeert hij uit te leggen. “Dit gevoel valt niet in woorden te vatten. Ik zag de vijf in 1994 vele mensen vermoorden in Kinigi. Alleen door wraak te nemen, kan ik dit gevoel kwijtraken.”

Bijna brak er een rel uit toen de vijf moordenaars werden herkend. “Ik en vele anderen wilden hen doden”, zegt een inwoner. De plaatselijke autoriteiten grepen in, ze zetten de vijf achter slot en grendel “om hen te beschermen tegen de volkswoede”. Dit gaat in tegen de richtlijnen van de regering. Er mogen puur op basis van beschuldigingen door bewoners geen terugkerende vluchtelingen worden gearresteerd, zoals voorheen gebeurde. Eerst dienen er dossiers met aanklachten te worden aangelegd, waarna de gerechtelijke autoriteiten kunnen overgaan tot arrestaties. Er bestaan geen aanwijzingen voor massale detenties onder de teruggekeerde vluchtelingen.

De vloedgolf van een half miljoen Rwandezen uit Oost-Zaïre brengt het nauwelijks bezonken leed van de genocide weer aan de oppervlakte. Geen regering, geen gerechtelijk systeem, geen geloofsovertuiging zal in staat zijn de gevoelens van wraak geheel in veilige banen te leiden. “Natuurlijk verwachten we problemen”, concludeert een waarnemer van een organisatie voor de rechten van de mens. “Er zijn een paar berichten over regeringssoldaten die mensen doodden, maar over het algemeen verloopt de terugkeer soepel. De spanningen zullen echter ongetwijfeld oplopen.”

De prefectuur Ruhengeri, waarin Kinigi ligt, was een bolwerk van het Hutu-extremisme. In het dorpje stierven tijdens de massamoorden in 1994 1.200 inwoners aan verwondingen toegebracht met hakmessen en knuppels met spijkers. Drie weken geleden nog deden infiltranten vanuit de vluchtelingenkampen in Zaïre aanvallen in Kinigi en doodden zes Tutsi-ooggetuigen van de genocide. Onder de terugkerende vluchtelingen in Ruhengeri zijn talloze leden van de Hutu-militie Interahamwe.

“We houden ons aan de wet”, vertelt onderburgemeester Byanone Rusizona van Kinigi. “We zeggen de bewoners dat ze geen problemen moeten veroorzaken. Als ze moordenaars herkennen, moeten ze deze aangeven en rustig afwachten. De staat dient de gevoelens onder controle te houden.” Simon Mbonabucya, die als eerste de vijf moordenaars herkende, legt zich daar voorlopig bij neer: “Als de autoriteiten gerechtigheid brengen en de moordenaars onder de teruggekeerde vluchtelingen arresteren, dan kan ik misschien van mijn wraakgevoelens afkomen.”

Ook materiële zaken leiden tot spanningen. Na de exodus naar Zaïre in 1994 trokken berooide overlevenden van de genocide in de huizen van de vluchtelingen. Na de overwinning van het Rwandese Patriottische Front, enkele dagen later, kwamen vervolgens tienduizenden Tutsi's terug die na de 'Hutu-revolutie' van 1959 naar buurlanden waren uitgeweken. Ook zij bezetten leegstaande woningen en gingen akkers van gevluchte Hutu's bewerken. De regering heeft bevolen dat alle vluchtelingen hun bezittingen terugkrijgen, behalve degenen van 1959. Meningsverschillen over wie wat bezit, dienen binnen twee weken te worden opgelost. De streek rond Kinigi is vruchtbaar en overbevolkt en daarom is de competitie voor landbouwgrond nog sterker dan elders in het land.

Phoebi Mukamusoni verloor haar echtgenoot en huis tijdens de genocide. Ze trok in een woning die nu door een teruggekeerde vluchteling wordt opgeëist. Phoebi heeft geen dak meer boven haar hoofd. “Ik hoop, en daarom ben ik rustig.” Ze is schijnbaar gelaten, maar trillende spiertjes rond haar ogen verraden de spanning. “Ik hoop dat de regering een huis voor me vindt.” De kans daarop is in Kinigi niet erg groot. “In ons dorp komen 1.000 families op straat te staan”, vertelt onderburgemeester Rusizona. “Het betreft vooral de vluchtelingen van 1959. Maar ook 130 families van overlevenden uit 1994 zitten zonder huis en akker. Voor 500 families hebben we hier landbouwgrond beschikbaar. De anderen moeten vertrekken.”

De Rwandese autoriteiten blijft onder de huidige omstandigheden geen andere keuze dan te proberen de tijdbom van emoties onschadelijk te maken met behulp van het gerechtelijk apparaat en decreten. Deze operatie zal meer inspanning en tact vergen dan de militaire acties in Oost-Zaïre die leidden tot de terugkeer van vluchtelingen. “Talrijke Tutsi-overlevenden van de genocide komen in een suïcidale stemming naar mijn kantoor toe”, zegt het hoofd van een organisatie voor de rechten van de mens in de Rwandese hoofdstad Kigali. “Teruggekeerde Hutu-vluchtelingen zetten hen uit hun huizen. Met afgrijzen nemen ze waar dat moordenaars niet achter de tralies verdwijnen. Ze voelen zich machteloos.”

En onder de teruggekeerde Hutu-vluchtelingen groeit de angst. De student Jean-Paul kwam drie dagen geleden terug in Kinigi vanuit Zaïre. “Tot nu toe zijn we goed ontvangen en behandeld”, oordeelt hij. “Maar we vrezen dat in de komende dagen de woede van de Tutsi's tegen de Hutu's zal toenemen.”

    • Koert Lindijer