Omgekeerd bundelen

Nu regering en parlement besloten hebben om de Betuwelijn aan te leggen en de besluitvorming over de hogesnelheidslijn ver gevorderd is, is nog niet geheel voorzien in onze groeiende behoefte aan mobiliteit.

Immers, zowel de Betuwe- als de hogesnelheidslijn leveren een bijdrage aan de rand van de mobiliteit: de een zorgt straks voor 2 à 3 procent van het goederenvervoer, de ander voor 1 procent van het aantal ritten per trein. Een project dat meer ruimte biedt aan het centrum van onze mobiliteit, de auto, ontbreekt nog. Wat te doen?

Als we op het spoorwegnet van ons land nu eens rijstroken voor auto's gaan maken. Bijvoorbeeld door aan beide kanten van het spoor een strook asfalt aan te leggen. Wanneer die strook 2 tot 3 meter breed is, lijkt dit niet al te moeilijk te realiseren. Een aantal spoorbanen heeft al een eenvoudige weg voor eigen gebruik. Als die er niet is, biedt het dwarsprofiel de nodige ruimte. De strook grond die ons spoorwegnet beslaat, is gemiddeld bijna 40 meter breed. En twee sporen beslaan, inclusief zijbermen en middenberm, maar 12 meter. Bovendien zijn de baan, bruggen en viaducten sterk genoeg om een weg met auto's te dragen. De Waalbrug bij Nijmegen, waar onlangs aan de westkant een busbaan aan werd toegevoegd, kan dienen als voorbeeld. Het spoorwegnet van ons land kan zo'n impuls best gebruiken. De vervoers- prestatie van dat net is toch al niet groot.

Rijstroken langs het spoor bieden verschillende voordelen. Vooreerst wordt de capaciteit voor autoverkeer vergroot, met een kwart, een derde of zelfs met de helft. Daarnaast is zo'n net zelfstandig; het kan zijn eigen aansluitingen krijgen op het wegennet van een stad. Rijstroken langs het spoor kan men openstellen voor lijnbussen, taxi's, lichte vrachtauto's, personenauto's met twee of meer inzittenden, of automobilisten die voor het gebruik van de rijstrook apart betalen. Men kan rijstroken langs het spoor voorzien van een vorm van automatische geleiding. Dat kan weer impulsen geven aan de elektronica- en informatica-industrie.

Rijstroken langs het spoor kan men op korte termijn aanleggen. Nieuwe structuur- en bestemmingsplannen zullen in het algemeen niet nodig zijn; de strook grond waarop de spoorbaan ligt, dient immers al verkeersdoeleinden. Alleen de eigenaar van de spoorbaan moet er mee instemmen. Die kan het nieuwe net als een concurrent van zijn sporen zien, maar ook als voorloper van een nieuw type infrastructuur, een spoorwegnet dat ook gebruikt wordt voor geautomatiseerd personenvervoer, onder andere per auto.

Rijstroken langs het spoor mogen het evenwicht tussen het gebruik van auto en trein niet te veel verstoren. Dit wordt voorkomen als de nieuwe rijstroken alleen aansluiten op de ringwegen van steden en niet op de wegen in de centra.

Ten slotte: wanneer we rijstroken voor auto's op het spoorwegnet gaan maken, realiseren we een aanzienlijke uitbreiding van de capaciteit van het wegennet die in verhouding met andere oplossingen weinig investeringen vraagt. Bovendien biedt een dergelijk project ruimte voor de verdere groei van onze mobiliteit.

    • J. Nicolai