Netanyahu blijft somber over conflict met Arabieren

TEL AVIV, 23 NOV. “Ik heb zo'n sterke band met de (heilige) plaatsen in Hebron dat de overeenkomst (met de Palestijnen) voor mij het allermoeilijkste is.

Die plaatsen spreken me aan. Iedere steen, ieder terras, iedere boom en iedere heuvel roept herinneringen in me op. Ik voel me een onafscheidelijk deel van een concreet historisch gebeuren.” In deze bewoordingen schetste de Israelische premier Benjamin Netanyahu in een zeer uitvoerig vraaggesprek met de krant Ha'arets gisteren zijn “metafysische” kijk op Hebron toen hij deze week vanuit een vliegtuig deze omstreden stad in ogenschouw nam. “Ik begrijp absoluut niet waarom wij eerbied hebben voor de betrekkelijk korte band die Arabieren met het land hebben en wij de neiging hebben onze duizenden jaren oude band met het land onbelangrijk te vinden”, zegt hij.

Vijf maanden premierschap heeft de pessimistische visie van Netanyahu op het conflict met de Arabieren en Israels plaats in de wereld zoals hij deze formuleerde in zijn boek 'Een plaats onder de zon' niet gewijzigd. Voor Netanyahu is Israel nog steeds een door Arabische vijandschap - hij geeft toe dat er gradaties zijn - omringd en bedreigd land. In het vraaggesprek met Ha'arets verwerpt hij de door de vorige regering-Rabin/Peres aangehangen these dat de oplossing van het Israelisch-Palestijnse conflict ook automatisch een einde maakt aan het wijdere Israelisch-Arabische geschil. “Aan dit conflict komt pas een einde als de hele Arabische wereld en ook het niet-Arabische Iran ervan overtuigd raken dat Israel een feit is of de landen om ons heen een democratische hervorming ondergaan.” Integratie van Israel in het Midden-Oosten ziet hij voorlopig niet zitten.

Netanyahu laat op allerlei manieren in het buitengewoon lange vraaggesprek - over zes pagina's - zijn minachtende kritiek door klinken op de droom van Shimon Peres over een 'Nieuw Midden-Oosten'. “Wie zich aan de realiteit onttrekt, wie droomt en niet meer met zijn benen op de grond staat, zal uiteindelijk vallen en uit elkaar spatten op de rots van de realiteit van het echte Midden-Oosten”, zegt hij.

Arabisch respect voor Israels afschrikwekkende militaire kracht en niets anders motiveert de Arabische landen volgens Netanyahu vrede met Israel te sluiten. Als de Arabieren aan de slagvaardigheid van Tsahal, het leger, gaan twijfelen is het volgens hem afgelopen met het vredesproces en zal alle gemaakte vooruitgang verdwijnen. De teneur van het vraaggesprek is dat het door de vermoorde premier Yitzhak Rabin getekende akkoord van Oslo met de Palestijnse leider Yasser Arafat Israel heeft verzwakt. Zelfs ex-chefstaf Rabin heeft zich volgens Netanyahu zo door de vredesroes laten verblinden dat in diens regeerperiode het leger op onverantwoordelijke wijze is verzwakt. Voor Netanyahu is dat een onbegrijpelijke beleidsfout omdat de Arabische legers zich juist in die tijd in razendsnel tempo hebben versterkt.

Netanyahu herinnert eraan dat hij tijdens de verkiezingen heeft gezegd het akkoord van Oslo te zullen uitvoeren in overeenstemming met “onze politiek en onze richtlijnen”. Dat akkoord is voor Netanyahu echter een ondoordacht, slordig geformuleerd document dat zonder advies van het leger en de veiligheidsdiensten tot stand is gekomen. De gedachte achter Oslo is voor hem helder: “Beide partijen wilden een Palestijnse staat.” Zo'n Palestijnse staat in de grootste delen van de Westelijke Jordaanoever en Gaza is volgens Netanyahu echter een gevaar voor het voortbestaan van de staat Israel. Hij is ervan overtuigd dat de meerderheid van de Israeliërs er ook zo over denkt. Het Palestijnse nationalisme is er volgens Netanyahu als een tak van het Arabisch nationalisme op uit “heel Palestina” volgens het nog niet gewijzigde Palestijnse handvest onder Palestijnse controle te brengen, hetgeen de vernietiging van de staat Israel met zich meebrengt.

In het vraaggesprek met Ha'arets laat Netanyahu er geen misverstand over bestaan dat er onder zijn leiderschap een einde komt aan concessies die de staat Israel in gevaar brengen. “Het spreekt vanzelf dat als je naar de grenzen van 1967 holt en nationaal bezit overdraagt zonder er iets voor terug te krijgen je op de schouders wordt geklopt, je wordt toegejuicht en geprezen. Ik krijg ook prijzen en loftuitingen voor mijn bijdrage aan de vrede als ik de helft van Jeruzalem overdraag (aan de Palestijnen). De echte test van politiek is niet om tijdelijke sympathie te oogsten door jouw belangen op één lijn te stellen met de belangen van de andere partij. De test van politiek is over jouw belangen te waken”, zegt hij.